Gevolgen van de Groote Oorlog in Tiel

Elf november 2018 is het 100 jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog eindigde. Vier jaar lang teisterde die oorlog een groot deel van de wereld en vielen er miljoenen doden. Vier jaar lang zijn er boeken verschenen over en talloze herdenkingen gehouden van de zogenaamde ´Groote Oorlog´ Nederland bleef neutraal maar, dat betekende niet dat deze oorlog aan ons voorbijging. Deze week zult u als afsluiting opnieuw veel over deze oorlog voorgeschoteld krijgen. In dit artikel besteedt de Tielenaar aandacht aan de gebeurtenissen en leefomstandigheden in Tiel in de periode 1914 – 1918 en aan de komst van de Duitse keizer die zo maar op kasteel Zoelen had kunnen gaan wonen.

De Oudheidkamer presenteerde in 2016 het door leden van de Historische Werkgroep Tiel geschreven boek: ‘De Groote Oorlog en de kleine stad, Tiel in de Eerste Wereldoorlog’. Helaas was dit boek snel uitverkocht. Geïnteresseerden kunnen het lenen bij de bibliotheek of lezen in het archief. Wij van de Tielenaar bladerden ter gelegenheid van het einde van de oorlog nog eens door dit boek en namen een kijkje in kasteel Amerongen, waar op dit moment een kleine expositie met de veelzeggende titel ‘Help, de Keizer komt!’ te zien is en schreven er dit artikel over.

De Eerste Wereldoorlog en Tiel

Wat merkte Tiel van de Eerste Wereldoorlog. Het boek beschrijft naast de gevolgen van de oorlog ook in het kort het verloop van de oorlog en schetst de samenleving in Tiel in het begin van de twintigste eeuw. Wij beperken ons in dit artikel tot een opsomming van de directe gevolgen van de oorlog.

  • Vier jaar lang waren alle jongere mannen gemobiliseerd en verbleven ver van huis en haard. Vrouwen moesten daardoor veel mannenwerk overnemen. Op het stadhuis werkten zelfs vrijwilligsters om het werk van gemobiliseerde ambtenaren te doen. De oorlog hielp de ontluikende vrouwenemancipatie door dit alles een handje.
  • Het leger had veel paarden nodig. Dat dreef de prijs omhoog. Paardenfokkers in de Betuwe deden goede zaken. Later gingen veel paarden naar Duitsland. Alleen al vanaf de Tielse Veemarkt vonden in 1917 600 paarden hun weg naar Duitsland .
  • Meer dan een miljoen Belgen vluchtten bij het begin van de oorlog naar Nederland. In Tiel werden er ongeveer 200 opgevangen. Zij werden gehuisvest bij goedwillende particulieren, in een lege sigarenfabriek en in het Weeshuis. De nonnetjes van de Catharinaschool kregen er tijdelijk veel extra leerlingen bij.
  • Prijzen stegen, mede door het hamsteren van de bevolking. De burgemeester kreeg speciale bevoegdheden om de voedselvoorziening tegen niet al te hoge prijzen in stand te houden.
  • In 1915 ging de burgemeester zelfs over tot het aankopen van graan voor de bakkers. Ook kwam er een regeling voor de verdeling van vlees. Broodagenten hielden toezicht op de bakkers, die een slaatje dreigden te slaan uit de trieste situatie. In 1915 waren de varkensprijzen zo hoog dat de Tielse slagers stopten met de verkoop van varkensvlees. In 1916 gingen 21 levensmiddelen op de bon. Kruideniers vroegen hun klanten om zelf verpakkingsmateriaal mee te nemen. Zelf konden ze daar niet meer aankomen. .
  • De economie van Nederland viel nagenoeg stil. Ook ontstond een toenemend gebrek aan grondstoffen. In Tiel leidde dit tot massa ontslagen bij de industrie. Een werkloosheidsvoorziening bestond nog niet. Een kleine gemeentelijke uitkering aangevuld met liefdadigheidsacties onder de gegoede burgerij moest voorkomen dat de verpaupering te groot werd.
  • Vanuit Duitsland en Engeland werden Tielenaren opgeroepen om in die landen te komen werken. De eigen mannen daar waren grotendeels ingezet aan de fronten, waar velen de dood vonden of ernstig verminkt werden.
  • Heftig was vanaf de winter 1916 – 1917 het tekort aan kolen en gas, omdat de aanvoer van kolen stokte. Veel mensen zaten ’s avonds in het donker of moesten dan leven bij het licht van een kaars. De winter van 1917 ook nog eens extreem koud, terwijl vrijwel iedereen zonder verwarming zat. De Waal zat toen dicht met ijs en de scholen werden tijdelijk gesloten. De armoede steeg tot grote hoogte. Mensen met een eigen tuin waren bevoorrecht. Die hadden nog wat groente en aardappelen. Degenen die geen tuin hadden kregen van de gemeente toestemming om een stukje dijkhelling voor groenteteelt te benutten. Later werd ook de Waalkade hiervoor benut. Mede door de oorlog daalde het aantal gebruikers van de tram Tiel – Buren – Culemborg dramatisch. In 1918 reed de laatste tram. In 1917 werd vanwege de nare situatie ook de Tielse kermis afgelast.
  • Het leger kwam ook van alles te kort. Om dat aan te vullen werd er tegen betaling spullen bij de inwoners gevorderd. Zelfs honden, wanneer die groot en sterk genoeg waren om in het leger als trekhond te dienen, werden opgeëist.
  • In 1918 kwamen er opnieuw oorlogsvluchtelingen naar Tiel Ditmaal waren het 183 Fransen. Die waren er zeer beroerd aan toe. Zij bleven ongeveer 2 maanden in Tiel en trokken na de bevrijding weer naar huis.
  • Tegen het einde van de oorlog ontstond er nog een extra ramp, de Spaanse griep. Het aantal doden in de landen waar strijd geleverd werd, was enorm. Geschat werd dat er tussen de 20 en 50 miljoen mensen wereldwijd aan overleden. In Tiel stierven er alleen al tussen 1 en 18 november 41 inwoners.
  • Tielenaren gingen op 19 november 1918 massaal naar de Waalkade. Daar passeert dan op de Waal een grote vloot met Duitse militairen en oorlogsmaterieel afkomstig uit Belgie richting Duitsland. Op 27 november van dat jaar vieren de Tielenaren het ingaan van de wapenstilstand met een groot feest in het Spaarbankgebouw, de toenmalige Tielse Schouwburg en vergadercentrum. Eerder in die maand waren de gemobiliseerde Tielse militairen naar huis gekomen. Een commissie gaat hen helpen bij het vinden van werk en zorgt voor enige financiële ondersteuning. Op 9 maart 1919 vond op de Tielse Veemarkt een grote verkoping van legerpaarden plaats. die waren niet meer nodig.

De keizer bijna in kasteel Zoelen.

Het had maar een haar gescheeld of de Duitse keizer had in plaats van Doorn het kasteel van Zoelen als verblijfplaats gekregen.

Nederland snoepte tijdens de Eerste Wereldoorlog volgens de geallieerden van twee walletjes. Het profiteerde van de handel met Engeland en voorzag tegelijkertijd de Duitsers van allerlei noodzakelijke spullen. Dat werd niet in dank afgenomen. Nederland werd als een soort paria gezien. Extra lastig werd het nadat de Duitse keizer na zijn aftreden op 9 november 1918 besloot om naar Nederland te vluchten. De geallieerden eisten zijn uitlevering maar daar voelde de regering mede door de druk van Wilhelmina niets voor. In het Limburgse Eijsden kwam hij met een deel van zijn gevolg per auto het land binnen. De regering besloot Graaf van Aldenburg Bentinck te vragen hem enkele dagen op te vangen op zijn kasteel in Amerongen. Dat vond ook de keizer een goed idee. Die enkele dagen werden achttien lange maanden. De eerste dagen en weken zocht de regering koortsachtig naar een blijvende plek voor de veeleisende en eigenlijk niet erg welkome Wilhelm. Op 18 november 1918 benaderde de minister van justitie, Van Lynden van Sandenburg, daarvoor de kasteelheer van Zoelen. Deze meldde de minister dat hij het verzoek niet in overweging kon nemen omdat de hele winter werklieden in het kasteel bezig waren en het daardoor niet goed bewoonbaar was. Dus werd de zoektocht vervolgd , maar overal ving de minister bot. Daarom besloot de ex-keizer om zelf maar het initiatief in handen te nemen en kocht met een deel van het geld dat uit Duitsland naar hem overgemaakt was, Huis Doorn.

De tentoonstelling in kasteel Amerongen

De tentoonstelling ´Help, de Keizer komt!´ is tot en met 2 december in het fraaie kasteel Amerongen te bezoeken. Gidsen vertellen u in een rondleiding van een uur veel over de geschiedenis van het kasteel en zijn bewoners. De nadruk ligt daarbij natuurlijk op de periode dat de keizer daar verbleef. Voor 5 euro is daar ook een alleraardigst boekje te koop waarin de laatste dagen van de Eerste Wereldoorlog, de vlucht van de keizer naar Nederland en zijn verblijf op Amerongen op een alleraardigste manier gedetailleerd beschreven worden. Kijk voor uw bezoek wel even op de website van kasteel Amerongen voor de openingstijden en openingsdagen.

Meer horen?

Op zondag 11 november wordt het programma ‘Andere tijden’ live uitgezonden vanuit kasteel Amerongen. In dat programma veel aandacht voor de eerste wereldoorlog en de komst van keizer Wilhelm II naar Nederland. (NPO I 10.00 – 12.00 uur)

Comments
Loading...