De Veemarkt in Tiel bood meer dan alleen koeien

Hotel Telkamp in 1930 collectie Smit/Kers

Elke stad had marktrechten en dat was in Tiel niet anders. Vanouds was het streekcentrum en dat boeren uit de omgeving regelmatig hun producten in Tiel te koop aanboden, was dan ook logisch. Opmerkelijk is wel, dat daarvoor in Tiel niet één centraal marktplein was, maar dat voor allerlei producten aparte pleinen of straten werden gebruikt.

Van Sint-Walburg naar ‘Voor de Burensche Poort’

Grote dieren – runderen en paarden – werden verhandeld op wat men oorspronkelijk de Beestenmarkt noemde en later de Veemarkt. Nadat in 1679 de oude en vervallen Sint-Walburgkerk was gesloopt, kwam er tussen de daar geplante iepenbomen ruimte voor die handel. Dat bleef zo tot 1839. Toen werd door tuinarchitect Zocher na het slopen van de Tielse stadsmuur aan de grachten een parkomgeving gecreëerd. Daar paste de beestenmarkt kennelijk niet in. Die werd daarom verplaatst naar de overkant van de gracht, op een terrein dat werd omschreven als ‘Voor de Burensche Poort’. Dat terrein werd door de gemeente in 1884 officieel Beestenmarkt genoemd, maar de gebruikelijke naam was ook toen al Veemarkt. Officieel kreeg het plein pas in 1930 die naam.

Een echte markt

De Veemarkt met Betuwse huifkar in 1901 collectie Smit/Kers

Op maandag 3 januari 1905 liep de jonge onderwijzer Gerrit Jan Peters door de Stationsstraat naar het Tielse centrum. Het eerste wat hem opviel waren de tientallen Betuwse huifkarren die gestald stonden achter Café Ringelenstein aan de Veemarkt. Het was marktdag in Tiel! De veemarkt bloeide toen nog en op het plein stonden koeien vastgebonden aan de palen die er stonden.

Dat beeld moet de Tielse Veemarkt ruim honderd jaar lang hebben geboden. Het plein bood bijna wekelijks plaats aan rundvee. Begin twintigste eeuw was dat standaard op maandag (behalve als dat een kerkelijke feestdag was). In de negentiende eeuw waren de marktdagen niet op vaste dagen en verschilden ze per seizoen.

De Veemarkt in 1911 collectie Smit/Kers

De handel in vee was omvangrijk in Tiel. Midden negentiende eeuw werden er jaarlijks tussen 4000 en 5000 runderen verhandeld. Het plein werd een paar maal per jaar ook gebruikt voor de handel in paarden.

Door de omstandigheden in de Tweede Wereldoorlog werd de markt gestaakt. Onder grote belangstelling werd hij op 19 november 1945 hervat. Maar strengere regelgeving en schaalvergroting in de agrarische sector maakten er een einde aan.

Café Ringelenstein en Hotel Telkamp

Café Ringelenstein in 1911 collectie Smit/Kers

Al in 1830 was er een herberg vóór de Burense Poort. Dat pand werd in 1885 gekocht door Huibert van Ringelenstein. Zijn café-restaurant ving vooral de marktkooplieden op, maar ook mensen die net van de trein kwamen en zelfs Tielse scholieren wisten zijn terras aan de Veemarkt te vinden.

In 1917 nam W.C. Telkamp het etablissement over. Die liet het twaalf jaar later slopen en er kwam een nieuw hotel te staan. Dat kreeg zelfs een concertzaal en een kegelbaan.

Hotel Telkamp met bioscoop in 1930 collectie Smit/Kers

In de concertzaal begon in 1930 ook de Luxorbioscoop. Die verhuisde in 1934 naar de Waterstraat, maar Telkamp bleef in het – nu Chassétheater genoemde – zaaltje films vertonen. In de oorlog werd het pand zwaar beschadigd, maar in 1947 werd het hotel onder leiding van J.J. Rouwhorst heropend.

Hotel Rouwhorst 1972

Het bestond nog tot 1972. Toen sloot het en werd het gesloopt. Een bankgebouw nam de plaats in.

Andere bedrijven

Garage Moll op het Burgemeester Hasselmanplein in 1939 collectie Smit/Kers

Ook andere bedrijven vestigden zich aan de Veemarkt. In 1920 was dat bijvoorbeeld garagebedrijf L.A. Moll, dat op de hoek van de Stationsstraat ‘automobielen’ verkocht en repareerde. Op de hoek van het Molenstraatje begonnen de gebroeders Laméris in 1909 met de rijwielfabriek BATO. Een halve eeuw later – in 1960 – kwam de Hilversumse Meubelfabriek in dat pand. Het duurde echter niet lang, of de industrie maakte plaats voor een supermarkt.

Veemarkt, Molenstraatje en Beatrixlaan 1968
Veemarkt 1968

Albert Heijn opende op die plek al in 1968 zijn supermarkt. Rond 1900 waren er aan de Veemarkt ook nog een zeepfabriek en een smederij gevestigd.

De grens van de Veemarkt

In de negentiende eeuw waren straatnamen meer als gebruiksnaam dan als exacte locatie in zwang. De Beestenmarkt was dus simpelweg het terrein vóór de Burense Poort, maar waar dat exact begon en eindigde, was wat duister. In 1882 werd in elk geval besloten om de Veemarkt te vergroten tot op de hoek van de Heiligestraat, Twee jaar later kreeg het geheel de officiële naam Beestenmarkt. In 1930 veranderde dat in Veemarkt.

Na de geboorte van Prinses Beatrix in 1938 besloot de gemeenteraad van Tiel echter om het deel van de Veemarkt vanaf de hoek met de Sint-Walburgbuitensingel mét het Tielse deel van de Papesteeg om te dopen in Prinses Beatrixlaan. Nadat onder Duitse druk dit stuk straat moest worden hernoemd in Marktstraat, werd vanaf 1945 de naam Beatrixlaan hersteld.

De in 1896 geplaatste Hasselmanlantaarn op de Veemarkt (1903) collectie Smit/Kers

Aan de andere kant is het nog wat verwarrender. In 1895 werd vóór Café Ringelenstein een lantaarn geplaatst ter ere van het zilveren jubileum van burgemeester B.R.P. Hasselman. Vervolgens besloot de gemeenteraad van Tiel in 1930 dat deel van de Veemarkt in het vervolg Burgemeester Hasselmanplein te noemen. Vijf huizen kregen een nieuw adres.

Bushalte Veemarkt en VVV-kiosk op het Burgemeester Hasselmanplein collectie Smit/Kers

Maar aan de kant van het water bleef de bushalte de naam ‘Veemarkt’ dragen en die naam werd ook gebruikt, toen de VVV in 1952 een kiosk op die plaats kreeg. Nu spreekt men dus ook van de Coffeecorner op de Veemarkt. Maar staat die nu niet eigenlijk op het Burgemeester Hasselmanplein? In 1985 heeft de gemeente de begrenzingen ter plaatse vastgelegd.

Er zijn plannen het burgemeester Hasselmanplein opnieuw in te richten. Zie: https://detielenaar.nl/nieuws/2021/04/omgeving-burense-poort-krijgt-opknapbeurt/

Comments
Loading...