Versteeg

Al geruime tijd poog ik Tielenaren, die Versteeg(h) heten en mijn pad kruisen, te verleiden. Dit door haar of hem te vertellen dat het de moeite waard zou zijn eens zo diep mogelijk te gaan graven naar de roots van deze familie. Maar voorzover ik weet heeft mijn verleidingstactiek tot nu toe gefaald en heeft nog niemand zich aan de klus gewaagd. Terwijl er toch nogal wat Verstegens zijn. Want etymologisch horen ook de Van de Steegs en Ter Stege’s erbij.

De aanleiding van mijn driften schuilt in een tweetal oorkonden in het archief van de Duitse Orde – één van 1366 en één van 1384. In die 14e eeuw was wat nu de Grotebrugsegrintweg heet nog een karrepad, dat afliep van de hogere Zandwijkse gronden naar de beemd van de Linge en ‘De Steeg’ heette. Een groot stuk land aan die Steeg heette ‘de Bollic’ of ‘dye Bolcke’. Dat is De Bulk geworden, waarop zes eeuwen later de Bulkstraat is aangelegd.

In die beide oorkonden treedt een man op, die priester is geworden bij De Duitse Orde. In die hoedanigheid mocht hij geen eigen bezit meer hebben en daarom draagt hij zijn ouderlijk versterf over aan het altaar van Sint Maria Magdalena in de Tielse Sint Maartenskerk. Dat vermogensaandeel bestond uit rechten op het land ‘De Bolcke’, gelegen aan ‘de gemene weg onder Zandwijk’. Die priester heette Rutgerus ter Stiga, oftewel Rutger Versteeg. Zijn ouders zullen dus gewoond hebben op de Bulk – een gebied waar nog altijd Verstegens wonen (althans tot voor kort woonden).

Het ligt dus voor de hand dat we hier te maken hebben met een familie, die al minstens 650 jaar op dezelfde plek woont. Een fenomenaal gegeven voor een familiekroniek. Het op een verantwoorde wijze samenstellen daarvoor zou echter geen gemakkelijk klus zijn. De doop-, trouw- en begraafregisters (de DTB’s) gaan in Tiel niet verder terug dan de Tachtigjarige Oorlog (of, als het om katholieken gaat, tot 1672) en menige onderzoeker heeft de moed allang opgegeven, vooraleer zij/hij tot die tijd is doorgedrongen. Om verder terug te gaan is men aangewezen op kohieren en de zeer omvangrijke ‘signaten’ van de schepenbanken, waarin alle eigendomsoverdrachten en boedelscheidingen werden vastgelegd. Daarop bestaat echter geen (volledige) index, sommige delen zijn zeer moeilijk te lezen en de oudste teksten zijn opgesteld in een mengelmoes van Latijn en Rijnlands/Nederlands. Een hele klus dus, maar voor wie het aandurft heb ik wel wat kapstokken.