Kolommetje: Groot leed

We hebben te maken met groot leed, zei mijn directeur een tijdje geleden. We hadden een gesprek over het waaróm van werken in een ziekenhuis. En we kwamen tot een verklaring, die u kunt lezen in ons jaarverslag, online via de website van het ziekenhuis. Toen ik bij Aalbert Hak in de jaren negentig op bezoek ging om hem in zijn kamertje te fotograferen, was me het groot leed onmiddellijk duidelijk. Aalbert was oud in mijn ogen, nu zou ik zeggen pás 60. Hij had toen al dertien jaar multiple sclerose en kon niets meer bewegen, behalve zijn hoofd. En hij kon praten, erg goed zelfs. “Een handelaar ben je niet snel voor”, zei hij er zelf over. Want hij was in zijn werkende leven kolenhandelaar. Ook toen al een beroep met een houdbaarheidsdatum eigenlijk.

Hij was naar Vrijthof gegaan om zijn vrouw niet te belasten met de zorg. Elke zondag kwam ze op bezoek voor koffie en de kerkdienst. Op de vierpersoons kamer waar hij eerst huisde had hij het moeilijk, er was niets van hemzelf, hij mocht eigenlijk niets, geen radio aan. Nu had hij een eigen kamer, met een paar meubeltjes, en een bed waarin hij het grootste deel van de dag doorbracht, de tv op Nederland 2. Geen afstandsbediening, die wou hij niet, daar gingen mensen maar mee rommelen. Wat hij nog belangrijk vond in het leven? Een kaartje krijgen, want dan had er iemand aan hem gedacht, hij liet ze in een album steken, zodat hij ze kon bekijken. “Ik kan niks bewegen, ik zit hier binnen. Daarom heb ik hier kaarten en foto’s van mensen die me lief zijn.”

Aalbert stoorde zich aan de leiding van het verpleeghuis, die niemand leek te kennen en je voorbij liep. “Je hoeft voor mij niet iedereen in huis met naam te kennen, maar zeg gewoon ha! Dan weten ze dat ze gezien zijn.” Aalbert wilde eigenlijk niet meer buiten het huis komen, hij zag natuurlijk de wereld via zijn tv, net zoals nu veel mensen denken de wereld te kunnen beoordelen op wat ze via hun smartphone waarnemen. Hij vond de wereld vol moord en doodslag. Dus nam hij genoegen met de enige veilige plek die hij had, zijn bed. Geen moment tijdens ons gesprek vestigde hij de aandacht op zijn ziekte en wat dat met hem had gedaan. Ik ken andere MS-patiënten en verwonder me telkens weer over hun veerkracht. En bewonder ze daarom. Want ik weet dat ook zij vanbinnen vinden dat ze groot leed doormaken, maar constateren dat ze moeten omgaan met de omstandigheden waarin ze zijn beland. Want net als wij kunnen ze niet weg.

Comments
Loading...