De laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog in Tiel: deel 11

Deel 11: van 16 tot en met 31 december 1944

Vanaf 16 december passeren dagelijks tientallen V1´s de Betuwe richting Antwerpen. Antwerpen was doelwit omdat dat de belangrijkste aanvoerhaven van de geallieerden was. Verschillende V1’s storten echter vroegtijdig neer. Dat gebeurt ook in de omgeving van de stad aan weerszijden van de Waal. Op 24 december stort er een neer in Wadenoijen, op 26 december , tweede kerstdag, volgde een tweede..

De bevolking is als de dood dat een V1 de Waaldijk treft bij het neerstorten. Door het hoge water, dat overigens op het punt staat om te gaan dalen, zou de hele West/Betuwe onder water lopen. Hetzelfde zou het geval zijn wanneer het onbemande straalvliegtuig de Lingedijk zou treffen. Want de Linge stond ook extreem hoog. Rond Buren staat door kwel en over de dijk sijpelend water verschillende delen van het buitengebied onder een laagje water.

De Duitsers voeren vanaf de Waaldijk, Tiel en Drumpt hevige beschietingen uit op Wamel. Het geschut werd ook gebruikt om geallieerde vliegtuigen uit de lucht te schieten.

Na twee mislukte pogingen lukt het op 16 december de Duitsers om de bruggen over de Singel in Tiel op te blazen. Het gebeurt allemaal om het de geallieerden moeilijk te maken na een eventuele oversteek van de Waal.

Als reactie op de toegenomen beschietingen vanuit Tiel op de dorpen in het land van Maas en Waal besluiten de Canadezen een zware artillerie-eenheid naar het Waalfront te sturen. De opdracht luidt: “to beat up Tiel” of wel Tiel te verwoesten.

De laatste dagen zijn er veel geallieerde soldaten uit het land van Maas en Waal naar Belgie gestuurd om een eerder begonnen Duitse aanval in de Ardennen te stoppen en de Duitsers terug te dringen. Om de kleinere afwezigheid in het land van Maas en Waal te verhullen, laten zij langs de dijken jeeps rijden die via versterkers het geluid van rijdende tanks en andere legervoertuigen nabootsen.

Vanaf zondag 17 december voeren de Duitsers de patrouilles langs en op de Waaldijk flink op. Daardoor is het wellicht te verklaren waarom het de groep verzetsmensen niet lukte om in de nacht van 19 op 20 december een Engelse piloot, die in Tiel verborgen gehouden werd, de Waal over te krijgen. De droeve gevolgen beschreven we in deel 10 van deze serie. Ook al is het zondag, het versterken van de dijken gaat gewoon door. Een paar honderd mensen – zo schrijft Eva Jansen – zijn die dag koortsachtig aan het werk.

Truus van Dee meldt dat de Sint Maartenskerk niet meer voor de zondagse kerkdienst gebruikt kan worden. Ook de ‘vrijzinnig hervormden kerken nu in de Eben Haezer’.

Op 18 december wordt voor de zoveelste keer omgeroepen dat iedereen die geen Ausweis heeft, Tiel nu toch echt moet verlaten.

De BAB wist tot nu toe de evacuatie steeds uit te stellen. Dat deed voorman Buisman omdat hij verwachtte dat de bevrijding een kwestie van dagen of weken was. Maar nu dacht hij daar anders over. De situatie in Tiel was te gevaarlijk geworden en er kwam steeds meer gebrek aan noodzakelijke levensmiddelen. Bovendien legden de geallieerden hun prioriteit bij het terugdringen van de Duitsers in de Ardennen om vervolgens Duitsland in te trekken. In de Ardennen waren de Duitsers een tegenoffensief begonnen dat in eerste instantie wat succes had. Tot slot was hij er van overtuigd dat een algehele gedwongen evacuatie in januari naar het verre Friesland niet langer te voorkomen was. Nu konden de inwoners nog dichter bij Tiel blijven. De Duitsers hadden hem opgedragen om te zorgen dat er vanaf 18 december iedere dag 1000 inwoners de stad verlieten.

Buisman stelt een strak schema op om de mensen te verplaatsen. Dat gebeurt op vrijwillige basis naar de Vijf Herenlanden.

De BAB heeft voor deze evacuatie golf de beschikking over zestien eenassige paard-en-wagens en enkele vierassige door paarden getrokken platte wagens. Die maken in konvooi iedere dag een rit van Tiel naar Beesd of Deil en moeten dan weer snel naar Tiel voor de volgende rit op de andere dag. In totaal verlaten op deze wijze tot 23 december een kleine duizend inwoners de stad. Het aantal van duizend per dag wordt bij lange na niet gehaald. Tielenaren weten hoe het gaat met je spullen wanneer je evacueert en kiezen liever voor de onveilige zekerheid. Velen denken bovendien dat de oorlog iedere dag afgelopen kan zijn.

Bernard Bruggeman heeft het in Culemborg ook niet gerieflijk. Hij schrijft dat er na 21 december geen water meer uit de kraan zal komen. In Culemborg worden op verschillende plaatsen waterputten gegraven en pompen geplaatst.

Gerrit Bouwhuis mijmert in zijn dagboek op 19 december over alles wat hij en zijn familie missen. Er is op zijn evacuatie adres geen licht en hij heeft niet zoals sommige anderen de beschikking over een carbid- of olielamp. Hij moet het met zijn familie met zogenaamde drijvertjes doen. Er komt maar een paar uur per dag water uit de kraan. De rest van de dag en een deel van de volgende moet je het doen met de watervoorraad die je getapt hebt. Kranten zijn er niet meer. “Je moet het hebben van geruchten en ooggetuigenverslagen uit de zoveelste hand. Het leven is meer strijd dan leven. Op allerlei manieren proberen we te ontkomen aan de maatregelen van de Duitsers en ons voedsel hier te houden, onze meubels en huisraad te beschermen en het ontduiken van gedwongen arbeid,” noteert hij . Ondanks dat hij geen vergunning heeft, is hij het spergebied in de nabijheid van de Waal weer ingegaan. Hij ziet dat van vrijwel alle huizen de deuren opengebroken zijn. Alles is vervuild, onteerd en vernield. Een kijkje in zijn eigen huis maakt hem nog triester. Vrijwel alle huisraad en meubels zijn weg. Het weinige wat er nog is, is beschadigd. Ook vindt hij vreemde spullen in zijn huis. Tijdens zijn inspectietocht komen de soldaten die zijn huis in bezit genomen hebben binnen. Hij ontfutselt hen waar zijn piano en een deel van de meubels zijn opgeslagen.

Ondertussen wordt de voedselvoorziening steeds nijpender. Buiten het spergebied langs de Waal zat het westelijk deel van de Betuwe vol met Duitse soldaten, onderduikers en evacués. Huizen en schuren zaten vaak vol met mensen. In menig huis worden zowel evacués en Duitse soldaten die bij particulieren ingekwartierd waren, opgevangen. Soms verbleven er in sommige panden zelfs gelijktijdig Duitse soldaten en onderduikers of geallieerde soldaten, die wachten op een geschikte gelegenheid om over de Waal naar bevrijd gebied gebracht te worden. Jan Vermeulen schrijft in het oorlogsnummer van ‘Het leven in Tiel’ dat er eind 1944 in Zoelen, Kapel- en Kerk-Avezaath zo’n acht á negenduizend evacués en onderduikers verbleven naast enkele honderden Duitse soldaten. De drie dorpen telden toen samen 2300 eigen inwoners. Velen van de evacues, waaronder mijn ouders en ikzelf, als baby van 8 maanden oud, kwamen uit Tiel.

Gerrit Bouwhuis meldt dat er de laatste weken veel extra Duitsers naar Tiel gekomen zijn. Op 22 december komen er een flink aantal bij. Het was een ware intocht. Om hen te huisvesten werden een aantal huizen gevorderd en de bewoners uit hun huizen gegooid. Deze moesten maar zien hoe ze onderdak vonden.

Hij signaleert een ernstig melktekort in Tiel en onderzoekt hoe dat komt. In Drumpt blijkt dat tegen de eigen regels in Duitse soldaten bijna alle melk vorderen zonder er een cent voor te betalen. Gerrit komt in actie en de bevolking krijgt meer melk. Hij blijft de zaak in de gaten houden. Bouwhuis weet ook te voorkomen dat 3000 koeien uit de onmiddellijke omgeving van Tiel naar Duitsland afgevoerd worden. Gerrit is niet bang. Bij Verweij en Spoorenberg weet hij een grote hoeveelheid witte stroop en vele tonnen aardappelmeel in Tiel te houden zodat die verdeeld kan worden onder de bevolking. Hetzelfde gebeurt met een ander schaars produkt, zeep van Verdugt.

Gerrit maakt verschillende reportages van gebeurtenissen tijdens de laatste fase van de oorlog in Tiel. De VPRO zond tijdens een speciaal aan hem gewijde uitzendcyclus op zondagmorgen een aantal van de opnamen uit. De lakplaten, waarop al die opnamen staan, zijn nu een kostbaar bezit van het Archief voor Beeld en Geluid in Hilversum.

link naar OVT uitzending:  https://www.vpro.nl/programmas/ovt/speel~POMS_VPRO_207887~ovt~.html  03:50 en 01:00

In de nacht van 24 op 25 december lukt het om de Engelse piloot, Leo Heaps heette hij, die ongewild de oorzaak was van de fusillade op 24 december, vanuit Zennewijnen naar bevrijd gebied te brengen. Op de terugweg neemt de crosser Leo Wilkens en Piet Westdorp vanuit het zuiden mee naar Tiel. Eenmaal aan wal duurde het vijf uur voordat ze veilig door de Duitse wachtposten konden komen. Hun bagage bestond uit penicilline dat meer dan welkom was bij de Tielse artsen en een zender en ontvangset waarmee ze verbinding konden maken met het Engelse verkenningsvliegtuig, ook wel de puinkijker genoemd, dat regelmatig boven Tiel te zien was. Tot 19 januari 1945 heeft deze set dienst gedaan van uit het huis van Leo Wilkens aan de Böhnhofflaan nr. 6. Toen moest zoals we later zullen zien Tiel halsoverkop evacueren.

Jan van Elzen wist via Opijnen met zijn gezin de overkant te bereiken en sloot zich aan bij de geallieerde Intelligence Service (= inlichtingendienst).

De inwoners van Tiel leven op 24 december ’s ochtends tussen hoop en vrees. Zal de bezetter het dreigement om vijf onschuldige Tielenaren te fusilleren uitvoeren? Rond 13.00 uur wordt die vrees bewaarheid. Tiel is in shock en wacht angstig af of er nog meer mannen gefusilleerd zullen worden. Dat gebeurt gelukkig niet.

Lies ten Bokkel H schrijft op 25 december in haar dagboek: ´Het was moeilijk om kerst te vieren na de ingrijpende gebeurtenissen van de dag er voor. Om 11 uur ben ik naar de kerk geweest. Ds. Oldeman preekte. Het was prachtig maar aangrijpend. De hele kerk heeft zitten huilen. De dominee: ‘Ik hoop dat die mensen gisteren toen ze voor de lopen stonden, de ogen van Christus gezien hebben.”

De dagen voor Kerst viel de winter in alle hevigheid in.

Op 26 december brengt Prins Bernard een bezoek aan Leeuwen, de nacht van de 25e was nog een grote Duitse patrouille de Waal overgestoken, maar die konden geen kwaad doen. Ze werden opgevangen door de geallieerden. Twaalf Duitsers overleefden de oversteek niet, de overige twintig werden krijgsgevangen gemaakt. Het gebeurde wel vaker dat de Duitsers ’s nachts de rivier overstaken om wat verkenningen te doen. Soms ging dat gepaard met brandstichting of vernieling of namen zij een of meer inwoners of geallieerde soldaten als gijzelaar mee terug. .

Op 27 december sterft in Wuppertal Gerard van IJzendoorn op 20 jarige leeftijd. Gerard was tewerkgesteld in Duitsland. De omstandigheden waaronder hij stierf zijn niet bekend. Hij werd geboren in Wadenoijen en woonde tijdens de oorlog in de Weerstraat in Tiel.

Op 28 december wordt bekend dat de Tielenaren die nog in Tiel verblijven – dat zijn er op dat moment inclusief evacues van elders nog altijd ongeveer 13.000 volgens een schatting van Gerrit Bouwhuis, voorlopig in Tiel mogen blijven.

Niet alleen inwoners sneuvelden in deze periode door het oorlogsgeweld. Ook Duitse militairen vonden regelmatig de dood door ongelukken tijdens het transport en vooral beschietingen. Zij werden tijdelijk begraven op begraafplaatsen in de regio. Ook in Tiel zijn er een aantal begraven en later weer opgegraven en naar hun definitieve rustplaats overgebracht.

In Tiel wordt een noodrechtbank in gebruik genomen. NSB-burgemeester Beekman, die voor zijn benoeming tot burgemeester als rechter aan het kantongerecht in Tiel verbonden was, is de enige rechter.

Zaterdag 30 december krijgen de Tielenaren te horen dat wanneer er weer een overval op een politiebureau plaatsvindt, de hele stad zonder pardon direct massaal zal moeten evacueren. Tielenaren die een evacuatieplaats in de buurt gevonden hadden, mogen voortaan zonder speciale vergunning de stad niet meer in. Alle in- en uitgangen worden bewaakt door politieagenten en Duitse soldaten om dit bevel te controleren. Het Bureau Afvoer Bevolking wordt door de Duitsers niet langer erkend. Ze vinden Buisman maar een zeurkous die de evacuatie traineert en de Duitsers bovendien ook nog tegenwerkt. 

Tijdens oudjaar voeren de geallieerden bombardementen uit op ondermeer de spoorbruggen bij Geldermalsen en Culemborg en de verkeersbrug bij Vianen. De Betuwe raakt hierdoor steeds meer geïsoleerd.

Met lichtkogels boven de Waal wensen de Duitse en geallieerde soldaten elkaar rond middernacht een gelukkig Nieuwjaar.

De vorst zette door en ondanks alle ellende halen veel Tielenaren de schaatsen uit het vet.

In 1944 vielen er in Tiel onder de bevolking 23 doden en 93 gewonden. Van feest was er tijdens de jaarwisseling van 1944 naar 1945 geen sprake. Daarvoor was de ellende te groot en zat de executie van 5 bekende Tielenaren op 24 december nog te vers in het geheugen.

Gebruikte bronnen bij deze bijdrage:

De website van de het Kalendarium van Tiel van de Historische Werkgroep van de Oudheidkamer Tiel

De dagboeken ‘Houdt goede moed’, ‘Waar blijven de Tommies’ en het oorlogsdagboek van Eva Jansen.

De website https://wo2.oudheidkamer-tiel.nl/slachtoffers_oorlogsgeweld.php

Irene Nieuwenhuise, Tiel op de vlucht, Tielse evacués welkom in Friesland, Van Eck &Oosterink uitgevers

Alphen, j van: Tussen Waal en Lek, 1939 – 1945

Het leven in Tiel, Wadenoien en Kapel-Avezaath, nummer 9, oorlogsjaren; Oorlogsjaren in Kapel-Aavezaath

Comments
Loading...