De laatste maanden van de tweede wereldoorlog in Tiel: deel 9

Deel 9, 8 tot 15 december 1944

Op vrijdag 8 december wordt er van 12.00 – 15.00 uur weer eens hevig geschoten. Mogelijk heeft dat te maken met het bezoek dat de Rijkscommissaris Seyss-Inquart, de ongekroonde onderkoning van Nederland, toen aan Tiel en nabijgelegen dorpen bracht. De Oostenrijker was vooral geïnteresseerd in het gevaar dat de Duitsers bedreigde. Hij inspecteerde dijken en maakte ook een rit door de Waterstraat. Wanneer we C.D. Feijten, journalist van de Nieuwe Tielse Courant, mogen geloven, scheelde het maar enkele minuten of hij was in de winkelstraat getroffen door een Engelse granaat.

Nog geen jaar later zou Seyss-Inquart door het Internationale Militaire Gerechtshof te Neurenberg ter dood veroordeeld worden en is hij via de strop om het leven gebracht.

De beschietingen met granaatvuur treffen zes mensen in Tiel. Vier van hen zijn licht en twee ernstig gewond. Leden van het Rode Kruis verleenden eerste hulp en brachten de slachtoffers naar het noodziekenhuis.

Heel Tiel is in de ban van het water. Van twee kanten wordt de stad met overstroming bedreigd. De Waaldijk kan het begeven en dan is er ook nog de watermassa aan de Echteldse zijde van de stad. Met man en macht wordt gewerkt aan het verstevigen van de verse dijk van het Amsterdam Rijnkanaal. Dat kanaal is nog in aanleg. Uit de hele regio worden mensen opgetrommeld om te helpen. Onder hen een flink aantal evacués die de honger in onder meer Rotterdam zijn ontvlucht om in de Betuwe onderdak en meer voedsel te vinden. Ervaren grondwerkers vergapen zich aan de onhandigheid waarmee deze mensen met een kruiwagen manoeuvreren.

Bernard Bruggeman is van Culemborg naar Tiel gekomen om wat mensen te bezoeken en spullen uit zijn huis te halen. Hij ziet dat de toren van de Sint Maartenskerk zwaar gehavend is, maar verrassend genoeg nog overeind staat.

Ondertussen zijn verschillende lage delen van de stad door kwelwater en sijpelend water van de kanaaldijk ook onder water komen te staan. Met roeiboten krijgen de bewoners wat brood aangereikt. De meeste schuilkelders in de stad zijn onbruikbaar geworden. Daar staat een flinke laag water in.

De Duitsers hebben voor de zoveelste keer verordonneerd dat de Tielenaren nu echt moeten vertrekken. Vandaag 8 december had de stad leeg moeten zijn. Maar ook die datum wordt niet gehaald. Eerder wist Dick Buisman, het hoofd van het Bureau Afvoer Bevolking enkele malen uitstel te krijgen, na herhaald en indringend aanhouden. Buisman deed dit omdat hij verwachtte dat de Engelsen ieder moment de Waal over konden steken. Dat gebeurde echter niet. Later vormde de tyfus, die in delen van Nederland was uitgebroken reden voor uitstel van een verplicht vertrek. Nu vormde het hoge water de reden. Tielenaren verliezen door de vele deadlines die telkens verstrijken het vertrouwen in het Bureau Afvoer Bevolking. Later blijkt dat dit wantrouwen misplaatst is. De B.A.B. deed goed werk. Dit keer hadden gezien de omstandigheden veel Tielenaren wel willen vertrekken. Gebrek aan schuilplaatsen in kelders, het niet aflatend schieten en de angst voor een dijkdoorbraak wegen voor hen zwaarder dan de wetenschap dat na je vertrek je huis doorzocht wordt en veel spullen verdwenen zijn.

Ondanks dat bijna alles in Tiel beheerst wordt door de angst voor een overstroming, gaan de Duitsers gewoon door met het doorzoeken van verlaten woningen. De buit wordt in treinwagons naar Geldermalsen gebracht en vindt vandaar zijn weg naar Duitsland. Daar is de ellende onder de burgerbevolking in veel plaatsen minstens zo groot als in Tiel.

Een van de tekeningen die Wim Daalderop tijdens de oorlog maakte en die gebundeld zijn in de uitgave Getekend door oorlog: De tekeningen zijn beschreven door dr. E. Smit en uitgegeven door het Regionaal Archief Rivierenland.

Voor extra onzekerheid en ellende zorgt een nieuw type van de V1-raket, de V2 (Vergeltungswaffe 2). Duitsers vuren ze vanaf mobiele lanceerplaatsen in Oost-Nederland af op Antwerpen. Antwerpen was de belangrijkste toevoerhaven voor de geallieerden. De V2’s blijken onbetrouwbaar, velen bereiken hun doel niet. In de Betuwe vallen er verschillende vroegtijdig neer. Dat veroorzaakt naast een enorme knal ook veel verwoesting en laat ruiten, voor zover nog aanwezig, tot in de verre omtrek sneuvelen. Een V2 was in staat om een compleet huizenblok te vernietigen.

In Ingen, Maurik en Lienden staat het water 2,5 meter hoog in de huizen. Schapen verdrinken, rundvee wordt gestald in de wat hoger gelegen kerken. Fruit drijft rond en wordt waardeloos. Hetzelfde geldt voor de ingekuilde aardappelen en wortelen. Er is een groot gebrek aan roeiboten om mensen af te voeren en voedsel rond te brengen. Vooral Maurik was overbevolkt door duizenden evacués.

Op 9 december noteert Eva Jansen in haar dagboek dat zij steeds meer mensen op klompen ziet lopen. Er zijn al tijden nagenoeg geen schoenen meer te koop en de enkele paren, die de mensen bezaten, zijn totaal versleten.

Door het hoge water wordt het voedsel nu echt schaars. Sommige Tielenaren , waaronder de ouders van Eva Jansen delen hun wintervoorraad aardappelen met mensen die helemaal geen voedsel meer hebben. Als reactie op de spoorwegstaking eind september verboden de Duitsers vervoer per schip. Dit en het feit dat veel spoorwegmateriaal was afgevoerd naar Duitsland waren belangrijke oorzaken van het voedseltekort.

Op 12 december bezoekt Truus van Dee het woonhuis, dat ze enkele weken eerder noodgedwongen verliet. Het valt haar mee. Er is niet veel kapot en het huis lijkt snel weer bewoonbaar te maken.

Boodschappers gaan in Tiel langs de deuren. Hun indringende boodschap en advies: breng alle waardevolle spullen en eetwaar naar de eerste verdieping of zolder”.

Men begint zich nu echt zorgen te maken, dat de kanaaldijk het niet houdt. De afgelopen dagen zijn uit heel het land ingenieurs van Rijkswaterstaat naar Tiel gedirigeerd. Zij geven leiding aan het versterken van de dijk, zoeken zwakke plekken op en begeleiden de vele honderden vrijwilligers die met schop en kruiwagens aan het werk zijn.

Lies ten Bokkel Huinink noteert dat je bij de bakker uren in de rij moet staan voor een brood en uiteindelijk toch nog misgrijpt wanneer je aan de beurt bent.

In de eerste helft van december stierven er als gevolg van de oorlog drie personen die in Tiel woonachtig waren of daar geboren zijn.

In concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg overlijdt Frederik Hendrik Kraai. Kraai was gemeenteambtenaar in Amsterdam en lid van het verzet aldaar. Hij werd 47 jaar.

Op 10 december sterft Marinus (Rien) van Drenth in Langestein, een subkamp van Buchenwald in de buurt van Weimar. Mogelijk was hij daar als dwangarbeider ondergebracht. Langestein was een kamp waar dwangarbeiders, die moesten werken in een ondergrondse vliegtuigfabriek, werden ondergebracht. De situatie in het kamp was zeer slecht. Door gemis aan voorzieningen en slechte verzorging kwamen drie- van de vijfduizend dwangarbeiders daar om het leven. Drenth was in Wadenoijen geboren en was in Tiel postbeambte. Hij stierf op 23-jarige leeftijd.

Op 15 december wordt bij de Hollandia melkfabriek in Purmerend Antonie Breetveld samen met twee anderen gefusilleerd als represaille voor een overval van het lokale verzet op deze fabriek. Een knokloeg roofde er 9900 kilo suiker. Anthonie was evenals zijn twee lotgenoten betrokken bij het verzet en zat toen de overval plaatsvond gevangen in Amsterdam.

Gebruikte bronnen bij deze bijdrage:

De website van de het Kalendarium van Tiel van de Historische Werkgroep van de Oudheidkamer Tiel.

De dagboeken ‘Houdt goede moed’, ‘Waar blijven de Tommies’ en het oorlogsdagboek van Eva Jansen.

De website https://wo2.oudheidkamer-tiel.nl/slachtoffers_oorlogsgeweld.php

Irene Nieuwenhuise, Tiel op de vlucht, Tielse evacués welkom in Friesland, Van Eck &Oosterink uitgevers

Vijf jaren leed in het land tusschen Maas en Rijn door C.D. Feijten

Laurentius V, De Betuwe in stelling, Arend Datema Instituut Kesteren

Comments
Loading...