De laatste maanden van de tweede wereldoorlog in Tiel: deel 5

Bijdrage 5: periode 7 tot en met 13 november 1944

Het is vandaag dinsdag 7 november. Buiten gieren de najaarsstormen en dreunt het kanon. We durven ons niet meer op straat te wagen, want de granaten kunnen ons dodelijk treffen. Wat is het nu toch vreselijk in Tiel. De Engelsen zitten in Wamel. U zult zeggen zo dichtbij maar nog niet vrij. In Drumpt en in Zoelen staat ook geschut, maar van de Duitsers en dat gaat maar tegen elkaar in. O, ons arme Tiel heeft er zo van te lijden. Eerst zag je elke avond de mensen die in de stad woonden met bedden en dekens op evacuatiekarren naar Drumpt en verder trekken, omdat ze ’s nachts tenminste rustig konden slapen. Maar dat is nu ook afgelopen. Sinds er Duits geschut staat – dat staat er pas enkele dagen – is het nergens meer veilig.”

Zo luiden de eerste regels van het dagboek van Eva Jansen. Dat dagboek begint ze op 7 november 1944. Eva werd geboren op 23 juni 1929 en was toen dus 15 jaar. Zij woonde toen met haar ouders en haar oudere zus op het adres Lingedijk 36. In de volgende afleveringen van deze artikelenreeks zullen we ook regelmatig informatie uit dit dagboek gebruiken of citaten letterlijk overnemen voor ons kalendarisch verslag van de laatste oorlogsmaanden. Regelmatig brengt Eva – wanneer er weer hevig geschoten wordt – vele uren door in een door de Duitsers gemaakte schuilkelder. Die bevindt zich zoals Eva dat noemt achter de Roomse school aan de Jacob Cremerstraat. Dat was nodig omdat de kelder van het huis van de familie Jansen een houten plafond had en bij een inslag de last van veel puin niet kon dragen. Eva vertelt dat er in Tiel hevig op de Engelsen gescholden werd. “Wat zijn dat voor bevrijders”, en “Daar heb je dan zolang op gewacht”, noteert ze. Omdat er al enkele weken vrijwel geen stroom geleverd wordt, heeft de moeder van Eva de afgedankte strijkbouten, die je op de kachel warm moet maken maar weer van zolder gehaald. Eva zelf helpt haar moeder in het huishouden, want de scholen zijn al enkele weken gesloten. ’s Morgens komen buurtgenoten warm water halen bij de Jansens. Want die steken de kachel veel vroeger aan dan de buurtgenoten en hebben dus al vroeg warm water. De meeste inwoners hebben weinig tot geen kolen of hout om de kachel te stoken.

Burgemeesterswissel

7 november krijgt Tiel ook een nieuwe burgemeester. We zagen eerder dat burgemeester Cambier van Nooten op 17 september overhaast vertrok toen twee Duitsers hem wensten te spreken op het gemeentehuis. Het vermoeden was dat zij weinig goeds van zins waren en de burgemeester in gijzeling wilden nemen. Feitelijk kwam met zijn vlucht de burgemeesters positie vacant.

Tjeerd Vrij beschrijft in zijn boek ‘Bittere tranen, over de Jodenvervolging in Tiel’ hoe moeilijk de positie van Cambier van Nooten was gedurende de oorlogsjaren. Naarmate de oorlog vorderde en de repressie toenam, werd het volgens Vrij steeds meer de vraag welke belangen hij als burgemeester nog diende. Die van de bevolking of die van de bezetter? Duidelijk is dat de burgemeester niet fout was. Hij concentreerde zich tijdens de oorlogsjaren vooral op de openbare orde en veiligheid en toonde geen al te zichtbaar lijdelijk verzet. Een aantal collega’s in het land besloten al eerder hun ambt neer te leggen, anderen waaronder Cambier van Nooten waren lang van oordeel dat zij het beste op hun post konden blijven om de benoeming van Duitsgezinde NSB-ers in hun functie te verhinderen. Door niet eerder af te treden moest de burgemeester wel meewerken aan de uitvoering van bijvoorbeeld anti-Joodse maatregelen. Cambier van Nooten heeft over zijn al dan niet aanblijven gecorrespondeerd met de secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken Karel Frederiks. Daar had hij een goede band mee.

Dat er veel voor het lang aanblijven van Cambier van Nooten te zeggen viel, bleek na zijn vertrek. In zijn plaats werd de Tielse kantonrechter en NSB-er L.A.J. Beekman op 7 november aangesteld. Die werkte een stuk enthousiaster mee om de Duitse wensen en bevelen uit te voeren en moest zich daarvoor na de oorlog verantwoorden.

Tjeerd Vrij concludeert in het hoofdstuk over burgemeester Cambier van Nooten: “Burgemeester Cambier van Nooten had tijdens de oorlog een prima verstandhouding met de Tielse bevolking en dat was niet voor niets. Achter de schermen heeft hij veel voor hen proberen te doen. De Joodse inwoners heeft hij evenals veel van zijn collega’s echter in de kou laten staan”.

Zelf schrijft de burgemeester later na de bevrijding hierover: “Ik meen gebleven te zijn zolang de vijand het mij niet onmogelijk maakte mijn taak te vervullen in het belang van de bevolking en op een wijze die ik verenigbaar achtte met de trouw aan mijn land. Toen dat niet langer mogelijk was, ben ik heengegaan.”

Tijdens een groot deel van de oorlog moest de burgemeester het stellen zonder verdere bestuurlijke hulp. wethouders en gemeenteraad werden al in de eerste oorlogsjaren op non-actief gesteld.

Op 7 november is het ’s ochtends rustig, maar ’s middags wordt er flink geschoten vanuit Wamel. Ziekenhuis Bethesda wordt getroffen evenals de consistoriekamer bij de Sint Maartenskerk. Op de Veemarkt wordt een man dodelijk getroffen. Het zou gaan om een evacué uit Zeeland, die hoopte in Tiel veilig te zijn.

’s Avonds komt er een onheilspellend bericht. De inwoners van een groot deel van Tiel moeten op korte termijn hun woning verlaten. Tandarts Buisman, die de vorige dag tot leider van het Bureau Afvoer Bevolking is benoemd krijgt te horen dat alle Tielenaren die in het westelijk deel van de stad wonen binnen een uur moeten evacueren. Buisman weet dat uur na lang praten om te buigen naar twee etmalen. Ook het gebied waarbinnen alle inwoners wegmoeten, weet hij te beperken. Ruwweg komt het er op neer dat alle inwoners die ten westen van de denkbeeldig naar beide zijden doorgetrokken Kerkstraat wonen, moeten evacueren. Zij moeten in beginsel door de overige Tielenaren in huis opgenomen worden.

Aanvankelijk zouden ongeveer 8000 van de toen 12.000 inwoners, die de stad telde, huis en haard moeten verlaten. Uiteindelijk werd dit aantal door het aandringen van Buisman beperkt tot zo’n 2500 inwoners. Onder hen waren ook een aantal evacués. In heel Tiel verbleven er toen meerdere honderden. Die mensen waren voor een deel afkomstig van dorpen die ten oosten van Tiel al eerder hadden moeten evacueren. Maar er waren ook mensen uit Zeeland en Holland naar de Betuwe gekomen. Deels gedreven door het oorlogsgeweld maar ook door gebrek aan voedsel in de Randstad. In Tiel was er gebrek aan veel zaken, maar echt honger leden de mensen nog niet. Dat was in de grote steden in de Randstad wel anders. Een groot deel van de inwoners die moesten evacueren vonden een plek bij familie of kennissen. Anderen besluiten een plek te zoeken in de omliggende dorpen . Dat valt niet altijd mee. Omdat daar al veel evacués van elders opgevangen worden.

Door het evacueren van het westelijk deel van de stad wordt het voor de overige inwoners een stuk onveiliger. Want juist in het evacuatiegebied bevonden zich de grootste en beste kelders om te schuilen voor bombardementen en mitrailleurvuur en om de nacht redelijk veilig door te brengen.

Op 8 november schrijft Eva Jansen in haar dagboek: “Vanmorgen werden we om half zeven al gewekt door het kanonnengebulder. Wij wonen aan de buitenkant van Tiel. Dus hoeven we ons huis nog niet te verlaten. We krijgen nu ook evacués. Als je nu een blik op straat werpt, zie je een droevig toneel. De mensen met evacuatiekarren vol beddengoed en andere dingen beladen, spoeden zich vlug naar de plaats waar zij kunnen komen wonen.”

Lies Ten Bokkel Hunink meldt een granaat inslag bij haar buren. Zij doet ook melding van de dood van Johannes Zwitserlood. De 14-jarige jongen is getroffen door een granaatscherf. Zijn vader werd daarbij gewond.

Bernhard Bruggeman, die zijn huis ook moet verlaten, ziet geen kans om in Tiel met zes man een goed onderkomen te vinden. Gelukkig brengt An van den Berg, een goede vriendin van de familie Bruggeman uitkomst. Zij heeft in Culemborg een goede plek voor het gezin geregeld. Ook het vervoer met een paard en wagen daar naar toe is georganiseerd. Het gezin vertrekt

9 november. Het valt Bernard bij zijn vertrek op dat er in Tiel dan nogal wat drukte heerst. Velen zijn aan het slepen met huisraad en meubels. Winkeliers brengen hun voorraden naar andere delen van de stad, een trieste vertoning. Zelf heeft de familie ondanks de regen, koude en snijdende wind een redelijk voorspoedige reis naar Culemborg. Na wat stops om uit te rusten en nog even langs te gaan bij bekenden komen ze zonder problemen in Culemborg aan. Daar wachtte hen in de Zandstraat een warm onthaal en krijgen zij een weliswaar klein maar compleet appartement met een woonkamer, een grote slaapkamer, een keuken en een toilet. Culemborg blijkt een oase van rust. Gas en waterleiding functioneren er nog en er zijn meer levensmiddelen via bonnen verkrijgbaar dan in Tiel. Fijn is dat hij met zijn gezin ook weer naar de kerk kan gaan.

In Tiel wordt het ontruimde gebied met prikkeldraad afgesloten. Niemand kan er meer binnen komen.

Eva Jansen kan nog even met haar familie in het eigen huis blijven wonen. Ook Lies ten Bokkel Huinink woont aan de goede kant van de Kerkstraat. Dat geld niet voor Truus van Dee. Zij vindt met de andere gezinsleden onderdak in Tiel bij de familie van de Berg. Zij zijn daar niet de enigen, want er zijn naast het gastgezin nog drie families gekomen. De meubels van het gezin van Dee worden opgeslagen in het Gerfhuis bij de Sint Maartenskerk. Voor de oorlog heerste in Tiel een echte zuilenmaatschappij. Katholieken, protestanten en andersdenkenden meden onderling contact. Ieder had zijn eigen instituties, organisaties en winkels waar je als dat kon je inkopen deed. Truus van Dee meldt dat door de ellende van de laatste weken de scheidslijnen vervagen en er een zekere verbroedering optreedt. In Avezaath en Zoelen stellen de kerkeraden van de Nederlands Hervormde Kerk priesters in staat om de heilige mis op te dragen in hun kerken voor de katholieken die daar als evacués verblijven.

Bernard Bruggeman merkt op dat ook in Culemborg minder prettige dingen gebeuren. Op 11 november steken daar de Duitsers aan de Parallelweg in Culemborg drie woningen in brand. Het is een vergeldingsmaatregel voor het leggen van bommen bij de spoorlijn door het verzet.

Op 12 november komt het bericht dat er over drie dagen geen gas meer geleverd wordt en op 13 november gaan drie woningen in vlammen op.

In Tiel worden ondertussen verlaten woningen door de Duitsers leeggeroofd, terwijl ze via aanplakbiljetten bekend maken dat plunderaars met de dood worden bestraft.

Noot van de auteur: In de dagboeken en andere bronnen die ik voor deze reeks gebruik worden vaak feiten vermeld die de schrijvers van anderen gehoord hebben. Vaak kun je die feiten niet verifiëren met mij bekende andere bronnen. Daardoor bestaat de mogelijkheid dat sommige gebeurtenissen niet geheel juist worden weergegeven of op een andere moment hebben plaatsgevonden.

Gebruikte bronnen bij deze bijdrage:

De website van de het Kalendarium van Tiel van de Historische Werkgroep van de Oudheidkamer Tiel

De dagboeken ‘Houdt goede moed’, ‘Waar blijven de Tommies’ en het oorlogsdagboek van Eva Jansen.

De website https://wo2.oudheidkamer-tiel.nl/slachtoffers_oorlogsgeweld.php

Het boek: ’Tiel op de vlucht, Tielse evacués welkom in Friesland’

Het boek: ‘366 jaar dominicanen in Tiel

Meer lezen over B. Bruggeman? Zie de bijdrage van Walter Post op De Tielenaar: https://detielenaar.nl/historie/2019/08/oude-bekenden-2-katholiek-voorman-motor-achter-fruitcorso-corso-in-tiel/

Comments
Loading...