Oude Bekenden 10: Toen het gymnasium in Tiel nog Hebreeuws onderwees

Asser Benjamin Kleerekoper (1880-1943) was een van de bekendste Tielenaren ooit. Hij was tussen 1913 en 1931 kamerlid voor de SDAP en schreef in de krant Het Volk zevenduizend stukjes rechts bovenaan op de pagina 5, vol milde humor, ironie, bijbelse en talmoedische verwijzingen en overpeinzingen over politiek en geestelijk leven. Kleerekoper was daarmee een van de eerste columnisten van Nederland.

Hij was zoon van de Tielse rabbi Samuel Kleerekoper, die ook nog onderwees aan de kostschool van zijn schoonvader Asser Hirsch aan het Hoogeinde en docent Hebreeuws was aan het stedelijk gymnasium van Tiel. Ze woonden aan de Westluidensestraat, aan de achterzijde was de sjoel, de synagoge, die nu moskee is. Kleerekoper bezocht het gymnasium aan de Rechtbankstraat en studeerde rechten in Utrecht en Amsterdam. Zijn zus Estella was het tweede Tielse meisje dat haar HBS-diploma haalde en het eerste met een Gymnasium-B-diploma.

 

Kleerekoper werd na zijn studie journalist bij De Telegraaf en schreef daar hoofdartikelen, schetsen en rechtbankverslagen. Na een korte flirt met het zionisme ging hij de socialistische strijd aan en werd Kamerlid en lid van provinciale Staten van Noord-Holland. Kleerekoper schreef in kranten, hield lezingen en toespraken en zorgde voor een enorme ledenwinst voor de SDAP. Daar waren zijn actie in het land ook debet aan, want hij zette acties op voor werkloze textielarbeiders in Twente, haalde geld op voor vakanties voor kinderen van werkloze partijleden en zette zich in voor de Arbeiders Jeugd Centrale.

Hoe succesvol en bekend ook, het antisemitisme lag in de maatschappij van die tijd dicht aan de oppervlakte. In één van zijn columns had hij het over Tiel, toen hij de route beschreef van een optocht achter de rode banieren van de arbeidersbeweging:

“Wij gingen een stil laantje door (Voor de Kijkuit) en kwamen langs een hek met vreemde letters. Mijn moeder lag achter dat hek begraven. Ik was pas achttien toen zij stierf. ’s Morgens heel vroeg werd zij uitgedragen. Er waren geen rijtuigen in de stoet, wij liepen allemaal. Op een hoek stonden twee jongens. Een ervan zei hardop tot den ander: daar gaat den Jodin!”.

Comments
Loading...