Getuigen vertellen over de Tweede Wereldoorlog 2

In deze bijdrage over de Tweede Wereldoorlog in Tiel heb ik opnieuw enkele bijdragen uit de bundel van Wim Fase geselecteerd. Ik neem de teksten ditmaal niet allemaal letterlijk over. De eerste van Wout Groenestijn is wat ingekort en de tweede, opgeschreven door Johan Schiltmans heb ik samengevat. De derde bijdrage, ‘Mijn vriendjes gingen spelen’, is wel in zijn geheel geplaatst. Tot slot van deze lange bijdrage hebben wij het programma van de dodenherdenkingen in Tiel op 4 mei voor u samengevat.

Wout Groenestijn vertelt over de evacuatie in 1944 naar Friesland

De familie Groenestijn , woonde voor de evacuatie in de Tulpstraat. Moeder en twee kinderen moesten evacueren. Vader mocht niet mee want hij was een van de gravers die loopgraven moesten graven voor de Duitsers bij Echteld. Moeder en de kinderen gingen met opa en oma mee, lopend en af en toe een stukje meerijdend op een kar. Via Wijk bij Duurstede en Doorn liepen we in een vreselijke sneeuwstorm naar Driebergen. Daar stond de trein al klaar. Toen de trein door een beschieting stil stond, zaten er in en weiland een aantal Duitsers bij een vuur. Moeder is toen gaan vragen of Oma er even bij mocht zitten om zich te verwarmen. Toen de trein in Leeuwarden aankwam werden we direct ontluisd. De familie werd door een rijke boer opgehaald, maar die wilde ze niet meenemen. De boer had grotere jongens verwacht die op de boerderij konden meehelpen.

De mensen waren verplicht om evacués op te nemen. De familie Groenestein werd toen verdeeld over een paar verschillende adressen. Maar hebben achteraf toch nog een goede tijd gehad.

Granaatscherven zoeken verteld door Johan Schiltmans (17 mei 2005) informatie is beschikbaar gesteld door zijn jongste broer Ton Schiltmans

De familie Schiltmans woonde destijds in een inmiddels gesloopt oud boerderijtje aan wat nu de Lingeweg in Drumpt heet. In de oorlog lagen de Engelsen in Wamel en die schoten naar het bezette Tiel. Mijn ouders hadden toen vier kinderen. Zij hadden hen nadrukkelijk verboden om in de vuurlinie te komen. Een van de kinderen, Ton, was een jongetje van 7 jaar. Die had een nieuwe trui gekregen die hij aan de buren wilde laten zien. Zelf, zo vertelt Johan, was ik 5 ½ jaar en ik moest mijn vader helpen op het bietenveld. Dat vond ik geen leuk werk en ging er van door. Ik ging Ton zoeken en hoorde bij de buren waar hij heen zou gaan dat hij ondertussen bij andere buren was. Daar ging ik ook naar toe en ontmoette een boerenknecht die een koe aan het melken was. Die mopperde hevig en wilde dat ik vanwege het gevaar direct naar huis ging. Ook mijn broer had niet naar hem willen luisteren bromde hij. Met “Ze kunnen zo gaan schieten”, verklaarde hij zijn ongerustheid. Daarna zag ik Ton. Hij had interessante vlijmscherpe granaatscherven gevonden. Terwijl we daar mee bezig waren, hoorden we gefluit.” Oh! Ze gaan weer schieten”, zij Ton en duwde mij in een gat. Zelf ging hij onder in een droge sloot, die langs de dijk liep zitten. Ik was bang en wilde met mijn vijf jaar bij mijn oudere broertje liggen. Dat wilde hij absoluut niet. Ongeveer tien minuten later, die een eeuwigheid leken, hoorde ik een oorverdovend geknal. Het zou best kunnen dat ik het in mijn broek gedaan heb van angst. Na een tijdje werd het weer stil. Ik kroop omhoog en riep Ton, Ton. Maar ik kreeg geen reactie. Toen klom ik uit het gat en keek in de droge sloot. Wat ik zag was afgrijselijk. Het lichaam van Tom rookte en hij lag in twee stukken. Schreeuwen en blèrend liep ik naar mijn ouders. Daar stond mijn vader buiten al te trillen van ergernis en zorg. Toen ik riep Ton is dood, kreeg ik als eerste primaire reactie een schop onder mijn kont. Binnen vertelde ik het aan mijn moeder en de twee andere kinderen. Hun reactie laat zich raden.

De later geboren jongere broer, die de naam van zijn omgekomen broertje kreeg, vult het verhaal van Johan verder aan. “Er waren in die tijd geen hulpdiensten beschikbaar of in ieder geval niet bereikbaar. Mijn vader is hulp gaan vragen bij de buurman, maar die durfde niet mee te gaan. Met de zoon van een iets verder wonende buurman werd vervolgens het lichaam van Tom op een kruiwagen gelegd en thuisgebracht. Mijn vader heeft nooit meer over die trieste gebeurtenis kunnen vertellen. Mijn moeder wel en die had een stevig trauma opgelopen. Het drama speelde zich af op wat nu de Lingeweg heet, maar toen de Lingedijk was en behoorde bij de gemeente Wadenoijen. De man die zat te melken was de melkknecht van de familie Boudewijn en heette Catharinus Burgers. Hij woonde ook aan de Linge schuin tegenover de familie Boudewijn. De koe die Catharinus aan het melken was werd ook door een granaat geraakt. Die sloeg een complete achterpoot van de koe af.

Mijn vriendjes die gingen spelen

Een verslag van Oud-Tielnaar Jac. van der Kolk opgetekend in 2008

Het is 11 juni 1945, een uur of drie ’s middags. Ik sta wat te klussen in huis. Daar komt buiten op straat een stel kleuters aan. Allemaal een jaar of vijf tot zeven oud. Zij marcheren op hun manier, met een geïmproviseerde trommel , allemaal een helm op, op een na en allemaal met een stok als geweer. Zij spelen oorlogje. Het jongetje zonder helm, ik ken hem wel, vraagt aan mij: “Hebt u een helm voor mij”? Natuurlijk, ik heb er wel een stuk of zes in de kelder liggen. Ik zoek een mooie helm voor hem uit en dan gaan ze weer verder: De jeugd marcheert. Allemaal geleerd in de oorlog. Ik ga weer naar binnen en nog geen vijf minuten later is daar een oorverdovende knal. De hele omgeving schudt. Iedereen schrikt zich wezenloos. Wat gebeurt daar. Ik hol in de richting waar die jongetjes naar toe zijn gegaan. Want daar hoor ik de knal vandaan komen.

Wat ik even later aantref is met geen pen te beschrijven en ik zal dat mijn hele leven niet meer vergeten. Het blijft gegrift op mijn netvlies. Daar liggen ‘mijn’ kinderen van zo even op de grond: zwaar gewond of dood. Ik weet het niet. Geschreeuw alom. Kruipende en bloedende kinderen. Schreeuwende volwassenen die willen helpen, maar niet kunnen. Ik ken ze allemaal , stuk voor stuk. Ze waren vijf minuten geleden nog bij mij. Kinderen van Sijsma, knulletje van Zijderveld, en meisje Bennink, en jochie Simons, vriendjes, broertjes en neefjes. O God!

Ik moet handelen . Ik krijg een laken aangereikt en wikkel daar een jongetje in een blauw pakje in. Hij kijkt mij aan. Ik herken hem: Sjoertje een zoon van Ate en Lena Sijsma, zijn ingewanden puilen uit zijn opengereten buikje. Ontzettend. Ik aai hem even over zijn krullenbol en geef hem aan een broeder of agent, dat weet ik niet meer, die verder voor hem zal zorgen.

Dan ga ik naar de volgende. Die ligt een meter verder . Hij ligt te roepen. Hij is gewond aan zijn been. Ook hem wikkel ik in een laken en ook hij gaat naar het ziekenhuis. Het blijkt een neefje te zijn van het kereltje dat ik eerder opgeraapt heb. Zijn broertje, ook een Sjoertje, wordt dodelijk gewond weggevoerd. Epétje Sijsma – want zo is zijn naam – is de enige die de ramp overleeft. Ik ken hem goed. Hij is de jongste van de zes kinderen van de ‘optocht’ van die middag.

Die dag, 11 juni dus, worden de getroffenen uit Tiel naar het ziekenhuis in Mariënwaard gebracht, waar het Bethesdaziekenhuis tijdens de evacuatie een noodhospitaal had ingericht. In Tiel waren toen nog geen ziekenhuizen operationeel. Nel zit daar in Mariënwaard op de administratie en moet de kinderen administratief verwerken. Zij moet uit de mond van de ouders de nodige gegevens vernemen. Daarbij heeft de geloofsrust die Pie Sijsma, de moeder van Sjoertje en zijn gewonde broertje Epé uitstraalt een onuitwisbare indruk op haar gemaakt. Gedurende haar hele leven heeft Nel dat steeds weer gememoreerd.

De 11e juni wordt en blijft een pikzwarte dag voor de pas van een evacuatieperiode teruggekeerde Tielenaren. Onbegrijpelijk, waarom toch, o God ? Nu deze jonge kinderen?

Een paar dagen later is de begrafenis. Vanuit Eben Haëzer (de hervormde kerk is tijdens de beschietingen volkomen verwoest) . Ds. Wiepkema (gereformeerd en Ds. Van ’t Hof (Hervormd) leiden de dienst. Wij hebben ook een uitnodiging gekregen. Alles heel verdrietig en indrukwekkend. Maar wel onherroepelijk.

Later is gebleken dat de kinderen op die bewuste middag – nadat ze bij mij weggegaan waren, daar waar de Lingedijk overgaat in de Sportparklaan op een soort vuilnishoop een kistje vinden. Zij pakken het op en een van de kinderen – nieuwsgierig zoals zij zijn , begint aan een schroefje te draaien. Achteraf blijkt het een soort Trotylmijn geweest te zijn geweest. Met als gevolg vijf doden en een gewonde. Bij een jongetje blijkt zelfs het hoofd afgerukt en over een nabij gelegen boerderij geslingerd. Het werd later honderd meter verderop gevonden. Gruwelijk!

Onmiddellijk na het ongeluk wordt het terrein afgezet door de Canadese militaire autoriteiten. Deze geven daarbij vijftig of zestig Duitse krijgsgevangenen opdracht met pieken het omliggende terrein af te speuren naar nog meer mijnen. Je weet nooit of er nog niet meer verborgen liggen. Bij mijn weten is er nooit meer iets gevonden.

Programma herdenking oorlogsslachtoffers in de gemeente Tiel

Op 4 mei herdenken we ook in de gemeente Tiel op verschillende plekken de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Ook herdenken we burgers en militairen die na de oorlog in oorlogssituaties en bij vredesoperaties omgekomen of vermoord zijn.

Dodenherdenking in de Sint Maartenskerk

De herdenking begint om 18.45 uur met een samenzijn in de Sint Maartenskerk. Het Tiels Madrigaal koor, leerlingen van basisschool De Regenboog en RSG Lingecollege en de heer Wim Veerman van de Oudheidkamer Tiel verlenen hieraan hun medewerking. Na het samenzijn in de kerk start de stille tocht. Deze gaat langs voormalige gevangenis, de fusilladeplaats bij de coupure en het Joods monument. De stille tocht eindigt bij de oorlogsmonumenten bij de Sint Maartenskerk, waar twee minuten stilte in acht worden genomen. Hierna houdt burgermeester Hans Beenakker een korte toespraak en is er een optreden van een Moluks koor. De organisatie van de herdenking is in handen van het 4 Mei Comité Tiel in samenwerking met de gemeente.

Er is voor deze herdenkingsbijeenkomst een programmaboekje gemaakt. Dat vindt u op www.tiel.nl.

Dodenherdenking Wadenoijen en Zennewijnen

De dodenherdenking in Wadenoijen start om 19.10 uur op de parkeerplaats voor basisschool De Waaijer. Vandaar lopen de aanwezigen, onder het luiden van klokken, naar de Nederlands-Hervormde kerk aan de Lingedijk. Om 19.30 uur is er een korte herdenkingsbijeenkomst in de kerk. Om 19.50 uur is de stille tocht naar de oorlogsgraven op de begraafplaats. Om 20.00 uur worden twee minuten stilte in acht genomen. Wijkwethouder Frank Groen spreekt de aanwezigen kort toe. De plaatselijke Oranjevereniging organiseert de herdenking.

In Zennewijnen legt wijkwethouder Carla Kreuk om 17.00 uur een krans bij het monument De Roeier.

Comments
Loading...