Kolommetje: Fietstocht

De benzinepompen zijn vorige week verwijderd, daar bij Van Dijkhuizen aan de Veemarkt. En de autowasserette is dicht, hij kon zo mooi brullen aan het uiteind waar de auto’s werden drooggeblazen. Zat je erin, dan vroeg je je altijd af of je er nog wel uit zou komen, pas op het laatst gingen er hoesjes over je ruitenwissers, maar ik ben er menige kwijtgeraakt, en ook een paar antennes. Een ruwe machine.

Toch spreekt het me aan wanneer ik weer zoiets zie. Dingen gaan voorbij en hoe langer ik aandingen voorbij loop, hoe meer ze gaan. Wanneer ik een tas pak voor een vakantie, een korte, want ik houd niet van van huis gaan voor langere tijd, denk ik altijd nog aan de dag waarop ik die tas kocht, een week voor de V&D van Tiel de deuren sloot. Ik vond dat erg jammer, want V&D gunde mij mijn eerste vakantiebaantje toen ik 15 was. Van de opbrengst kocht ik een fietsje, waar ik van de weeromstuit van Rotterdam mee naar Duiven reed. Het was een mooie zomer, een agent op de kade van Gorinchem wees me de dijk oostwaarts en zei me dat dat wel een mooie route was. Ik had geen idee natuurlijk dat ik er vele kilometers meer door zou maken vanwege alle bochten, maar het was inderdaad een mooie route. Mijn eerste kennismaking met het rivierengebied staat me nog steeds als warm, pittoresk en oneindig landelijk in gedachten. Vraag me ernaar en ik zing je nog steeds de hits uit de zomer, want ik had een klein roze transistorradiootje aan mijn stuur hangen en luisterde de hele dag naar muziek en nieuws. Bij Tiel had ik een nieuwe batterij nodig, maar waar ik die precies haalde nadat ik de stad in was gefietst -de Waterpoort stond er nog niet- kan ik niet precies meer zeggen. Maar het was een memorabele tocht, de vele oude fruitbomen bij boerenwoningen staan me nog vers in het geheugen. Het was 1968.

Een paar decennia later was ik bezig met deze serie zwartwitfoto’s in de stad die ik had leren kennen als leeg, vol gaten in de bebouwing en geregeerd door een stalinistische kaste van socialisten. Die overigens nog lang aan het roer zouden blijven. De wraak van de werkende klasse, zo noemde ik die milde dictatuur vaak.

Op de foto staat trots een jongeman bij de benzinepompen, het was de laatste waar de tank nog voor je werd gevuld. Het is de zoon van Aad Nekeman, die in die tijd bij de Tielsche Courant werkte, en vaak op dezelfde persgesprekken kwam als ik. Hij was een beetje lastig als collega, want wanneer hij er ook was, kon je beter je vragen snel stellen. En, een beetje onbeleefd, maken dat je wegkwam. Want nadat een burgemeester, een wethouder, een schoolmeester of een spotbestuurder zijn verhaal had gedaan, kwam Aad steevast met de opmerking: kunt u het nóg een keer vertellen, want ik begrijp het niet. Waarna de betreffende functionaris, beleefd, zijn lezing nóg een keer deed. Dat werd me na een paar keer te gortig, en ik probeerde Aad dus altijd vóór te zijn. Dat nam hij me trouwens niet kwalijk, want Aad is een schappelijk mens.

Comments
Loading...