Oude Bekenden 32: De Betuwe had een slecht gebit

Links de woning van vader Pieter, rechts woonde zoon Dirk, ook tandarts.

Leuk, die oude woorden, een tandarts heette vroeger tandmeester. De stad Tiel had er van 1910 tot 1970 wel een heel bijzondere binnen de grachten: professor Pieter Henri Buisman, geboren in 1888.

Hij moet wel overtuigd zijn geweest van zijn wens zich met gebitten bezig te gaan houden, want in de vorige eeuw duurde tandarts worden nog een hele tijd, je moest bijvoorbeeld eerst nog een algemene medische opleiding volgen. Nu zouden we dat het diploma basisarts noemen. Maar Pieter deed dat en kon aan het Tandheelkundig Instituut in Utrecht beginnen, waar hij na enkele jaren studie in 1910 zijn bul mocht ontvangen. De tandmeester heette overigens drie jaar later al tandarts, de titel was bij wet gewijzigd.

De hele Betuwe moet op dat moment met een slecht gebit hebben rondgelopen, er was geen enkele tandarts gevestigd, zo begin twintigste eeuw. Dus Buisman had een goede negotie in het vooruitzicht. Hij woonde eerst in de Ambtmanstraat en opende zijn eerste praktijk aan de Stationsstraat35. Na zijn huwelijk in 1911 werkte hij samen met zijn vrouw Maria, die ook tandmeester was. De Utrechtse opleiding had tegen die tijd al opvallend veel vrouwelijke studenten. Het paar betrok de woning aan de gasthuisstraat 15 wonen, waar Maria Buisman een eigen praktijkruimte had, voor haar eigen patiëntenbestand.

Hun zoon Dirk werd ook tandarts, hij was degene die eind 1944 de evacuatie van Tiel leidde. Dirk, geboren in 1916, is in 2004 overleden.

Zijn vader Pieter stopte zijn praktijk in 1948, toen hij werd benoemd tot directeur van het Tandheelkundig Instituut in Utrecht. Even later werd hij hoogleraar prothetische tandheelkunde, bijgaand het schilderij dat de universiteit van hem liet maken.

Hij had op de specialisme al jaren de aandacht gevestigd, middels een reeks artikelen in het Tijdschrift voor Tandheelkunde. Toen hij in 1958 stopte was hij ook actief in de Raad van Beroep, die het handelen van tandartsen beoordeelde. Hij zetten zijn privépraktijk in Tiel voort, en hield vast aan zijn wetenschappelijke aspiraties. In zijn tuin experimenteerde hij samen met de Tielse apotheker A. Baert met pijnbestrijding en ontwikkelde hij een nieuw materiaal voor noodvullingen, dat nog lang is gebruikt. In de stad was hij maatschappelijk actief in de drankbestrijding en de alfabetisering. Daarin werkte hij samen met het dokterspaar Ter Braak. Als persoon was hij voor zijn patiënten vriendelijk, zo wil de overlevering. Zelf was hij gesloten en gedisciplineerd. Zijn werk was zijn liefhebberij, daarbuiten gunde hij zich weinig ontspanning. Hij werd onderscheiden met de versierselen behorend bij het Officierschap in de Orde van Oranje Nassau en overleed in 1982.

Comments
Loading...