Neurenberger Waren

Door Huub van Heiningen op donderdag 29 oktober 2015, geplaatst in Historie.

Door de invloed van de gilden was het voor een ondernemer van buiten niet gemakkelijk iets te beginnen in het 18e eeuwse Tiel. Dat lukte alleen door een welgestelde Tielse aan de haak te slaan, zoals bleek uit de ervaringen van de Rotterdamse broers Louis Hendrik van Loon (1766-1810) en Hendrik Willem van Loon (1768-1843).

Louis Hendrik van Loon kwam in de zomer van 1786 vanuit Rotterdam naar Tiel om daar te logeren bij zijn oom Van Eysden. Tiel moet hem goed zijn bevallen – waarschijnlijk op de eerste plaats omdat hij hier verkering kreeg met Sara Maria van Wessem, de op 14 januari 1770 geboren dochter van de zeer vermogende grondbezitter Hieronymus van Wessem. Wellicht had hij uit Rotterdam wat geld mee gekregen – hoe dan ook – Louis Hendrik trouwde toen zijn Sara Maria achttien was geworden, werd op 20 maart 1788 burger van Tiel en kocht samen met zijn echtgenote de winkel op de hoek van de Voorstad en de Korte Nieuwstraat. Er hoorden ook nog twee magazijnen bij die reikten tot aan de Oliemolenwal – de gracht dus. Omdat daar ooit prins Maurits met het statenjacht had afgemeerd, heette de winkel soms “het Princejaght”.

Merkwaardig is dat in de archivalia niet echt duidelijk blijkt waarmee Louis Hendrik de kost verdiende. Hij was lid van het schippersgilde en dat maakt het waarschijnlijk dat hij een aandeel had in de beurtvaart op Rotterdam. In de stukken heet hij echter ook wel eens boekhandelaar, wijnhandelaar of speelgoedwinkelier. Feit is dat hij goed boerd, want hij wist het familiebezit ook nog uit te breiden.

Louis Hendrik overleed echter al op 22 maart 1810 op 43-jarige leeftijd, Sara Maria achterlatend met acht kinderen. Nog in hetzelfde jaar hertrouwde ze met de tien jaar jongere wijnhandelaar Hendrik Willem Tilanus.

Een van haar zonen, de in 1805 geboren Adrianus van Loon, ging op zijn 18e werken in de drukkerij van Campagne en trok naar zijn familie in Gorinchem om zich verder in het vak te bekwamen. In 1834 kwam hij terug naar Tiel om daar de bekende drukkerij en boekhandel Van Loon te beginnen, die ook de Nieuwe Tielsche Courant uitgaf. (Over hem Biografisch Woordenboek van Tiel, deel 3, pag 64).

Omdat hij in Tiel zonder slag of stoot burger en lid van een gilde was kunnen worden achtte Louis Hendrik het vestigingsklimaat hier waarschijnlijk gunstig. Daarenboven had hij daar aan de Korte Nieuwsteeg ruimte genoeg. Hij haalde in elk geval in 1788 zijn twintig jaar oude broer Hendrik Willem naar Tiel om in hetzelfde pand een winkel op te zetten.

Hendrik Willem werd lid van het Kramersgilde en vestigde zich als borstelmaker. Al heel snel moet hij echter ontdekt hebben dat met dat vak in Tiel geen droog brood te verdienen viel. Tiel had al winkels die borstels verkochten en werd op marktdagen overspoeld door borstelmakers en bezembinders uit het Rijk van Nijmegen en Brabant. Daarom zocht hij het in een heel andere richting: de juist in die jaren snel in opkomst zijnde “Neurenberger Waren”. Daarvoor zou ook zeker een markt zijn in Tiel, waarin de leden van de plaatselijke elite elkaar graag aftroefden met nieuwigheden.

Het waren steevast producten van thuisvlijt uit het in korte tijd hierdoor beroemd geworden Neurenberg. Poppen, toverlantaarns, miniatuurwinkeltjes, bewegend speelgoed etc. etc.. Ingenieuze en zeer kostbare sierstukken en prullaria, die tegenwoordig nog vaak voorbij komen in “Kunst  en Kits” en die we in moderner vorm terugvinden op elke braderie van enige betekenis. Maar in de tweede helft van de 18e eeuw waren die Neurenberger Waren zo populair geworden dat de leden van stedelijke ambachtsgilden, zilversmeden, tinnegieters, koperslagers de gevolgen voelden in hun omzet en veel stads- en kreisbesturen de import van Neurenberger spullen verboden.

Op 24 december 1788 schreef Hendrik Willem aan de magistraat dat hij zich was gaan toeleggen op “Neurenberger galanteriën, bestaande in verscheijde kleyn gemaakt houtwerk, van allerhande poppegoed in het kleyn, kinderwagentjes, enig verlakt en onverlakt blikwerk, theeblaadjes, theestoven, blikke lantaarns, verlakte tabaksdozen, vilte muylen etc” Daarvoor was hij lid geworden van het Kramergilde, maar nu had hij ineens de dekenen van drie andere gilden – de timmerlieden, de smeden en de schoenmakers – op zijn dak gekregen. Die hadden via de deurwaarder beslag gelegd op bijna al zijn winkelwaar omdat het ging om goederen die volgens de gildebrieven alleen door de leden van hun gilde gemaakt en verkocht mochten worden.

Van Loon schreef er een brief van acht kantjes over aan de magistraat, waaruit bleek dat hij de locale situatie goed kende. Hij noemde tien gevallen waarin Tielse winkeliers in het jongste verleden goederen hadden verkocht, die strikt genomen niet tot de beperkte branche van het eigen gilde behoorden; die dus hetzelfde deden wat hem nu verboden werd. Maar de gildenbestuurders repliceerden even uitvoerig. Uiteraard hadden de weledele en achtbare heren van de magistraat in het verleden wel eens iets door de vingers gezien om te voorkomen dat een ambachtsman bij de diaconie terecht zou komen. Dat was de vrijheid van het stadsbestuur dat alle neringdoenden kende en de regels wel eens ruimhartig hanteerden om te zorgen dat er voor iedereen een boterham verdiend kon worden. Maar het was volstrekt ongepast dat iemand die nog maar een blauwe maandag in Tiel woonde, aanspraak maakte op het soepel omgaan met de regels.

Op 24 december 1788 velt het stadsbestuur een Salomonsoordeel. Van Loon mag klein gemaakt houtwerk blijven verkopen en ook kinderwagentjes, maar geen kinderwagentjes waarin een kind gereden kon worden. Ook geen “verlakt hout of witwerkerswerk, geen blank of geverfd blikwerk en geen vilte muylen waaronder leren zolen zijn geplakt” Kortom hij mag geen artikelen verkopen die in Tiel gemaakt kunnen worden of al bij leden van de drie genoemde gilden worden aangeboden. Maar hij mag uiteraard wel producten van de Tielse ambachtslieden verkopen.

Op 16 september 1789 bijvoorbeeld stond de magistraat hem toe ook houten emmers te gaan verkopen, maar wel uitsluitend de emmers die in Tiel gemaakt werden. Twee maanden later vroeg Van Loon of hij dan maar tegen een gereduceerd tarief lid zou mogen worden van alle Tielse gildens, maar het stadsbestuur gaf hem kort en bondig te kennen, dat hij niet moest zaniken maar zich strikt diende te houden aan de resolutie van 24 december 1788.

Wat doe je dan als ondernemer ? Ruim een jaar later verhuisde Hendrik Willem van Loon naar Gorichem, waar hij trouwde en zelfs stamhouder werd van Van Loons die internationale faam verwierven.

Uiteenzetting over Neurenberger Waren in het Nederlandsch Handelsregister van 1843Uiteenzetting over Neurenberger Waren in het Nederlandsch Handelsregister van 1843

Comments
Loading...