Die stoeltjes, ja

Door Walter Post op zaterdag 19 september 2015, geplaatst in Historie.

Toen mijn oude buurman meneer Cupéry nog aan de Beatrixlaan woonde, was het tijdens het corso vaste prik: vroeg op de ochtend al haalde hij uit alle hoeken van zijn huis en schuur stoelen, die hij aan de straat zette. Er ging een touw overheen om te voorkomen dat voorbijgangers op de -overigens vrij wrakke- klapstoeltjes gingen zitten.

Tegen het middaguur kwam er een hele stoet bezoekers naar zijn woning, om vervolgens plaats te nemen op de stoeltjes. Wie geen plaats meer vond, kon op het hek gaan zitten. Maar dat was vroeger, de oude heer Cupéry verblijft voor zover ik weet tegenwoordig in Vrijthof, zijn woning heeft lang leeggestaan. Maar nu wordt het pand verbouwd, en wel radikaal.

Het was een verrassing wat er allemaal in containers werd geladen en werd afgevoerd uit dat huis. Meer dan een jaar geleden al gingen twee containers huisraad richting stort. De rest van de woning volgde dit jaar, met een minstens even groot resultaat. Je begrijpt niet dat dat er allemaal in zat. Cupéry was bij mijn weten ooit aardrijkskundedocent en een groot liefhebber van stoomboten en vooral stoomtreinen. Het verhaal wil dat hij persoonlijk eigenaar was van twee stoomlocomotieven, die bij een stichting in Rotterdam in een loods werden onderhouden en die af en toe door het land reden.

En inderdaad was ergens in de jaren negentig een van die zwarte sissende locomotieven op het Tielse station te bewonderen. Cupéry op de bok. Er werden wat ritjes naar Elst en terug gemaakt, herinner ik me. De belangstelling was enorm. Het station kreeg een heel ander dimensie met die stoom en kolendamp in de lucht. Mooi om een idee te krijgen van die plek in vroeger dagen.

Maar tijd verglijdt zo snel, de buren van de oude stoombaas, het echtpaar Schouwenaars, hij was politieman geweest, is er ook al lang niet meer. Het contrast tussen die twee huizen kón niet groter zijn: Schouwenaars schoor zijn gazonnetje zowat kaal, bij Cupéry leek het wel een botanische tuin. De nette buren hielden alles in huis nauwgezet bij, de rechterhelft van het blokje huizen kon je eigenlijk niet betreden zonder kaplaarzen. Toch leefden de bewoners vreedzaam naast elkaar. Op een enkel incident na: er lekte ergens gas, en dat maakte ingrijpen door de gasmij noodzakelijk. Om bij de leiding te komen moest eerst heel wat puin uit de kruipruimte worden gehaald. En wat kwam er eerst naarboven? Die stoeltjes, ja.

Comments
Loading...