kraankinderen

Door Huub van Heiningen op woensdag 19 augustus 2015, geplaatst in Historie. Een befaamd miniatuur uit 1510 van Brugge. Daarop zien we kraankinderen op he tredrad, kooplieden, wijnpeilers en een bierslede.Een befaamd miniatuur uit 1510 van Brugge. Daarop zien we kraankinderen op he tredrad, kooplieden, wijnpeilers en een bierslede.

Zoals dat het geval was met alle aan de rivier gelegen middeleeuwse handelssteden, had ook Tiel lang geleden op de los- en laadkade een door menskracht aangedreven kraan. De energie voor het werktuig werd geleverd door jongens en kleine mannetjes, die men kraankinderen noemde. Die spelen soms een rol in een modern toneelstuk. Nog vaker echter wordt in oude steden zo’n karakteristieke kraan weer teruggebouwd – ter versterking van de historische identiteit en als toeristische trekpleister.

Soms gaat er een wereld open bij het lezen van één zin. Dat is niet voorbehouden aan de litteratuur – die zinnen zijn ook te vinden in de archivalia. In de notulen van de Tielse magistraat van 21 juli 1776 staat opgetekend dat de leden voortaan de zes gulden, die de accijnspachters moesten betalen voor de kraankinderen, onder elkaar zullen verdelen. Eerder ging dat geld kennelijk naar de zakkendragers en andere werklieden op de kade. Deze bepaling heeft te maken met de geschiedenis van de techniek – met de industriële ontwikkeling van Tiel.

De kraankinderen waren immers de mannen, vaak kleine kereltjes of jongens, die op een tredmolen de hijskranen aandreven, die vanaf de Middeleeuwen in Europese havensteden in gebruik waren. Deze kranen spreken sterk tot de verbeelding en zijn in een aantal Duitse, Belgische en Engelse steden een belangrijke toeristische trekpleister. Vaak gaat het dan om recent nagebouwde exemplaren, zoals in Tiel de Waterpoort is nagebouwd.

Kraankinderen werden uitgebuit. In enkele stedelijke verordeningen of gewestelijke placaten vinden we dan ook voorschriften over de minimum-leeftijd van de kraankinderen, over het aantal uren dat ze maximaal aaneengesloten mochten werken en over het minimumloon dat de baas moest betalen. De pachters van accijnzen en met name die op bier, turf, kolen en graan waren vaak verplicht om boven op de pachtprijs een toelage te geven voor de kraankinderen en/of de zakkendragers. We hebben hier dan te maken met de oudste CAO’s uit de Nederlandse geschiedenis.

Ook de kraankinderen spreken nog altijd tot de verbeelding. Ze duiken soms op in historische romans en in Zierikzee wordt in de zomermaanden het historisch openluchtspel “De Kraankinderen”van Cees Möhrmann opgevoerd.

Bewijzen

Het harde bewijs, dat er ook in Tiel kraankinderen waren, behoeft de beslissing van 1776 niet meer te leveren. In de verslagen van de schepenbank(en) is te lezen dat op 4 juli 1544 (232 jaar eerder) Jan Wolff Lambertz de kraan, die stond op de Kleiberg aan de Waal, met al het ijzerwerk en zijn rechten en plichten overdroeg aan zijn zwager Gerard Schoen. In die jaren was het huidige Plein (of de Kleiberg) nog een haven met een open verbinding naar de Waal. De kraan waarvan in deze overeenkomst sprake is, moet gestaan hebben op de locatie van de huidige Waterpoort. Het ging waarschijnlijk om een verrijdbare kraan – in de stukken van die tijd is enkele malen sprake van het huren van een kraan.

Waarschijnlijk stond er ook toen al een grote vaste kraan op de plaats waar het Kerkstraatje uitmondt op de Oliemolenwal. De gracht daarlangs was toen nog het eindpunt van de vaarweg vanaf Tiel via de Oude Rijn naar Utrecht. Het aanpalende grote pand tussen de Waterstraat en de Oliemolenwal (nu Etos) heette zeker vanaf 1500 al “dye Craen”. Naast dat pand was er een openbare waterpunt, waarop in de 18e eeuw een stadspomp gemonteerd werd. Die heetten steevast “dye Craenshe Puth” en later “de Craense pomp”. De bewoners van dit pand werkten vaak samen in een soort vennootschap tot exploitatie van een kraan. De exploitanten hadden ook eeuwenlang een flinke boomgaard in het oude Zandwijk en die heette “de Craense hof”. Op die plaats is een woonblok gekomen, dat met weinig gevoel voor de geschiedenis “Cranshof” is gedoopt.

Hoe die kraan op (nu) de Oliemolenwal er precies uitzag en geëxploiteerd werd is (nog) niet bekend. Omdat er nergens gewag wordt gemaakt van een erbij horende paardenstalling en wèl de kraankinderen worden genoemd, moet het de karakteristieke kraan met de tredmolen(s) zijn geweest. Het aan die locatie gebonden begrip “Craen” komt ongeveer 300 maal voor in de digitale bestanden van de Tielse archivalia. Er zou dus een zeer tijdrovende studie nodig zijn om uit te maken wanneer het om de kraan, het pand, de exploitant van het pand of de exploitant/gebruiker van de kraan ging.

Regenten

De Tielse regenten – en vooral die in de tweede helft van de 18e eeuw – waren oerconservatief en gekant tegen elke “nieuwigheid”. Ook de gilden waren erg bevreesd voor buitensteedse investeringen, die monopolieposities zouden aantasten. Een minstens zo belangrijke oorzaak van de economische achteruitgang van Tiel in die jaren was echter de verminderende bevaarbaarheid van de oude route. De Dode Linge slibde verder dicht, er kwamen meer tollen en andere belemmeringen in de Bisschopsgraaf en Oude Rijn terwijl de schepen daarentegen steeds groter werden. In het jaar 1776, waarmee we begonnen, was Tiel dan ook zijn functie als overslaghaven al lang kwijt. Waarschijnlijk was de kraan al afgebroken; er waren ook geen kraankinderen meer.

De afschaffing van de speciale heffing voor de kraankinderen zou dus voor de hand liggend zijn. Dat de heren er voor kozen de belasting te blijven heffen om de opbrengst in eigen zak te steken is kenmerkend voor de mentaliteit van de laatste generaties regenten.

De oude kraan is in Brugge nog altijd een toeristische trekpleisterDe oude kraan is in Brugge nog altijd een toeristische trekpleisterHet contract uit 1544 waarin Jan Wolff Lambertz een kraan overdraagt aan zijn zwager Gerard SchoenHet contract uit 1544 waarin Jan Wolff Lambertz een kraan overdraagt aan zijn zwager Gerard SchoenDe locatie aan de Stadsgracht waar Tiel ooit een hadDe locatie aan de Stadsgracht waar Tiel ooit een had

Comments
Loading...