Chassé

Door Huub van Heiningen op maandag 6 juli 2015, geplaatst in Historie. David Hendrik ChasséDavid Hendrik Chassé

Wat Wellington is voor Londen is Chassé voor Tiel. Of beter nog WAS Chassé voor Tiel. De befaamde Tielse generaal, die een belangrijke rol speelde in de slag bij Waterloo, stond in zijn geboortestad heel lang in hoog aanzien. Er zijn een straat, een bioscoop en een vereniging naar hem genoemd. Maar tegenwoordig is Chassé passé. Terwijl er in juni 2015 op vele manieren aandacht werd  geschonken aan de beroemde veldslag, toen twee eeuwen geleden, ging in Tiel nergens de vlag in top.

De carriëre van David Hendrik Chassé, die op 18 maart 1765 in Tiel werd geboren, is overbekend. Hij vocht als patriot tegen de Pruisen in 1787 en klom op tot officier in de keizerlijke garde van Napoleon. Die nam hem in 1811 op als in de Franse adel als “baron de l’Empire” Maar Chassé weigerde de daarbij behorende oorkonde in ontvangst te nemen omdat hij het Napoleon kwalijk nam zijn vaderland bezet te hebben. Bij het ontstaan van het koninkrijk bood hij zich aan bij Willem I, die het snel met hem vinden kon. Na de slag bij Waterloo werd hij chef van het garnizoen van Antwerpen. Toen de Belgen in 1830 in opstand kwamen en de citadel met kanonnen werd bestookt richtte Chassé op 27 oktober al zijn kanonnen op de oude stad. Bij dat bombardement van 7 ½ uur kwamen honderden Antwerpenaren om het leven en werd enorme schade aangericht.

In Tiel was in dat jaar van de Belgische Opstand en de daarop volgende Tiendaagse Veldtocht de sfeer uitermate anti-belgisch en dat betekende ook anti-rooms. Chassé die de snode Belgen een lesje had geleerd werd als een heilige vereerd, Er werden in Tiel diverse lofdichten op hem gedrukt en toen in de stad ook nog een zeer orangistisch vrijwilligersleger werd ondergebracht raakten de verhoudingen zo gespannen dat de uit België afkomstige pastoor Pius Hermans zijn parochie in de steek liet door naar zijn geboortestreek te vluchten.

Het stadsbestuur daarentegen trok met een grote delegatie Tielenaren in 1831 naar Breda om de naar die stad uitgeweken Chassé te huldigen en een eredegen aan te bieden. De generaal bleef daarna zijn geboortestad koesteren. Hij schonk Tiel al zijn onderscheidingstekenen, een door Pieneman geschilderd portret van hem en zijn archief. In Tiel werd heel lang jaarlijks “Waterloo-dag” gevierd en toen in 1907 het stoffelijk overschot van de in 1849 overleden Chassé werd overgebracht naar een monumentale tombe in Ginneken, werd daarbij door het college van B&W van Tiel een krans gelegd.

Het portret, de eredegen, sabel en vele onderscheidingen kregen een ereplaats in de raadszaal. Eerst in het stadhuis aan de Vleesstraat, dat in de Tweede Wereldoorlog werd verwoest. De attributen van Chassé waren tevoren al meeverhuisd naar het stadhuis aan de Ambtmanstraat, waar ze opnieuw een plaats kregen in de raadszaal, zodat Chassé met zijn strenge blik neerkeek op de politici.

Burgemeester Cambier van Nooten kon nog wel eens in een toespraak met een blik op het schilderij en de trofeënkast van Chassé wijzen op diens onversaagdheid. Maar zijn opvolger voelde zich in verlegenheid gebracht toen er op het stadhuis een Belgische delegatie ontvangen moest worden in verband met plannen voor de vestiging van een groot bedrijf in Tiel. “Kan ik het wel maken hen hier te ontvangen onder de ogen van Chassé, die voor de Belgen een grote boef schijnt te zijn ?” vroeg hij. Inderdaad een probleem. “België was op dat moment al voor Willem I verloren zodat de beschieting van Antwerpen geen militair doel diende. Dan was Chassé dus een oorlogsmisdadiger. Maar wat was het bombardement op Dresden in februari 1945 dan ?”. Maar de knoop werd doorgehakt. Alle spullen van Chassé werden van de wand gehaald en de raadszaal kreeg in allerijl een nieuw behangetje.

Sindsdien is daar van Chassé niets meer vernomen en lijkt het er soms op dat Flipje zijn plaats heeft ingenomen. Commentaar overbodig.

Maar de geschiedenis kan vele plooien recht strijken en laat het nu juist een Belgische historicus zijn die Chassé weer op het schild verheft. Hij heet Johan Op de Beeck en hij schreef een dikke pil “Waterloo, de laatste 100 dagen van Napoleon”. Het boek leest als een trein en maakt duidelijk dat het de Tielse generaal Chassé was, die een cruciale rol speelde in de beroemde veldslag. Hij vertelt ook hoe Wellington en de Engelse geschiedschrijvers met succes hun best hebben gedaan de rol van de Nederlands-Belgische soldaten en Chassé in het bijzonder, te camoufleren.

Napoleon had zijn keizerlijke garde, waarin Chassé had gediend, achter de hand gehouden om die pas in te zetten toen de Engelsen afgemat waren en zonder munitie kwamen te zitten. De elite-soldaten roken zelfs de overwinning toen als een duveltje uit een doosje Chassé met zijn 7000 infanteristen het strijdtoneel op kwam. “Ze kwamen uit de achtergrond aanstormen en verschenen brullend en tierend, ‘Oranje boven’ en ‘Vive le roi’ schreeuwend voor de verbaasde ogen van de Fransen. Chassés mannen sneuvelden bij bosjes. Maar ze waren vers en in Eigenbrakel had de bevolking de jongens uitvoerig voorzien van stevig voedsel en vooral hele sloten bier en jenever”. De Fransen trokken zich terug en werden vooral verslagen door “door de morele opdoffer door de aanval van Chassé”.

De Franse garde begon de ochtend van 18 juni 1814 met 13.250 soldaten, waarvan er 3.289 de slag overleefden. Chassé verloor 600 soldaten. In Waterloo werd de Europese geschiedenis bepaald en een Tielse generaal speelde daarin in sleutelrol. Maar in Tiel moet je naar het Flipje-museum om nog wat te zien van hem. En Op de Beeck vergist zich als hij schrijft dat bij de commotie in Antwerpen het archief van Chassé met de schetsen van Waterloo verloren ging. Dat archief is te raadplegen in het stadsarchief.

OnderscheidingOnderscheidingGeboortehuis 1900Geboortehuis 1900Geboortehuis 2015Geboortehuis 2015

Comments
Loading...