Bokkenschieten

Door Huub van Heiningen op woensdag 24 juni 2015, geplaatst in Historie.

Op maandag 16 januari 1961 viel er bij alle burgemeesters van het Rivierengebied, bij de Kamer van Koophandel en bij de redacties van een groot aantal kranten een merkwaardig document op de mat. Daarin werd verteld dat een befaamde Engelse edelman, Clarence, de 9e graaf van Elmsworth, een vermogen had nagelaten, dat bestemd diende te worden om in Nederland een specifieke door hem ontwikkelde schietsport te promoten en beoefenen. Zijn sport was zeer effectief tegen stress. Zijn keuze voor een Europees sportcentrum in Nederland en het centraal gelegen Tiel was vooral ingegeven door zijn medelijden met ‘politiekelingen en zakenmensen’ op het continent, die gebukt gingen onder ‘managerskwalen’.

De oudste zoon van de graaf wilde, vergezeld van de naaste medewerker van zijn vader, ‘captain Jos Kerckhofs’, naar Tiel komen om de plannen toe te lichten en bestuurders enthousiast te maken. Voor de organisatie van een op vrijdag 20 januari 1961 in hotel Telkamp te organiseren conferentie had men het befaamde PR-bureau Ruder & Finn ingeschakeld. In een begeleidende brief vroeg de directeur daarvan alle betrokkenen strikte geheimhouding te bewaren tot na de conferentie.

De stukken waren enkele dagen tevoren door ‘een heertje met een bolhoed’ ook overhandigd aan Jo Rouwhorst, de exploitant van hotel Telkamp. Die stelde zijn zaal gratis beschikbaar en kreeg van de vreemde opdrachtgever een voorschot van 100 gulden om de bezoekers alvast consumpties te geven als de vaak in tijdnood verkerende hoge gasten onverhoopt te laat zouden komen. Als echt alles zou tegenzitten en de heren waren dan nog niet verschenen, diende de hotelier anderhalf uur na de geplande aanvang alle aanwezigen een gesloten couvert overhandigen. Daarvan kreeg hij vijftig exemplaren.

De redacteur van de toen nog drie maal per week verschijnende Tielse Courant raakte door de ontvangst van het stuk in grote verlegenheid. Als hij het embargo zou respecteren kon het nieuws niet meer mee in zijn op vrijdag verschijnende krant komen en zou zijn concurrent, De Nieuwe Tielsche Courant, die op zaterdag verscheen, met de primeur gaan strijken. Hij klom dus in de telefoon om toestemming te krijgen het nieuws al op vrijdag te mogen plaatsen. Na veel omwegen was hij uiteindelijk bij een woordvoerder van het bureau terecht gekomen, die nergens vanaf wist en hem in alle ernst ontraadde er over te schrijven. Dat advies negeerde hij. ‘Wij achtten het nieuws echter van dermate groot belang, dat wij het onze abonnees niet willen onthouden’ schreef hij in het frontartikel van zijn krant op woensdag 18 januari. (Zie illustratie)

Naarmate burgemeester Andries Stolk de ook aan hem gerichte stukken las en herlas gingen er bij hem belletjes rinkelen. Hij kende de boeken van Wodehouse en gaf daarom Henk Hoogerbeets, die hij enkele dagen tevoren tot directeur van gemeentewerken had benoemd, opdracht namens hem naar de bijeenkomst te gaan.

Het werd een vreemde vertoning. Omdat enkele burgemeesters ook een wethouder hadden meegebracht, waren er ruim vijftig mensen naar de zaal van Rouwhorst gekomen. Daar wachtte men vergeefs wachtten op de komst van de Engelsen. Omdat de uitgereikte consumpties weldra bij lange na niet meer waren gedekt door zijn 100 gulden en de spanning ondraaglijk werd, deelde Jo Rouwhorst al na een uur de couverts uit. Daarin zat een keurige kaart met de mededeling dat het plan niet kon doorgaan omdat de 9e graaf van Elmswort, zoals al door de populaire schrijver Pelham Grenville Wodehouse was onthuld, zijn laatste penny had verspild aan het fokken van zeugen. En Jos Kerckhofs was verhinderd omdat hij al in 1772 was opgehangen als kapitein van de Bokkenrijders.

Na deze hilarische onthulling volgde een tweede verrassing. Het PR-bureau was naar de politie gestapt, zodat er drie rechercheurs in de zaal waren en niemand eruit mocht vooraleer alle antecedenten waren vastgelegd. Er was tegen de onbekende auteurs van de ongein een claim van 2 ton ingediend wegens aantasting van eer en goede naam en een beloning uitgeloofd voor wie de gouden tip zou geven die tot hun arrestatie zou leiden. De arme redacteur van de Tielse Courant was de eerste verdachte. Zijn schrijfmachine werd meegenomen en hij is urenlang verhoord.

De Volkskrant bracht een week later een groot verhaal waarin soortgelijke merkwaardige evenementen werden genoemd en werd onthuld dat de redactie op het spoor was gekomen van een groepje Eindhovenaren, die zich hadden gespecialiseerd in practical jokes. Het onderzoek van de rijksrecherche verplaatste zich daardoor in zuidelijke richting. Maar de werkelijke daders zijn nimmer opgespoord, zodat de beloning nooit is uitbetaald.

Pas drie decennia later, toen deze zaak al was verjaard, onthulde premier Lubbers in de Tweede Kamer, dat er in ons land sinds het begin van de jaren vijftig een geheime stay back-organisatie actief was geweest, die onder rechtstreekse verantwoording van de ministerpresidenten opereerde en o.a. tot taak had bij een eventuele Russische bezetting het gezag te misleiden. Het ging hier om een proefwerk van deze organisatie. Overigens had dat een onvoldoende gekregen. In de zin ‘captains of the industry’ had ‘the’ achterwege moeten blijven en er had geen naam genoemd mogen worden van een bestaand bureau. Maar er moet wel om gelachen zijn.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op de Facebook pagina van Huub van Heiningen.

Comments
Loading...