Salomonsoordeel

Door Huub van Heiningen op zaterdag 27 juni 2015, geplaatst in Openbare ruimte.

De Teisterbantlaan, die Tiel-West doorsnijdt, zou met enige ironie aangeduid kunnen worden als ‘de snelweg van niks naar nergens’. De weg met zijn enorme brede bermen botst ruimtelijk gezien met het ene uiteinde tegen de dijk en het andere tegen de spoorlijn aan. Jarenlang was de berm een ideale plek voor de tribunes voor het fruitcorso. Nu dat naar de stad getrokken is groeien de bramen er nog weelderiger.

Volgens een structuurplan, dat in 1960 in allerijl is ontworpen, moest hier een royale dubbelbaans autoweg komen met aan weerszijden een vrijliggend fietspad, die enerzijds zou leiden naar een brug over de Waal en anderzijds via een tunnel onder de spoorlijn zou aansluiten op wat de Rivierenlandlaan zou worden. Lang leek het goed te komen. “Onze verbindingen zullen pas goed zijn als er een brug over de Waal komt. De kansen daartoe schijnen, we kunnen het haast niet geloven, groter geworden” zei burgemeester Stolk in zijn op 29 januari 1965 uitgesproken nieuwjaarsrede. Toch kwam die brug er niet – althans niet op de geplande plaats. Na een bizarre politieke strijd, waarin allerlei normen werden opgerekt, kwam de felbegeerde brug over de Waal uiteindelijk terecht in Ochten. Op een plek waar hij nooit gepland is en die zo onlogisch was dat de Prins Willem Alexanderbrug jarenlang in de nationale pers en ook op de ministeries ‘de brug van niks naar nergens’ heette.

Dat er een brug over de Waal kwam is te danken aan de onderwijzer, fabrikant, wethouder en vooral politicus Willy Hol uit Boven Leeuwen, die in oktober 2007 op 93-jarige leeftijd overleed (waarmee ik 15 jaar intensief heb samengewerkt). Die was sinds 1962 voor de KVP lid van de provinciale staten, maar werd omdat men hem te drammerig vond, door het partijbestuur voor de verkiezingen van 1966 op een 17e onverkiesbare plaats gezet. Maar dank zij een fikse campagne (die ik leidde) kreeg hij 11.000 voorkeurstemmen. Willy vond letterlijk en figuurlijk in alle toonaarden dat er een brug over de Waal moest komen en nu gebleken was dat de Rijkswaterstaat daar niets in zag was de ook toen al schatrijke provincie Gelderland z.i. de geroepen instantie om de kosten van zo’n brug te betalen. Voorschieten noemde hij het. Want de mensen die nu veergeld moesten betalen zouden maar wat graag tolgeld betalen om zoveel gemakkelijk de rivier te kunnen oversteken. Er waren bureau’s te vinden die becijferden dat de kosten er binnen 20 jaar uit zouden komen en toen er in Arnhem niettemin werd geaarzeld viel hem een interessant wapen in de schoot. In de barensweeën van het CDA ontstond in het prille begin van 1968 de PPR en als voorzitter van de 368 leden tellende afdeling Leeuwen van de KVP liet Willy de jaarvergadering besluiten om en bloc over te stappen naar de nieuwe partij. Het bericht daaromtrent kwam op de voorpagina van De Gelderlander en bracht een schok teweeg in de Arnhemse KVP-gelederen. Maar Willy Hol bleek bereid binnen de KVP te blijven als die partij de wens van zijn duizenden kiezers zou honoreren door mee te werken aan een brug over de Waal.

Ook in de visie van Willy Hol zou de brug in Tiel moeten komen zodat hij nauw samenwerkte wethouder Hein Daalderop, burgemeester Stolk en mensen uit het Tielse bedrijfsleven. In 1969 werd in Druten de wat trieste burgemeester Reinders echter opgevolgd door Ad Havermans en hij was het die binnen de Belangengemeenschap de locatiekeuze ter discussie stelde. Er was ondertussen immers een nieuwe noordzuidverbinding aangelegd met de tot verkeersbrug omgebouwde spoorbrug over de Rijn in Rhenen en ponten in Druten en Megen over respectievelijk de Waal en de Rijn. In die infrastructuur diende er een brug over de Waal te komen en niet ‘dwars door de stad Tiel’ . Havermans kreeg steun van de overkant in de persoon van burgemeester Jan Houtkoper. Er volgde een intensief politiek touwtrekken, waarin de nieuwe burgemeester van Druten veel handiger was dan de burgemeester van Tiel, die wel partijlid maar geen partijtijger was en nauwelijks een ‘netwerk’ had.

Het locatiegeschil liep hoog op ten provinciehuize totdat GS besloten kool en geit te sparen door een Salomonsoordeel te vellen. Er werd een liniaal op de kaart gelegd om exact tussen de ponten van Tiel en Ochten de locatie voor de brug aan te wijzen. Toen ‘de brug der zuchten’ (zoals hij ten provincie werd genoemd) in 1974 werd geopend mocht aldus burgemeester Houtkoper voorop lopen. Landelijk heette de tolbrug al snel ‘De brug van niks naar nergens’ en Tiel heeft er een veel te brede Teisterbantlaan aan overgehouden.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op de Facebook pagina van Huub van Heiningen.

Comments
Loading...