Kolommetje: Schreeuwerig

Hoe snel je ineens in een andere wereld bent, verbaast me af en toe. Toen ik deze foto maakte, begin jaren negentig, was het niet vreemd naast of boven je winkel te wonen. Wim en Lotje Schoots hadden wel elders een huis geloof ik, maar meestal waren ze toch te vinden in de kamer achter de toonbank van hun tabakszaak aan de Kerkstraat. Wim deed er administratie, Lotje regelde meestal de verkoop. Er was tijd voor een praatje, de Schootsen kenden praktisch iedereen, dus ik deed er ook nog aardig wat informatie op voor de krant. En die zat in die tijd schuin tegenover de winkel aan de Koornmarkt. Op de verdieping, de zolder was nog net zoals in de tijd dat het pand een hotel was met de weidse naam Suisse: een reeks kamertjes van houten schotten.

De winkel van Wim rook naar tabak, een geur die me nog steeds bekoort, al steek ik vele jaren al niets meer op. Te gevaarlijk, heb ik begrepen. Niet wanneer je rookt, dan kun je het goed hebben, maar in het laatste kwart van je leven komen de kwalen. En dat deel heb ik inmiddels bereikt, dus ik blijf graag zo lang mogelijk zonder ernstige klachten.

Wie woont er nog boven zijn winkel in het hart van Tiel? Niet erg veel mensen meer, denk ik. De enigen die ik ken zijn Huib en Ingrid van Oostendorp. Je hebt verhuurde kamers boven winkels, en soms staat het hele pand leeg of wordt in de winkel zelf gewoond. Dan krijg je van die etalages met witte gordijnen. Ook wel zwarte, stoffige, het ziet er in elk geval nooit prettig uit. Maar zo is het nu, en om terug te komen op mijn eerste zin: je went er snel aan. Al kun je je wel herinneren dat het anders was.

Wim overleed en Lotje reed nog jaren door de stad met haar autootje, op weg naar vanalles. We spraken elkaar vaak, ze wandelde naar onze buurtwinkel vanuit haar woning, een straat verderop, dus dan is de kans groot, want in die jaren beschouwde ik een bezoek aan die winkel als werk. Ik sprak er zoveel mensen dat er altijd wel een nieuwsverhaaltje in zat. Ook nu nog kan ik er niet komen of ik ken minstens drie van de klanten.

Een fotootje als dit maakt me wat nostalgisch. Het was een tijd waarin je gewoon nog kon doen wat je wilde, niemand bemoeide zich met je als je de wet niet overtrad en wat je privé vond of deed, bleef dat ook. Op zich heb ik niets te verbergen, maar dat mijn telefoon precies vertelt waar ik ben en hoe lang, is op zich al iets om je achter de oren over te krabben. Maar goed, je hebt ook veel gemak van dat ding. En echt veel aanbiedingen voor dingen die ik toch nooit zal kopen. En al was dat wel het geval: ik word steeds beter in het negeren van die schreeuwerige wereld buiten.

Comments
Loading...