Kolommetje: Exportproduct

Soms zie je nog eens iemand lopen, of op je werk, waarvan je denkt: die kén ik toch? Maar de jaren veranderen een gezicht enorm, alleen je moeder blijft je echt herkennen. Of je partner, want die vergroeit met je mee.

Meestal trouwens zijn het kinderen of hun ouders die je je herinnert van de tijd dat je regelmatig op de basisschool kwam. Die kinderen van toen zijn nu actieve volwassenen, lopen achter de kinderwagen, werken in een bedrijf dat je toevallig bezoekt. Zoals dit klasje, waarvan ik een foto maakte met Juf Marieke in hun midden. Sommigen zie ik wel eens in Tiel, anderen weer komen voorbij en ik herken ze niet. De meesten echter zijn vertrokken. Opleiding doen dat, en dan blijven ze elders hangen, raken aan de man of vrouw en eindigen in een nieuwbouwwoning. Eigenlijk is de cirkel dan rond, alleen is de plek waar het gebeurt niet in Tiel.

En degenen die blijven? Je zou kunnen opwerpen dat die weinig ambitie hebben. Je kunt ook roepen dat ze maar weinig kansen hebben om te grijpen, hun opleiding is immers niet voldoende om elders aan de slag te gaan, hun sociale achtergrond te ontstijgen. Het is de inmiddels door bestuurders en werkgevers vaak beleden mantra: wanneer je een laagopgeleide bevolking hebt, houd je die. Een enkel bedrijf, het ziekenhuis bijvoorbeeld, levert in de vorm van stageplaatsen en samenwerking met een hogeschool hbo-studenten de gelegenheid híer te studeren en dus híer te blijven. Deze week nog zei een van de directeuren tijdens een werkgeversbijeenkomst in Maas en Waal dat ‘de jeugd het belangrijkste exportproduct van de Betuwe is’. Jeugd trekt weg naar opleidingen en blijft in die omgeving hangen. Wat hij bedoelde te zeggen is dat bedrijven in Utrecht. Den Bosch, Nijmegen of elders in de Randstad kennelijk meer te beiden hebben. Zijn oproep was dan ook er voor te zorgen dat ze net als in zijn bedrijf de gelegenheid krijgen tot volgen van onderwijs in hun onderneming en het krijgen van stageplaatsen op hun niveau.

Al eind jaren negentig, de latere senator Jean Eigeman uit Culemborg was nog secretaris van de Regio Rivierenland, werd er in die lijn gedacht. Maar daar bleef het bij, al die jaren. Subsidiegolf op subsidiegolf van gemeenten, provincie en rijk hebben daar niets aan veranderd: het geld was voor ondernemers, die zo onderzoek konden laten uitvoeren naar nieuwe productiemethoden, liefst in de sector die als speerpunt van de streek is benoemd door onze beroepsbestuurders: het telen van appels. Als het niet zo serieus was allemaal, zeker in zijn uitwerking op het opledingsniveau, welzijn en gezondheid van de bevolking, alsook op de sociale mix, dan was het bijna komiek te noemen. Vorig jaar poogde ik, toen ik deze stukjes nog schreef in de Gelderlander, op vrolijke wijze het veelal absurde van de streek en met name de stad Tiel te beschrijven. Mensen schreven me boze mails, en u kunt mij lezen op deze site, de Tielenaar. Want er zijn nu eenmaal allerlei partijen, inclusief de hoofdredactie van de krant, die gebaat zijn bij het handhaven van de status quo. Een woord trouwens dat ik de krant niet meer mag, netzomin als je het woord –laat staan een artikel erover- als bestemmingsplan nog mag gebruiken. In de grootste gemene deler vasthouden en bedienen zit ongetwijfeld geld, maar heb je dan vanuit je verheven positie, voorzien van een goed salaris en met allerlei belangen, niet ook de verantwoordelijkheid voor het verbeteren van de maatschappelijke constitutie waarin je je werk doet? Het zijn maar weinigen die dat zien en er tijd en moeite in steken. De ziekenhuisdirecteur is er een, en Heske Groenendaal van Metaglas ook, getuige de ene prijs na de andere die ze voor het leiden van dat bedrijf krijgt: jeugd, jongeren, meisjes, vrouwen, keer op keer slaat ze op de trom voor groepen die óók vooruit willen. Het enige wat je dan nog zoekt, is jongelui met ambitie. En helaas, onder de blijvers zitten er daar weinig van.

Comments
Loading...