Katholieke geloofsgemeenschap van Tiel herdenkt omgekomen militaire broers tijdens tweede wereldoorlog in Nederlands-Indië

Bijna 400 mensen uit Tiel en omgeving hebben als gevolg van oorlogsgeweld de periode 1940-1945 niet overleefd. Tiel kende bij de volkstelling van 1940 ongeveer 12.700 inwoners. Afgezet tegen dit aantal betekent dat van iedere 31 Tielenaren er één als direct gevolg van de oorlog stierf. De slachtoffers zijn militairen die in de begindagen van de oorlog gesneuveld zijn, burgerslachtoffers van beschietingen in de winter van 1944, verzetsmensen, Joden, gijzelaars en mannen die niet terugkeerden uit de ’Arbeitseinsatz’. Verder waren er inwoners die de barre evacuatie naar Noord-Nederland niet overleefden. Tot slot was er een aanzienlijke groep Tielenaren die in voormalig Nederlands-Indie veelal als krijgsgevangenen van de Japanners omkwamen door uitputting en geweld.

Zondag 31 oktober werden twee van deze in Nederlands-Indie gestorven mensen, de gebroeders van de Koolwijk herdacht tijdens de wekelijkse zondagviering in de Dominicuskerk. Dat gebeurde door woorden van herinnering door Mieke van den Besselaar, lid van de locatieraad en door hun namen toe te voegen aan het namenbord dat zich in de kerk bevindt. Henny van de Koolwijk, zoon van Henricus en Wilhelmina van der Zande, dochter van Marinus, mochten de namen onthullen bij het gedenkbord van oorlgslachtoffers. 

Henricus Johannes van de Koolwijk

Henricus Johannes werd op 27 augustus 1910 geboren in Tiel. Zijn ouders waren Marinus van de Koolwijk en Wilhelmina Johanna van Wel. Op 26 jarige leeftijd trouwt hij in Tiel met Jannetje Leenders. Hij trad in dienst van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en werd na de verovering van Nederlands-Indie door de Japanners krijgsgevangen gemaakt. Henricus werd geïnterneerd in een voormalige kazerne van het KNIL in Batavia op het eiland Java. In september 1944 werd hij samen met ongeveer 1100 Knilmilitairen waaronder Ambonnezen, Manadonezen en Nederlanders, een kleine groep burgers en zeelieden en 1100 Britse, Australische en Amerikaanse krijgsgevangenen geselecteerd. Zij moesten zonder dat ze dat zelf wisten op het eiland Sumatra gaan werken aan de aanleg van de Pekanbarua-spoorweg. Per trein gingen de ongelukkigen van de kazerne naar de haven van Batavia. Daar waren zij getuige van de wijze waarop 4200 Romoesja’s (Indonesche) dwangarbeiders in het ruim van het 123 meter lange aftandse Japanse schip de Junyo Maru gestouwd werden. Daarna werden zij zelf het schip in gedreven. De reis van Java naar Sumatra vond plaats onder barre omstandigheden. De hitte was tijdens de reis, die drie dagen duurde ondraaglijk en er was geen water voor de gevangenen. Meerdere gevangenen overleefden de reis niet. Met de eindbestemming in zicht werd de boot op 18 september 1944 getorpedeerd door een geallieerde onderzeeër. Daarbij kwamen 5600 opvarenden om het leven. Een van hen was Henricus van de Koolwijk die nabij Benkoelen zijn zeemansgraf vond.

De ondergang van de Junyo Maru was toen de grootste scheepsramp uit de geschiedenis en is nu nog de op twee na grootste scheepsramp die ooit plaatsvond. Ter vergelijking bij de ramp met de Titanic vielen ‘slechts’1500 doden. Dit schip haalt dan de top twintig van de grootste scheepsrampen niet.

Voor een documentaire over de ondergang van de Junyo-Maru zie: https://anderetijden.nl/aflevering/515/De-ondergang-van-de-Junyo-Maru

Marinus van de Koolwijk

Marinus was de 5 jaar jongere broer van Henricus . Hij werd geboren op 26 november 1915 in Tiel. Net als zijn broer was hij als sergeant lid van het KNIL en uitgezonden naar Nederlands-Indië.

Daar trouwde hij op 5 juni 1940 in Tjimahi met Geertruida Pieternella Kerkhof. In Bandung werd op 15 augustus 1941 hun dochter Wilhelmina Johanna geboren.

Hij is gedurende de oorlog in krijgsgevangenschap gekomen en tewerk gesteld in het Japanse krijgsgevangenkamp Fukuoka kamp 7. In dat kamp is hij op 28 jarige leeftijd op 1 februari 1944 overleden. Hij is begraven op het Nederlands Ereveld Menteng Pulo in Jakarta. Zijn vrouw Geertruida Kerkhof komt als weduwe in 1949 via Rotterdam weer naar Tiel. In totaal werden er 52.000 krijgsgevangenen naar Fukuoka verscheept. Onder hen waren 8300 Nederlanders waarvan er onderweg 200 zijn overleden en 900 in Japan.

Bij de herdenkingsplechtigheid in de Dominicuskerk waren zo’n 25 familieleden van de twee omgekomen broers aanwezig, waaronder de dochter van Marinus en de zoon van Henricus. Allen waren onder de indruk van deze herdenking van hun dierbare. Bij de plechtigheid was ook de voorzitter van het 4 mei Comité Tiel, Joke Sewalt-Wijbrandts aanwezig..

Initiatief van Gradus van Wel

De herdenkingsplechtigheid en het toevoegen van de namen aan de gedenkplaten in de kerk gebeurde op initiatief van Gradus van Wel. Hij miste de namen van de twee nu herdachte Tielse Knil-militairen op het monument nabij de Sint Maartenskerk. Gradus nam al eerder het initiatief om de veertien inwoners van Wamel 75 jaar na hun fusillade in Tiel te herdenken. Hij was ook initiatiefnemer van de herdenkingsplaat op de ruit van het toegangshuisje naar de parkeergarage bij Zinder voor de vijf onschuldige Tielenaren die op 24 december 1944 op ongeveer die plek gefusilleerd werden.

 

Foto album. Klik op de foto voor een vergroting

 

Comments
Loading...