Jubileum Tielse Oudheidkamer herdacht met lezing

Afgelopen meimaand bestond de Tielse Oudheidkamer 120 jaar. Natuurlijk is dat niet geheel in stilte voorbij gegaan. Alle leden werden immers ‘getrakteerd’ op een schitterend jubileumboek (met pen en penseel door Tiel), waar voorts de stadswandeling langs borden met historische afbeeldingen bij hoorde. De wandeling is voor iedereen.

De oudheidkamer organiseerde op 21 oktober jl. een lezing over het jubileum. Tiel-kenner en historicus Emile Smit vertelde in vogelvlucht over de afgelopen 120 jaar, van de oprichting tot heden. De Oudheidkamer is opgericht op 13 mei 1901, hoewel een aantal vooraanstaande heren uit Tiel en omgeving al vanaf 1899 pogingen deden om dit te realiseren. De contributie was echter (maar liefst) één gulden, waardoor het wat langer duurde door de vereniging echt op stoom kwam en het aanvankelijk een wat ‘elitair’ clubje was. In het eerste actieve bestuur zat onder andere de auteur Johan Adriaan Heuff Azn. (1843-1910), met een grote belangstelling voor historie en literatuur. De meesten van ons kennen hem wellicht alleen van zijn pseudoniem ‘Huf van Buren’; in Tiel is in de buurt van de bibliotheek een straat naar hem genoemd. Een andere oprichter was de heer Geurt-Jan Brenkman (1834-1922), dé pionier in de amateur-archeolgie in onze regio, zeer geïnteresseerd in oudheid en archeologie. Een krantenknipsel van 14 mei 1901 noemt de oprichting, die (toen nog) plaatsvond bij koninklijke goedkeuring door Koningin Wilhelmina.

Tekst gaat door onder de video van de lezing. Fotoalbum onder de tekst

De vereniging hield zich in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog hoofdzakelijk bezig met het verzamelen van bijzondere antieke stukken uit de omgeving om te laten zien wat voor mooie dingen Tiel had. Hun eerste ‘museum’ was een deel van het huis ‘De Appelenburg’ aan de Sint Walburgstraat. De entree was gratis voor (toen nog zo’n 100) leden, andere bezoekers betaalden Fl. 0,10 (een dubbeltje). Al na vier jaar verhuisden zij naar het midden van de Westluidense Straat, waar zij tot 1929 bleven. Daarna gingen zij naar de Grote Sociëteit aan het Plein, daar was toen zelfs een eigen concierge die ook de huis-kastelijn was! In 1942 werd de Oudheidkamer op bevel van de Duitse bezetters verplicht opgeheven. De toenmalige burgemeester N.F. Cambier van Nooten (1892-1972) was echter lid van de Oudheidkamer en zorgde ervoor dat de toenmalige collectie ondergebracht kon worden in de voormalige raadszaal van het oude Tielse Stadhuis.

Gelukkig zijn er nog enkele foto’s van de collectie en onderkomens van de vooroorlogse Oudheidkamer. Tijdens de laatste geweldadige oorlogsmaanden is namelijk het volledige bezit van de Oudheidkamer verloren gegaan. Tiel lag immers vanaf september 1944 aan de frontlinie, er werd geschoten met fosforgranaten en het nieuwe onderkomen van de Oudheidkamer ontkwam niet aan en grote brand, net zoals zovele Tielse gebouwen…
Niets van de vooroorlogse collectie werd hieruit gered, hoewel, saillant detail: het archief van de in Tiel geboren Generaal David Hendrik Baron Chassé (1765-1849) was ruim voor de oorlog (slechts) in bruikleen gegeven aan de Oudheidkamer door de gemeente Tiel, die het weer terugwilde hebben bij de verhuizing in 1942. Zij borgen dit toen veilig op in hun kluis.

Na de bevrijding duurde het nog een aantal jaren voor de Oudheidkamer opnieuw opgericht werd. Halverwege de jaren ’50 was er weer een bestuur met onder andere mr. Jan van Nes (die voor de oorlog ook bestuurder was) en de heren Donkersloot en Dick Buisman. De ‘nieuwe’ Oudheidkamer volgde echter wel een andere koers . Ze vonden de collectie van voor de oorlog namelijk eigenlijk maar een ‘rariteiten-kabinet’. Hun idee was dat er wel weer een echte collectie moest komen maar de oudheidkamer moest vooral ook een actieve vereniging worden, met exposities, lezingen en excursies. Zo werd in 1957 de eerste lezing door een vrouwelijke spreekster gegeven (mevrouw Hol). De ‘nieuwe’ Oudheidkamer gebruikte 15 jaar het gebouw van de voormalige Tielse bibliotheek aae de Kloosterstraat. In 1977 verhuisden ze terug naar de Grote sociëteit wat tot op heden hun permanente huisvesting is, naast een fraaie bestuurskamer en vergaderruimte in het monumentale pand Kerkstraat 33.

Verdiensten van de Oudheidkamer voor historisch Tiel zijn bijvoorbeeld de collectie van de voormalige Joodse Gemeenschap van Tiel, die na de oorlog niet meer terugkeerde en een maquette van Tiel in 1650. Sinds 2009 brengen zij een paar keer per jaar ‘de Nieuwe Kroniek’ uit, vol met historische verhalen, feiten, informatie en boekbesprekingen door een vaste redactie en vele gastschrijvers. De actieve Oudheidkamer heeft een aantal werkgroepen, zoals de Beoefenaars Archeologie Tiel en Omstreken, die tot 1978 onderdeel van de gemeente waren, maar ook de historische werkgroep Tiel en het Joods Overleg Tiel. Ook zijn er diverse commissies onder hun vlag zoals voor de herdenking van de in Tiel geboren Johan Derk van der Capellen tot den Pol en sinds 2018 voor de organisatie van de Tielse Open Monumentendag.

Door het jarenlange bestaan, schenkingen en enkele erfenissen (zoals van de heren Karel Lebbink en Melchior Hoes) is de vereniging financieel onafhankelijk. Zij zijn in de gelegenheid historische werken te steunen. Sinds 1991 geven zij bij ieder lustrum een herdenkingsboek uit en sinds het 100 jarig bestaan ook ere-penningen voor leden van verdienste. Terecht stelde spreker Emile Smit dat de Oudheidkamer inmiddels uitgegroeid is van een verzamelclub naar een echte historische vereniging, met bijeenkomsten als een jaarvergadering, grote en kleine excursies en een nieuwjaarsreceptie. Ook tijdens corona zat de vereniging niet stil en zij zagen afgelopen jaar zelfs hun ledental groeien met 72 nieuwe leden! (Thans 547 leden.) Zij kregen veel bekendheid en goodwill door de ontzettend leuke actie met het Jumbo Plaatsjesboek eerder dit jaar.

De Tielse Oudheidkamer is al lang geen elitair clubje meer en vooral ook jongeren worden van harte uitgenodigd lid te worden. Voor het komende jaar staan al weer een gevarieerd aantal activiteiten op het programma en natuurlijk is er een volgend lustrum in 2026. Op naar de 125 jaar dus!

Comments
Loading...