Bijzonder Meissenbord verdwijnt uit Tiel

Overhandiging Meissenbord door Alexandra van Steen aan Martin van der Mark. Foto OKT

Op dinsdag 8 december jl. overhandigde Martin van der Mark, voorzitter van de Vereniging Oudheidkamer voor Tiel en Omstreken een fraai historisch bord met een Tielse afbeelding aan de heer H. Halewijn, medewerker van de afdeling kunstcollecties van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Tekenen overeenkomst door Martin van der Mark en de heer H. Halewijn. foto OKT

Dit alles ten behoeve van overdracht aan de erven van Herbert M. Gutmann. Daarmee kwam een eind aan een periode van 57 jaar, waarin het bord een trots pronkstuk was van de Tielse Oudheidkamer en het Flipje- en Streekmuseum.

Voor Tiel begint het verhaal in 1963. Bij antiquair A. van der Meer in Amsterdam bleek een prachtig bord van porselein uit Meissen te koop met een afbeelding van Tiel. Het bord had ooit deel uitgemaakt van een groot servies, dat de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) rond 1775 aanbood aan stadhouder Willem V. De Tielse Oudheidkamer was sinds 1962 gehuisvest in een oud schoolgebouw in de Sint-Agnietenstraat. De inspecteur Roerende Monumenten van het Rijk, D.F. Lunsingh Scheurleer, vond het bord bijna te bijzonder (“te precieus”) voor dit kleine museum. Niettemin werd het gekocht en het maakte volgens dezelfde inspecteur, dat het Tielse museum door deze aankoop boven het peil van een oudheidkamer uitkwam.

In 1976 verhuisde de collectie van de Oudheidkamer naar het sociëteitsgebouw op het Plein en het bord kreeg een mooie plaats in de stijlkamer van het museum dat daar tot stand kwam. In 1987 ging dat museum over naar de gemeente Tiel. Daarbij werden de voorwerpen door de Vereniging Oudheidkamer in bruikleen gegeven. Ze bleven dus in het museum, dat sinds 2007 het Flipje- en Streekmuseum Tiel (FEST) heet.

Intussen had museum Paleis het Loo uit diverse verwervingen meer stukken van het stadhouderlijk servies verworven. In 1993-1994 werd dat tentoongesteld en uitgebreid beschreven. Nog vier andere musea in Nederland hadden stukken in hun verzameling.

Tot 2014 leek er niets aan de hand. Toen bleek, dat er toch iets mysterieus aan de hand was met het Tielse bord. Antiquair Van der Meer had het gekocht in 1962 op een veiling in Stuttgart, waar het te boek stond als zijnde afkomstig uit een collectie uit Silezië. Wie de vorige eigenaar was, was niet bekend. Wél bleek na onderzoek, dat het bord deel uit had gemaakt van een serie van vijftien borden, die de Joodse bankier Herbert Gutmann in 1934 in Berlijn had laten veilen. De erven van de in 1942 in Londen overleden bankier claimden, dat de verkoop destijds niet vrijwillig was geweest en zij eisten hun eigendom terug.

Nederland had zich intussen aangesloten bij het in 1999 opgestelde Looted Jewish Cultural Property besluit. Op basis daarvan zouden geroofde Joodse eigendommen soepel worden terug gegeven. De staatssecretaris van OCW stelde in 2001 een onafhankelijke restitutiecommissie in die advies moest geven over diverse claims. Die commissie kreeg op 24 juni 2015 opdracht van de minister van OCW om de claim van de erven Gutmann te onderzoeken.

Op 24 oktober 2019 bracht de commissie advies uit. Er was zeer grondig onderzocht, wat er precies in de jaren 1931-1934 met Herbert Gutmann was gebeurd en wat hem er toe had gebracht zijn collectie antiek in 1934 te laten veilen. Belangrijk voor de Tielse Oudheidkamer is, dat de commissie – zonder dat woord overigens te noemen – aantoont, dat er geen sprake is van “roofkunst”. De verwerving (merendeels door de Nederlandse staat, maar dus ook door de Tielse Oudheidkamer) was regulier en het eigendom juridisch in orde. Niettemin wordt er van uit gegaan, dat Gutmann in 1934 geen reële kans kreeg om zijn schulden op een andere manier af te lossen, omdat hij Joods was. En dan geldt de verkoop als gedwongen en dus ongeldig. Men moet bijna jurist zijn om de redenering te kunnen volgen, maar hij komt zeker voort uit het mededogen vanwege het lot van de Joodse gemeenschap in Duitsland.

Het rapport had in feite betrekking op de veertien stukken van het servies die zich in bezit van de overheid bevonden, maar de Vereniging Oudheidkamer voor Tiel en Omstreken kon redelijkerwijze niet anders handelen dan de rijksoverheid. Dus toen in maart 2020 de vraag kwam over de opstelling van de Oudheidkamer was het antwoord eenvoudig: ook het Tielse bord moest worden afgestaan.

Op 26 november heeft de Oudheidkamer het bord weer overgenomen van het museum en werd het bruikleen dus beëindigd. Twee weken later gingen twee bestuursleden het naar Rijswijk brengen. Het zelf naar de advocaten van de familie te sturen was een stap te ver. Dat zou tussen de 5000 en 10.000 euro kosten. Nu gaat het te zijner tijd mee met de stukken die de rijksoverheid moet overdragen.

Het bord was een mooi bezit. Uiteraard is het van alle kanten fotografisch vastgelegd. Of het ooit nog terugkeert naar Tiel is zeer twijfelachtig.

Comments
Loading...