Portemonnee van inwoners en kas gemeenten mogelijk gespaard voor extra bijdrage aan Fonds Nazorg Stortplaatsen

2018

In verschillende media is veel te doen geweest over een extra bedrag van 10 miljoen die AVRI dit jaar nog zou moeten storten in het provinciale ‘Fonds Nazorg Stortplaatsen’. In het ergste geval zou dit – zo viel te lezen – de inwoners 100 euro per woonadres kunnen gaan kosten. Ook in de gemeenteraden was het een hot item en in de Provinciale Staten werd er bij de behandeling van dit item weinig vleiend over Avri en de Regio Rivierenland gesproken. De Tielenaar zocht uit wat het Fonds Nazorg Stortplaatsen is en had een gesprek met wethouder Groen om er achter te komen wat er nu precies aan de hand is en of de inwoners moeten gaan betalen. Groen is portefeuillehouder Avri en lid van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Avri.

Stortplaats Avri in Geldermalsen

Tot juli 2014 is de centrale stortplaats in Geldermalsen aan de Meersteeg gebruikt om het restafval van de gemeenten in Rivierenland te storten. De stortplaats is op 1 juli 2014 gesloten en aansluitend in profiel gebracht en zorgvuldig afgewerkt om schade aan het milieu te voorkomen. Sindsdien wordt restafval bij een vuilverbrandingsinstallatie verbrand. De stortplaats is in 2018 bedekt met zonnepanelen. De stortplaats van de AVRI is tot nu toe de enige stortplaats in de provincie Gelderland die niet meer in gebruik is. Afgesproken is dat de stortplaats in 2023 overgedragen zou worden aan de provincie.

Het fonds nazorg stortplaatsen

Het Fonds Nazorg Stortplaatsen heeft de provincie Gelderland op 12 november 1999 ingesteld om via dat fonds over voldoende financiële middelen te beschikken om de kosten van gesloten en aan de provincie overgedragen stortplaatsen te kunnen betalen. Deze kosten kunnen in de verre toekomst zeer aanzienlijk zijn, vanwege de verplichting om verontreiniging van lucht, water en bodem door lekkage vanuit de afvalberg eeuwigdurend te voorkomen en wanneer deze toch ontstaat op te ruimen of andere passende maatregelen te nemen. Daarbij speelt dat milieueisen in de toekomst aangescherpt kunnen worden. De inkomsten van het fonds bestaan uit bijdragen van de exploitanten van de stortplaatsen en het rendement van het eerder door hen gestorte kapitaal. De exploitanten zijn veelal de gemeenten. Daarbij kan een gemeente volledig eigenaar zijn of wanneer er sprake is van een gemeenschappelijke regeling samen met andere gemeenten. In de regio Rivierenland zijn dat de gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel.

Op 31 december 2020 zit er 61 miljoen euro in het fonds. Daaruit moet het fondsbestuur, dat is het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland, alle verwachte kosten voor in totaal tien stortplaatsen en zeven baggerspeciedepots kunnen voldoen. Dat bedrag is belegd in aandelen en obligaties. De obligaties brengen de laatste jaren nauwelijks of geen geld op waardoor het rendement en dus de fondsaangroei veel lager is dan waar eerder op werd gerekend. Omdat de rente naar verwachting nog lang laag zal blijven, heeft het fondsbestuur besloten de zogenaamde rekenrente te verlagen van 4,9 naar 3,1 %. De regiogemeenten hebben tot nu toe 5 miljoen in het fonds gestopt. Door de verlaging van de rekenrente moet er nu 10 miljoen euro extra op tafel komen. Het aandeel van de gemeente Tiel hierin is becijferd op 1,7 miljoen.

Gemeenten overvallen door forse verlaging rekenrente en bijstorting

Wethouder Groen: “We hoorden dit jaar al eerder dat er mogelijk sprake zou zijn van aanpassing van de rekenrente. Het Avribestuur had los van de 5 miljoen die bij de provincie in beheer is, eerder zelf al een miljoen gereserveerd voor een mogelijke naheffing. In 2019 kwam onze accountant tot de conclusie dat deze reservering volgens boekhoudkundige regels niet toegestaan was en ook niet nodig. Dat kwam toen goed uit omdat Avri het jaar 2019 met verlies dreigde af te sluiten. Door de vrijval van die één miljoen veranderde het verlies in dat jaar in een bescheiden positief saldo. Mede door de corona hoorden we pas in oktober precies wat er met de rekenrente ging gebeuren en wat de gevolgen waren. Dat was schrikken. Provinciale Staten besloten later in die maand ook dat de tien miljoen op tafel moest komen en voor zover dat problemen gaf Gedeputeerde Staten zich ten aanzien van de wijze van betaling soepel moest opstellen.”

Overleg met provincie

Wethouder Groen vervolgt: ”Maandag 10 november heb ik met de andere gemeenten van de regio daarover overleg gehad met de gedeputeerden Markink en Kerris. Dat overleg verliep in een plezierige en constructieve sfeer. Uitgangspunt was dat Avri het geld niet had en de gemeenten ook niet in een zodanige rooskleurige financiële positie verkeerden om het bedrag direct te voldoen. Bovendien wilden we de inwoners niet belasten met deze tegenvaller in een situatie dat zij toch al extra moesten gaan betalen aan verhoogde bijdragen aan lagere overheden. Al pratende kwamen er drie opties op tafel:

  1. Het volledige bedrag betalen en voor rekening van onze toch al bescheiden weerstandreserves nemen.

  2. Het geld betalen en tegelijkertijd een lening afsluiten bij de provincie , die we in 10 jaar tijd aflossen.

  3. De overdracht van de stortplaats met 75 jaar uitstellen en in die tijd ook zelf het onderhoud voor onze rekening nemen.

Die laatste mogelijkheid is wat ons betreft de beste optie. De provincie gaat nog onderzoeken of dit juridisch en praktisch mogelijk is. Er is goede hoop dat dit gaat lukken. De wil om er zo gezamenlijk uit te komen is er ook van de zijde van de provincie zeker. Van belang is ook dat Gedeputeerde Staten het besluit om de overdracht uit te stellen zelfstandig kunnen nemen.

De stortplaats is op dit moment in goede conditie. We verwachten dat het onderhoud zich zal beperken tot het tussentijds eenmaal vervangen van de toplaag. Dat kunnen we betalen uit de bijdrage van 2 euro die de inwoners al jaren aan het nazorgfonds betalen en die verwerkt zit in de afvalverwijderingsbijdrage. We verwachten ook dat over 75 jaar de 5 miljoen die nu vanuit de regio aan het fonds nazorg stortplaatsen is bijgedragen door de opbrengst van de beleggingen voldoende aangegroeid zal zijn om dan de stortplaats met gesloten beurs te kunnen overdragen. Mocht dit onverhoopt niet het geval zijn, dan bestaat de mogelijkheid om de overdracht opnieuw 75 jaar uit te stellen.”

Comments
Loading...