Kolommetje: Nalaten

Nu ik de leeftijd heb bereikt waarop je vroeger als oud werd gezien, kijk ik wat vaker terug. Niet omdat er geen interessante toekomst meer zou zijn, maar af en toe vraag je je af wat je zoals hebt gedaan met de tijd die je is gegeven. Want het is onontkoombaar en steeds duidelijker, het houdt een keer op.

Maar gek genoeg maakt me dat niet mistroostig, of naargeestig negatief. Tien jaar geleden kon ik dit soort stukjes nog wel eens doordraven en lekker zwartkijken. Nu niet meer. Wat daar de reden voor is? Misschien zijn er meer dingen die me opbeuren, want wie langer meegaat weet de sporen van het verleden te herkennen en te duiden. Neem bijgaande foto’s, die stammen uit de tijd dat er aan de Koornmarkt nog druk werd gebouwd aan een paar kantoren, een apotheek en bovenliggende woningen. Voor het mooi was de gevel van het voormalig PGEM-gebouw op die plek blijven staan, maar er is natuurlijk alleen maar nieuwbouw op die plek. Ik zie die mannen beton storten en denk: waar zijn ze naartoe? Net als alle bouwvakkers zijn ze elders aan het werk, of gepensioneerd inmiddels. Maar denken ze nog wel eens aan dit bouwwerk? Of let je daar niet meer op als je zo vaak beton hebt staan egaliseren. Ik denk het niet. Maar ik denk wel aan het moment dat ik gefascineerd heb staan kijken aar de routine en trefzekerheid van deze werkers, waarvoor ik net zoveel bewondering heb als voor mensen die staalconstructies inelkaar zetten of wegen aanleggen.

Het is de bewondering van iemand, die zich niet kan voorstellen wat je er allemaal voor nodig hebt of moet kunnen. Deze week nog was ik in het regionaal archief, op zoek naar bouwtekeningen van woningwetwoningen. Ik vond ze, honderd jaar oud, met handtekeningen en namen van mensen die die woningen hadden ontworpen, de bestekken hadden geschreven en ze hadden goedgekeurd. Dachten zij aan de sporen die ze zouden nalaten? Waarschijnlijk niet, ze deden hun werk en gingen naar de kerk. Punt. Wat me terugbrengt op mijn oorspronkelijke vraag: waarom doe ik dat dan wel? Laten we het er op houden dat ik nu eenmaal graag wat roer in nostalgie, terugdenk aan allerlei mensen die ik heb gesproken of echt heb leren kennen en graag wil dat anderen hen ook aardig vinden. En mijn manier is niet het storten van een betonnen fundering, maar ze keer op keer een moment van aandacht geven. Hier bijvoorbeeld, maar ook in mijn mijmeringen. Die overigens het best zijn te genieten wanneer je met vrienden van toen, collega’s veelal, eens bijeen komt om die herinneringen en anekdotes op te frissen. Want ook dat deed ik deze week, en het maakte me blij.

Comments
Loading...