Monument voor de Molukse KNIL-militairen Tiel geplaatst

Onder toeziend oog van Burgemeester Hans Beenakker, wethouder Marcel Melissen, initiatiefnemer Vic Latumahina, bedenker Max Taihuttu en enkele leden van de werkgroep KNIL is donderdag 25 april het herinneringsmonument voor de Molukse KNIL-militairen geplaatst. Het kreeg een mooie plaats bij de andere oorlogsmonumenten op het lommerrijke plantsoen bij de Sint Maartenskerk.

Video:

Een fotoserie onder de tekst.

Het monument

Het monument bestaat uit een op een plaat geschreven tekst, die is aangebracht op een enorme zwerfkei. Michel van Luijn, de maker van het monument, over de steen: “Ik schat dat hij tussen de zes- en zevenhonderd kilo weegt. Hij is afkomstig uit een zandgroeve in Duitsland en is waarschijnlijk in de ijstijd uit Scandinavie naar de vindplaats gekomen. Hij is in oorspronkelijke staat. Ik heb alleen ruimte gemaakt voor het aanbrengen van het tekstbord.”

Het monument past goed bij het naastgelegen monument voor de vier omgekomen Tielse militairen die tijdens de Tweede Wereldoorlog het leven lieten.

Omdat de kei bijna rond was kostte het Michel heel wat stuur- en hefkunst om de steen van zijn vrachtauto op de juiste plaats te krijgen.

Waarom een gedenkmonument voor Molukse militairen?

Vic Latumahina heeft het initiatief genomen om in Tiel een herinneringsmonument te plaatsen voor de Tielse Molukse KNIL-militairen die in Nederlands-Indië sneuvelden of elders in ballingschap stierven. Vic: “De KNIL-militairen die in 1951 naar Tiel zijn gekomen zijn bijna allemaal overleden. Ik vond het belangrijk dat zij niet vergeten worden. Dat bracht mij op het idee van een gedenkmonument. Eind 2017 heb ik het college verzocht om daar aan mee te werken. Toen die instemming er was, heb ik onder de Molukkers in Tiel samen met leden van de ingestelde werkgroep ideeën verzameld voor een monument. Dat leverde dertig suggesties op. Na een stemming werden er zes als meest passend en haalbaar uitgekozen. Daaruit heeft het college een keuze van 3 gemaakt om te realiseren. Het college koos voor het monument dat we nu plaatsen en daarnaast nog voor het aanbrengen van informatieborden waar eerder in Tiel twee tijdelijke Molukse woonoorden gevestigd waren. Die borden komen later. Ik ben erg blij dat de wens, die breed leeft in onze gemeenschap, nu gerealiseerd is.”

Vic vervolgt: “Max Taihuttu heeft het idee voor de steen ingediend. Verder hebben we een werkgroep voor een herinneringsmonument ingesteld. Hierin hebben naast mijzelf ook Tom Polnaya, Miguel Tomatala, John Lopulissa en Liena Rutamalessy zitting.

Een blik in het verleden

Het is al weer 68 jaar geleden dat er honderden Molukkers naar Tiel kwamen. Met uitzondering van wat Indische Nederlanders kende Tiel nauwelijks mensen van buiten Europa. Het straatbeeld veranderde door de komst van de Ambonezen flink. Donkerbruine mensen, die nauwelijks of helemaal geen Nederlands spraken en vrouwen in kleurrijke sarongs waren de Tielenaren niet gewend. Zij werden ondergebracht in twee woonoorden, die in de volksmond kampen genoemd werden. In het eerste, de Schutssluizen in Tiel Oost aan het einde van de Grote Brugse Grintweg en vlak voor de spoorlijn vonden twee honderd Molukkers hun tijdelijke woonplaats. Een tweede wat kleiner kamp bevond zich in Drumpt in en rond de villa Elzenpasch aan de Burgemeester Meslaan. Daar woonden 20 gezinnen.

Een Molukse woonwijk

In 1960 en 1961 werd er voor de groep Molukkers een speciaal voor hen gebouwde woonwijk met 71 huizen gebouwd. Eind 1961 verhuisden de bewoners van de twee kampen zoals de woonoorden in Tiel genoemd werden naar de nieuwe wijk. Al snel werd er een houten kerkje bijgebouwd en later kwam er een groot gemeenschapsgebouw en een permanent kerkgebouw. Latuhamina schat dat er momenteel 900 Molukkers in Tiel wonen. Zij vormen enerzijds een hechte gemeenschap maar zijn mede door de sport, muziek en onderwijs ook helemaal geïntegreerd in de Tielse gemeenschap. Wanneer je het Kalendarium van Tiel op internet raadpleeg, zie je dat het gebrek aan uitzicht op een vurig begeerde eigen staat op de Molukken in het verleden nog wel eens tot problemen leidde. Een beroemde Tielenaar, oud profvoetballer en international is Simon Tahamata. De Molukkers hechten erg aan het bij elkaar wonen. Veertig procent van de ongeveer 50.000 Molukkers die er in Nederland zijn, wonen in totaal 71 Molukse woonwijken. Vic Latumahina: “Het verleden is voor ons nog steeds erg belangrijk. De meeste Tielse Molukkers hebben nog nauwe contacten met de Molukken en gaan er regelmatig op bezoek.

We willen onze geschiedenis levend houden. Dat doen we in Tiel onder andere met een werkgroep met de naam Kayu Nangka. Die maakt traditionele slaginstrumenten waaronder veel tifa’s. Een tifa is een slaginstrument gemaakt van onder meer een uitgehold boomstammetje en een geitenvel . Uit het hele land komen Molukkers maar ook anderen op vrijdagavond naar Tiel om onder begeleiding een eigen tifa te maken. Belangstellenden kunnen een tifa horen en zien tijdens het laatste stukje van de rondgang tijdens de dodenherdenking op 4 mei aanstaande.

Waarom kwamen de Molukkers naar Nederland?

Nederland heeft zijn gouden eeuw vooral te danken aan de producten die met name uit Nederlands- Indië gehaald werden. Dat ging niet altijd zachtzinnig. De Nederlandse economische belangen stonden voorop en daar had de bevolking zich als – het moest kwaadschiks – naar te schikken. Het lukte de protestantse zending om op de Molukken vaste voet aan de grond te krijgen. Molukkers voelen zich geen Indonesiër en ontwikkelden mede door hun geloof een hechte band met Nederland en het Nederlands bestuur. Velen waren vanwege hun betrouwbaarheid voor de Nederlandse belangen werkzaam bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) of vervulden bestuursfuncties in heel Indonesië. Daarmee hielpen zij de Nederlanders met het onder controle houden en mede besturen van het immense Indonesië, dat toen het een Nederlandse kolonie was, Nederlands Indië genoemd werd. Het KNIL werd regelmatig ingezet om verzetacties tegen de Nederlandse overheersing de kop in te drukken. Na de tweede wereldoorlog brak er in Nederlands-Indië een revolutie uit die niet meer te keren bleek. Het land verklaarde zichzelf onafhankelijk. Dat werd vier jaar later in 1949 door Nederland erkend. De Molukkers verloren hun speciale positie en werden in het onafhankelijke Indonesië met achterdocht bekeken. Zij vreesden daarom wanneer ze hun wapens in zouden leveren, de wraak van de Indonesiërs. Door hen zelf aangedragen oplossingen werden door Nederland verworpen. Nederland besloot uiteindelijk om ongeveer 12.500 Molukkers, Menadonezen en Timorezen tijdelijk naar Nederland te halen. De KNIL-militairen onder hen kregen voordat zij naar Nederland vertrokken de status van lid van het Nederlands leger. Eenmaal in Nederland werd deze status ingetrokken. Dat was heel zacht uitgedrukt een enorme teleurstelling voor de groep, die zich ingezet had om het Nederlands bewind in Indonesië te steunen en waarbij velen het leven verloren hadden. Werken bij het leger en als burger voor de overheid in Indonesië gaf bovendien status en gezag. Dat alles was men in Nederland in een keer kwijt. Vic Latumahina: ”Het transport naar Nederland vond plaats met vrachtschepen. Daar was weinig plaats voor extra mensen. Het gebeurde dat bijvoorbeeld dat ouders met vijf kinderen er maar drie mochten meenemen. De twee anderen moesten in Ambon bij familie blijven. Hartverscheurend was dat.”

Comments
Loading...