Omkijken:  In 1962 was het nog een ´echte´ oogstfee

Apeldoorn – Henny van Lith was in 1962, het tweede jaar van het fruitcorso, oogstfee. Een echte want ze had een kroontje op haar hoofd. Als je haar opzoekt in Apeldoorn en twee uur met haar gepraat hebt, wat denk je dan als je weer terug gaat naar Tiel? Ik teken er voor als ik met 77 jaar ook nog zo ben. 

 

Ze woont al 43 jaar in Apeldoorn. Mooi huis, mooie tuinen voor en achter. Seniorproof´ noemt ze het.

Dat kroontje van destijds, wat is daar eigenlijk mee gebeurd? ´O, het is dat u me daar aan herinnert. Ik weet het niet, het zal wel naar de volgende oogstfee gegaan zijn. De jurk, zo´n echte baljurk, die mocht ik houden’.

Haar opleiding was MULO. Daarna ging ze werken bij Douwe Egberts in Utrecht. In de avond haalde ze haar diploma handelscorrespondentie en steno in het Nederlands en de drie moderne talen. ´Ik zat op de afdeling export bij Douwe Egberts International´. Na de afdeling export werd ze directiesecretaresse. En daar weer na secretaresse van een prof van de universiteit van Utrecht.

 In 1970 ging ze met man en gezin naar Apeldoorn omdat er rijksdiensten – hij zat bij het kadaster – daar naartoe overgeplaatst werden. Van 1977 tot 1987 werkte ze parttime op een school voor speciaal onderwijs. 1987 was een donker jaar. Het was het jaar van haar scheiding.

 Ze vertelt vrij snel. Tussendoor zegt ze dan soms iets als ´Ze vinden me druk´. Met ´ze´ bedoelt ze dan de mensen met wie ze omgaat. Dat zijn er veel. Ze is van nogal wat organisaties vrijwillig medewerkster. Zoals daar is de Heemhof waar ze betrokken is bij de hulp aan dementerenden en mensen met de ziekte van Huntington. Ze voelt zich ook betrokken bij de kerk en als er een oproep komt zoals voor het opvangen van vluchtelingen, dan wil ze daar aan deelnemen. Ze is een ‘taalmaatje’ van een Syrisch gezin, vluchtelingen, een man, vrouw en vier kinderen. ´Taalmaatje wordt het genoemd maar het is meer geworden. Je wilt die mensen helpen met inburgeren´. Met de vrouw, Ranya, heeft ze een sterke band. ´Het klikte tussen haar en mij. Het is zo´n positief mens. Ze wil gewoon alles hier leren. Ik gun het haar zo dat het haar en haar gezin goed gaat’. Ze was zelf trouwens in in 2004 in Syrie. Vandaar die betrokkenheid – nu – bij de vluchtelingen. ‘Ik reisde destijds veel. Mijn partner was plotseling gestorven. Ik ben in die jaren ook in Libanon en Israel geweest’

Het is duidelijk, ze leidt een enerverend leventje. Verre reizen maakt ze niet meer. Ik heb het allemaal wel gezien. Weet je wat het is, van reizen kom je niet bij, dat zijn vaak werkvakanties. Thuis, thuis rust je uit’.

 

1962. Dat is zes-en-vijftig-jaar geleden. Er is een foto waarop ze toost met links van haar Bruggeman, de bedenker van het corso en rechts burgemeester Stolk. Hoe kwamen ze zo bij haar? Omdat haar familie ´in het fruit´ zat. ´Mijn vader pachtte kersen op het hout. En we hadden wat melkkoeien. Een gemengd bedrijf was het, aan de Achtersteweg in Meteren’.

Corsowagen Meteren 1961

In het eerste jaar van het corso – 1961 – zat ze al op de wagen van haar dorp Meteren. ´Misschien zijn ze zo bij mij gekomen voor oogstfee.´ Ze herinnert zich dat ze naar Tiel moest om zich te presenteren aan de heren van het bestuur.´ Een Bruggeman was er bij. En een ander was…´ Van Hesteren misschien? ´Ja precies Van Hesteren. Er werden wat vragen gesteld. En dan moest je een praatje houden. Van al de dorpen waren er één of twee meisjes. De heren van het bestuur kozen die meisjes uit voor oogstfee en hofdames. Ja, het was toen nog niet zo gedemocratiseerd als nu’.

Comments
Loading...