De Tielse binnenstad

Door Huub van Heiningen op woensdag 31 augustus 2016, geplaatst in Opinie, Openbare ruimte.

De winkels weg uit de Gasthuisstraat, Vleesstraat, Koornmarkt, Tolhuisstraat en ook de Weerstraat “verkleuren naar wonen”. Als de nu aan de raad van Tiel gepresenteerde plannen een wettelijke basis krijgen zal dit het meest ingrijpende bestemmingsplan van de na-oorlogse jaren worden. Plannen en wat losse gedachten hieromtrent.

Hoewel de wettelijke houdbaarheidsdatum van het huidige bestemmingsplan nog niet is bereikt, wil het college van B&W op korte termijn een geheel nieuw plan door de raad laten vaststellen. Daarvoor is een aantal stukken beschikbaar.

Het is de bedoeling de binnenstad beter te profileren – aantrekkelijker te maken voor bezoekers en vooral iets te doen aan de toenemende leegstand.

Daarom worden de Waterstraat, Markt en Voorstad aangewezen als kernwinkelgebied. De Westluidensestraat, de Damstraat en de Kerkstraat zijn bestempeld als aanloopstraten, waarin geen nieuwe detailhandel meer wordt toegelaten.

De Tolhuisstraat, Gasthuisstraat, Vleesstraat, Hoogeinde en Koornmarkt zullen aangemerkt worden als “dwaalmilieu”. Het stadsbestuur accepteert ook dat een deel van de Weerstraat verkleurt van detailhandel naar wonen.

Met betrekking tot het Plein en de horeca spreken de stukken elkaar soms tegen. Terwijl er gepleit wordt voor meer horeca verspreid door de binnenstad, zegt het ene document dat het Plein uitsluitend voor horeca bestemd moet blijven en het ander dat er daar ook wat kleinere winkels bij zouden moeten komen. De vraag dringt zich inderdaad op of de spoeling daar dan niet te dun wordt. Ook al omdat andere locaties – het Korenbeursplein en de Bellevue – meer potentie hebben.

De plannenmakers vinden ook dat de zaterdagse weekmarkt van het Plein moet verhuizen naar de aanpalende straten. Waarmee het gevaar dreigt dat die markt dan geen lang leven meer beschoren is.

Het beperken van het aantal winkels is onontkoombaar, maar bij een drastische inkrimp zoals wordt voorgesteld, moet er voor gevreesd worden dat de (huur)prijzen in het kernwinkelgebied eerder zullen stijgen dan dalen. Terwijl juist die huurprijzen menige ondernemer de das om doen.

In het dwaalmilieu dienen kunst en cultuur zichtbaar aanwezig te zijn en de geschiedenis moet zichtbaar worden in de binnenstad, aldus B&W. Ook dat roept vragen op, want de gehele binnenstad plukt de wrange vruchten van het ten opzichte van monumenten gevoerde beleid in de voorbije halve eeuw. In die periode zijn er immers in de binnenstad ruim zestig beeldbepalende panden geheel of grotendeels gesloopt.

Nog maar één bestemmingsplan geleden zou de Kerkstraat een interessante dwaalstraat vol leuke boetiekjes en kleine winkels worden. Wie ziet wat er sindsdien aan wooneenheden is teruggekomen voor verdwenen winkels, zal zijn hart vasthouden. Datzelfde geldt voor de Weerstraat – in potentie de meest gezellige winkelstraat van Tiel.

Om dwalende toeristen te lokken moet er wel wat te zien en te beleven zijn en stedelijke identiteit zal toch vooral geput moeten worden uit de inderdaad boeiende geschiedenis van Tiel. Terecht wordt opgemerkt dat menige stijlvolle gevel wordt verpest door een pui die er niet bij past. Herstel dus de harmonie van de oorspronkelijk gevel. Maar daarbij blijft het wel zo ongeveer in de gemeentelijke stukken. Het particulier initiatief dat in het jongste verleden op het stadhuis ook nogal eens de kop stootte moet het allemaal gaan uitvoeren.

Wie vaker stadsexursies heeft geleid weet dat borden met teksten over wat er ooit gestaan heeft gemakkelijk negatieve reacties oproepen. De kritische toerist op zoek naar de geschiedenis, wil méér zien. Waarom niet de contouren van de indrukwekkende Sint Walburgkerk weer zichtbaar gemaakt in het maaiveld, zoals dat gebeurde met het koor van de Sint Maarten ?

Enkele eeuwen geleden hadden honderden panden in de binnenstad een naam. Breng ze terug ! Bij namen als “t Princejagt” of “de Klosbaan” en zoveel anderen is een verhaal te vertellen. Hier en daar zijn in de binnenstad nog eeuwenoude huismerken te vinden en waarom geen nostalgische “vertellende” uithangborden aan de gietijzeren ornamenten uit de tweede helft van de 19e eeuw ?

De stelling dat overdadige reclame-uitingen uit het straatbeeld moeten verdwijnen is halfslachtig. Het zijn vooral die nare en uitermate hinderlijke stoepborden die er voor zorgen dat menigeen de binnenstad als een griebus ervaart. Haal ze weg en verbied ook wapperende vanen die het zicht op gevels en etalages belemmeren. Nodig de winkelier uit van zijn etalage iets moois te maken en maak de ruimte vrij voor windowshopping door haaks op de gevel aangebrachte reclames tot b.v. 2,40 meter boven het trottoir op te tillen.

De opdracht dat Tiel moet investeren om zich te kunnen manifesteren als fruitstad riekt naar onbegonnen werk. De sfeer van de kersenboomgaard, het panorama van de bloeiende appelbomen en het feest van de oogst zijn niet na te bootsen. Een appelboom is een bloempot roept slechts meelij op. Moeten we misschien met ratels door de binnenstad om de duiven als denkbeeldige spreeuwen te verjagen ? Terwijl er in de hele binnenstad nog geen fruitwinkel te vinden is.

Laat Tiel zich dus manifesteren als het centrum van het mooiste fruitgebied van Nederland, maar het kweken van fruit overlaten aan mensen die er verstand van hebben ! Tiel zou zich beter kunnen manifesteren als groene stad door nog veel meer planten en bloemen in het straatbeeld. Bomen die passen in het traditionele stadsbeeld en klimmers of struiken die bijen en vlinders aan trekken en ook de vogels teruglokken naar de binnenstad.

Daar is echt een bestuurlijke mentaliteitsomslag voor nodig. Wie in de Ambtmanstuin om de gifspuit belt omdat er een slak het voetpad kruiste of spinnenwebben tussen de struiken hangen beseft niet dat de lijster van slakken leeft. En dat het chemisch uitroeien van woekerende bodembedekkers vergiftige regenwormen naar boven haalt, waardoor de merel sterft. Hakselmachines die een oorverdovend lawaai maken hebben twee soorten uilen en de grote bonte specht uit de tuin verjaagd. Waarom moet het met hels lawaai opgezogen en afgevoerd worden als blad uitstekende compost oplevert. Zou het (vanuit uiteenlopende overwegingenn) niet verstandig zijn bij het groenonderhoud veel meer naar handenarbeid over te stappen ? Als becijferd wordt wat het nu aan energie kost en milieuvervuiling met zich brengt, zal mogelijk blijken dat het ook economisch verantwoord is meer handenarbeid toe te passen in het groenbeheer.

Onze terugtredende overheid zou het opfleuren van de binnenstad liefst overlaten aan het particulier initiatief (om het geld te kunnen besteden aan stenen prestige-projecten, zeggen de nurksen). Het kweken van en werken met planten voor het publiek domein en daarin ook de jeugd betrekken – het is heel leuk. Maar niet iedereen zal de kosten die dat meebrengt kunnen of willen opbrengen. Waarvoor betalen we anders de steeds maar stijgende gemeentelijke belastingen, heet het dan.

De gemeentelijke plannen voor de binnenstad leveren voldoende stof op voor discussies.

Waarom steeds drie poorten en vier kwartieren ? Zo’n duizend jaar geleden was de stad inderdaad verdeeld in vier kwartieren. Terecht is er één toegewijd aan Sint Maarten. Die was al die eeuwen de schutspatroon van Tiel en is ook nu nog altijd de beschermheilige van WMO-ers en bijstandstrekkers. Maar een eigen kwartier voor Dominicus terwijl het grootste kwartier heel veel eeuwen aan Sint Walburg was gewijd ? Je moet welhaast een Arnhemmer zijn om zoiets te kunnen verzinnen.

Contouren van de Walburgkerk on maaiveld Contouren van de Walburgkerk on maaiveld appelbomen in de binnenstadappelbomen in de binnenstad

Comments
Loading...