Stadsvisie

Door Huub van Heiningen op maandag 14 september 2015, geplaatst in Opinie, Politiek. December 2001 - Eisse Kalk met een insprekerDecember 2001 – Eisse Kalk met een inspreker

Heeft het nog wel zin elke vier jaar te gaan stemmen? De Belgische onderzoeker David van Reybrouck beantwoordt die vraag ontkennend. De helft van de kiezers blijft al thuis en ze hebben volgens hem gelijk. Niemand kan vier jaar vooruit kijken; de omstandigheden veranderen zo snel dat we in feite onze volksvertegenwoordigers een blanco cheque geven. Alle programma’s en verkiezingsbeloften ten spijt. Van Reybrouck is de uitvinder van de G1000 – hij riep in een grote zaal 1000 burgers bij elkaar, die hij via groepsdiscussies liet uitmaken hoe de stad bestuurd zou moeten worden. 

Een Nederlands initiatief om de lokale democratie bij de tijd te brengen, waarbij ook minister Plasterk betrokken is, heet ‘Democratic Challenge’. In het begin van dit jaar zijn alle gemeentebesturen en politieke partijen uitgenodigd met ideeën te komen. Er zijn ondertussen 99 suggesties binnengekomen en daar zijn heel aardige bij, die vaak ook al in de praktijk gebracht worden. De stad Antwerpen bijvoorbeeld heeft van het gemeentelijk budget van 10 miljoen 1,1 miljoen euro beschikbaar gesteld om niet door de raad maar door de burgers bestemd te worden. Geldermalsen stelt jaarlijks een ton beschikbaar voor leefbaarheidsinitiatieven, waaraan de burgers eveneens een bestemming mogen geven.  Er zijn tal van andere aansprekende initiatieven bij – ze zijn stuk voor stuk op de site Democratic Challenge te vinden. Op 6 oktober is er in Amersfoort een ‘feest van de democratie’, waar alle indieners bij elkaar komen en plannen worden beoordeeld en ter discussie gesteld. Ook Van Reybrouck zal erbij zijn. Vanuit Tiel zijn geen initiatieven ingediend – mogelijk gaan wel Tielenaren naar Amersfoort om het oor te luisteren te leggen.

Van nog groter belang zijn de machtsverhoudingen in ons land. Wat drijft de politici? Wie en wat trekken er feitelijk aan de touwtjes? Heeft de politiek nog wel een visie? Waar zijn onze idealen gebleven? De Franse econoom Piketty vindt dat de politiek een halt moet toeroepen aan de groeiende ongelijkheid tussen rijk en arm, die, als er niet ingegrepen wordt, automatisch tot een revolutie zal leiden. Journalist Joris Luyendijk tracht duidelijk te maken dat het door en door verrotte bankwezen de economie in een klemmende greep houdt. En dan is er heel recent nog de afkeer van ‘economisme’ van Jesse Klaver, die wil afrekenen met de verstikkende greep van het neo-liberalisme. De politiek moet afzien van de marktwerking in de publieke sector, niet langer alles vertalen in geld en/of economische groei maar een echte visie op de samenleving ontwikkelen. Een visie waarin gelijk verdelen van menselijk geluk centraal staat.

Een echte visie dus. Geen papieren visie, waarvan de gemeente Tiel er de laatste kwarteeuw zoveel heeft geproduceerd dat de stapel al ruim een meter hoog is en het begrip visie in een vrije val is gedevalueerd.

Helaas is er, voorzover ik het goed zie, maar één raadslid in Tiel, dat ervaring heeft met de opstelling van de stadsvisie in het jaar 2001 onder leiding van Eisse Kalk (Instituut voor Publiek en Politiek) en daarvan in de discussies blijk geeft. Een groot team vrijwilligers heeft toen avond aan avond duizenden willekeurig gekozen Tielenaren telefonisch benaderd om hen een aantal goed gekozen vragen voor te leggen. De daaruit ontstane concept-visie is grotendeels door de raad overgenomen en er zijn natuurlijk ook best aardige dingen uit overgebleven. Maar op één belangrijk aspect week de raad af. Dat ging om de groei van de stad versus het investeren in de kwaliteit van de bestaande Tielse gemeenschap. De Tielenaren konden, grof geschetst, kiezen tussen vier mogelijkheden: uitsluitend bouwen voor eigen inwoners, ook bouwen voor economisch gebondenen, bouwen voor de hele regio of onbeperkte groei. De meerderheid koos voor een zeer beperkte groei, maar de raad wilde een breder draagvlak voor de voorzieningen, en koos voor een ruimere expansie. Terwijl de bevolking de kwaliteit van de Tielse samenleving voorop stelde, koos de politiek voor de kwantiteit.

Al vrij korte daarna werden op basis van een discutabele rangschikking van de toetsingscriteria statistieken gepresenteerd waaruit zou moeten blijken, dat Tiel een zeer onevenwichtige bevolkingssamenstelling heeft en relatief teveel goedkope woningen. Het credo werd nu dus: zoveel mogelijk duurdere huizen bouwen om beter gesitueerden naar Tiel te lokken. Om tegen ‘groeikernen’ als Houten, Nieuwegein en Vleuten te kunnen concurreren werden de grondprijzen zodanig gedrukt dat nieuwkomers niet meer volledig meebetaalden in de kosten van het bouwrijpmaken, de wegen en de nutsvoorzieningen. Er werd zelfs een beroep gedaan op de omliggende gemeenten om goedkope huurwoningen te bouwen voor Tielenaren en streekgenoten, die daarop aangewezen zijn. De terugtredende gemeentelijke overheid delegeerde het bouwen van woningen voorts aan projectontwikkelaars, waaronder de corporaties die in alle opzichten als projectontwikkelaars functioneren. Het neo-liberalisme dus in optima forma. Dat in feite weinig op heeft met een visie. Die werken immers – zo formuleerde premier Rutte het – als olifanten die het zicht op de toekomst belemmeren.

Geen wonder eigenlijk dat de stukken betreffende het ontwikkelen van een stadsvisie – zoals die aan de orde zijn geweest in de Commissie Bestuur – getuigen van een spraakverwarring.

In het collegeprogramma, dat door de hele raad aanvaard is, staat dat in gesprek gegaan zal worden met de inwoners om een lange termijnvisie te ontwikkelen. Daarvoor is geld gereserveerd. De gemeente gaat voorts op zoek naar sponsoren om het project financieel te steunen.

Het meest voor de hand liggend zou een G1000-bijeenkomst zijn. Roep alle kiesgerechtigden (en degenen die dat binnen een x-aantal jaren worden) bijeen in een grote zaal om hen onder deskundige leiding een aantal zorgvuldig geformuleerde vragen voor te leggen. Daarover kan dan in kleinere groepen gediscussieerd worden. Er zou daarvoor een deskundig bureau ingeschakeld en er zouden meerdere sessies nodig zijn om iedere inwoner gelegenheid te bieden deel te nemen. Maar – afgaande op de summiere notulen – valt het op dat alleen het CDA hiervoor opteert en in dit opzicht vooralsnog alleen staat.

Want het gaat er kennelijk niet in de eerste plaats om erachter te komen wat de burger wil, maar om te sonderen in hoeverre de burger kan en wil participeren – een bijdrage kan leveren aan de samenleving. Een derde doel is het zoeken naar mogelijkheden om Tiel nog beter op de kaart te zetten. Hoe vermarkten we Tiel wordt het door de VVD-vertegenwoordiger genoemd.

Vooraleer de burger geraadpleegd wordt moet er dus eerst ‘getrechterd’ worden wat er al aan initiatieven leeft en naar wat de burger gevraagd zou kunnen worden. In dat proces heeft de raad een rol voor zich opgeëist. Raadsleden, ambtenaren en mogelijk ook andere burgers zullen eerst op pad worden gestuurd als ‘kwartiermakers’ of ‘ambassadeurs’ om na te gaan wat er leeft onder de bevolking en die te entameren deel te nemen aan de enquête.

In de beraadslaging daarover ontstond een pikant verschil van mening. De VVD (en ook de burgemeester) vond, dat dit legertje ambassadeurs uit gekwalificeerde mensen zou moeten bestaan en dus niet representatief kon zijn voor de hele Tielse bevolking. De VVD liet een beetje in de lucht hangen of het uiteindelijk ook niet beter zou zijn slechts dit deel van de bevolking om een mening te vragen. D’66 daarentegen stelde nadrukkelijk dat zowel bij het trechteren als bij de enquêtte de gehele bevolking zou moeten worden betrokken, zodat ook de groep kwartiermakers een dwars-doorsnede van de gehele bevolking zou moeten zijn.

Bedenkelijk is m.i. ook dat er vanuit gegaan wordt dat 40% van de kosten van de gehele operatie uit sponsoring moet komen. Het bedrijfsleven gaat er immers vanuit dat met sponsoring ook invloed wordt gekocht of althans de mogelijkheid om mee te liften in het resultaat. De vraag dient dan ook gesteld of sponsoring de objectiviteit van de operatie niet onderuit haalt.

In de gedachtenwisseling over deze voorstellen stelde de woordvoerder van D’66 dat er in het Tielse huis van de democratie teveel in het geheim wordt afgehandeld. Ongetwijfeld draagt ook dit verschijnsel bij aan het negatieve beeld dat veel Tielenaren hebben van het gemeentebestuur. Het zal achter gesloten deuren vaak gaan om gemeenschapsgeld en uit wat de gemeente er zelf over schrijft blijkt duidelijk hoezeer bedrijfsbelangen vereenzelvigd worden met gemeentebelangen.

Veel blijft dus nog onduidelijk. Raadsleden zullen er o.i. dan ook goed aan doen zich in alle ernst af te vragen wie ze vertegenwoordigen en wiens belangen ze behartigen. Tegelijkertijd kunnen ze zich dan ook afvragen waar de idealen zijn gebleven waarop een politieke visie gestoeld zou moeten zijn. Jesse Klaver ligt in de boekwinkel.

Comments
Loading...