Groepsgevoel

Door Walter Post op maandag 14 september 2015, geplaatst in Openbare ruimte.

TIEL Op café gaan, heet het in Vlaanderen. In Tiel gaat men ‘even’ naar zijn eigen café, al eeuwenlang. Het gebeurt alleen in steeds grotere groepen, zoals op Appelpop. Dat is ook een soort cafégang. Het groepsgevoel heerst, de trend regeert, sociale media zijn de maatstaf van het nu.

In de negentiende eeuw, schrijver Huub van Heiningen zocht het ooit uit, werd in Tiel elk jaar wel iemand vermoord, soms wel twee personen. En dat gebeurde meestal onder invloed van drank, in de kroeg. Alcohol speelde in de jaren van de industriële ontwikkeling van Tiel een grote rol in het dagelijks leven. Niet voor niets waren drankbestrijders en het Nut in de weer om de arbeidende klasse te verheffen. Jenever trok toen een zware tol op gezinnen die het toch al niet breed hadden.

Tiel had in de vorige eeuw een van de grootste dichtheden aan drankvergunningen van heel Nederland. Dat is wat afgenomen, en de horeca kan beter in de gaten worden gehouden doordat de kroegen aan of in de buurt van het Plein zijn geconcentreerd. Makkelijk voor de ordediensten en bij controles op vergunningen en werkomstandigheden. Maar de dorst is niet afgenomen. Tielenaren houden nog van een fiks aantal glazen alcohol. Niet voor niets werkt de GGD voortdurend aan voorlichting over alcoholgebruik door kinderen, en worden ouders in de streek structureel geinformeerd over de gevolgen van een biertje voor schoolgaande jeugd. Want hoe zeer men ook vaardig is op de smartphone of tablet, echte informatie wordt er kennelijk niet mee gezocht. Tot het te laat is natuurlijk.

We hebben Appelpop weer achter de rug, de tankwagens van Grolsch zijn afgekoppeld. Op internet wemelde het van selfies met glazen bier, en gelukkig ook wel van uitzinnig publiek met zijn favoriete artiest op de achtergrond. Onze Avri, jazeker, die is van ons allemaal, maakt elk jaar weer een sterke beurt door in alle vroegte te beginnen de bergen plasticbekers op te ruimen, die als een witte laag over het festivalterrein liggen. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het een soort immens cafegaan is, dat festival. Jeugd en ouders zien er elkaar, er wordt bij gedronken, de traditie wordt doorgegeven. Want voor het mooie geluid hoef je er niet te komen, in die bulderende stroom tonen is nauwelijks iets te onderscheiden. En op je computer zie je leukere filmpjes uit je muzikale voorkeur. Daar hoef je niet in het gedrang voor te staan en een wat gezette Haagse mevrouw te bekijken die iedereen voor een fors bedrag voor het lapje houdt en pretendeert een rockandrollleven te leiden. Het zal de sfeer wel zijn, de massaliteit van je beleving. Een mooie film is immers in de bioscoop ook leuker te genieten. Het zij zo, ieder zijn meug.

Comments
Loading...