Prachtige aanwinst voor Stijlkamer museum Tiel

Het Flipje en Streekmuseum in Tiel werd woensdag 9 september verblijdt met een bijzondere schenking. H.G. Moorrees overhandigde die dag vergezeld door zijn vriend Evert-Jan Vinkhuijzen de portretten van zijn over-grootouders Jan Willem Boellaard en zijn echtgenote Eliza Eleonare de Vogel. Conservator Lisette de Blanc spreekt van een geweldige aanwinst voor het museum.

Het geslacht Boellaard

Jan Willem Boellaard (geboren 1830 – 1923) was een telg uit een aanzienlijke patriciersfamilie, die eeuwenlang invloedrijke bestuursfuncties vervulde in het lokaal bestuur en het waterbeheer in de Tielerwaard en de Vijf Herenlanden. Anderen uit dit eeuwenoude geslacht vervulden ook belangrijke functies in de krijgsmacht. Jan Willem Boellaard was een van die militairen. Hij werd in 1830 geboren in Herwijnen, nu gemeente West Betuwe. Hij trad op 3 augustus 1860 in het huwelijk met de twaalf jaar jongere Eliza Eleonora de Vogel. Bij zijn huwelijks had Jan Willem Boellaard de rang van eerste luitenant. Hij eindigde zijn militaire loopbaan als generaal-majoor bij de infanterie. Boellaard droeg de titel Heer van Herwijnen en was adjudant in buitengewone dienst van Koningin Wilhelmina.

De maker, Paul Rink

De portretten van Boellaard en zijn echtgenote zijn geschilderd door Paul Rink (Veghel , 25 december1861 – Edam, 2 september 1903). Rink was naast kunstschilder ook aquarelist, tekenaar, kopiist en lithograaf. Hij was gehuwd met Corrie Boellaard, een dochter van de geportretteerden. Werk van hem is te zien in het Noordbrabantsmuseum in den Bosch, het kunstmuseum Den Haag (voorheen Gemeentemuseum), het Singermuseum in Laren en nu dus ook in het Flipje en streekmuseum in Tiel. Hij volgde zijn opleiding aan de tekenacademies van Den Haag en Antwerpen. In zijn jongere jaren werkte hij onder meer samen met Vincent van Gogh. Met van Gogh deelde hij zijn liefde voor de gewone hardwerkende mens en diens tragiek. Hij was ook een getalenteerd portretschilder. Dat blijkt wel uit de schilderstukken die nu in Tiel te zien zijn.

De schilderijen

Conservator Lisette le Blanc: “Het zijn 2 zogenaamde pendanten, schilderijen die bij elkaar horen. De portretten zijn realistisch geschilderd in de klassieke traditie. De figuren kijken beiden naar eenzelfde punt. Ze zijn beide van hoge kwaliteit waarbij vooral de dame schitterend is weergegeven. Het is een prachtige aanwinst voor het museummuseum. Twee schilderstukken van een schilder van naam met personen die een duidelijke relatie hebben met onze streek. Wij zijn er echt heel blij mee.”

De schilderijen krijgen een ereplaats in de Stijlkamer van het museum en zijn daar vanaf oktober te zien. Daar zijn al schilderijen te bewonderen als: De Waterpoort van Tiel van Jan Knikker sr. Landschap met vee van Dirk van Oosterhoudt, portret van generaal Chassé gemaakt door N. Pieneman, Portret van Pietje of Aaltje van Mil van H.C. van Mourik, twee portretten van Pierre Frédéric de la Croix: van Jacob Willem van Panthaleon van Eck, een tweede pendant met schilderijen van Albert van Lith de Jeude en Geertrui van Benthem geschilderd door Paulus Lesire en tot slot een schilderij van een onbekende schilder met het fregatschip ‘De stad Tiel’ als motief.

De schenker

De schilderijen werden geschonken door, Hendrik (roepnaam Han) Moorrees uit Blaricum. Hij is oud-bankier en een achterkleinzoon van het geportretteerde echtpaar. Han Moorrees over de schilderijen. “Deze schilderijen hingen prominent in de woonkamer van mijn grootouders. Ik heb ze van hen geërfd en ze een plaats gegeven in mijn woning. Gezien onze leeftijd willen we wat kleiner gaan wonen en dan moet je van een aantal zaken afstand doen. Mijn kinderen hadden geen belangstelling voor deze schilderstukken. Dus ging ik op zoek naar een goede plaats voor dit familiebezit. Dat was nog best een zoektocht. De directeur van het Singermuseum had geen belangstelling. Hij had zijn kelder al vol liggen met familieportretten. Samen met een goede vriend, Evert-Jan Vinkhuijzen, zocht ik daarna een andere goede bestemming. Evert-Jan attendeerde mij op het museum in Tiel. Hij had contact opgenomen met conservator Lisette le Blanc. Die toonde zich zeer geïnteresseerd. Dus togen Evert-Jan en ik wij op 9 september naar Tiel om de schilderijen te overhandigen. Ik ben blij dat de schilderijen daar nu een goede plaats krijgen. Het museum is er blij mee en ze krijgen er een mooie plaats.”

Han Moorrees noemt ook nog enkele interessante details. ”Mijn overgrootvader moet een plezierige maar ook grappige man zijn geweest. In de familie werd hij destijds wel Jan Lol genoemd. Of de schoonzoon, schilder Paul Rink dat ook vond is de vraag. Rink was fel antimilitaristisch en misschien heeft hij daarom het schilderij van zijn schoonvader wat slordiger en minder kleurrijk geschilderd dan dat van zijn schoonmoeder. Dat is echt een juweel.

 

Comments
Loading...