21e editie van Terugblik: ’Sport in Rivierenland’

Deze maand verscheen het 22e deel van het Jaarboek van de Stichting Tabula Batavorum. Het is een jaarlijkse uitgave die ieder jaar stipt in de maand oktober of november verschijnt. Ieder boek heeft een thema, dat van uit historisch perspectief belicht wordt in bijdragen van auteurs van tien historische verenigingen. Samen bestrijken die verenigingen het gehele Gelderse Rivierengebied tussen Rijn / Lek en de Waal. Iedere vereniging levert een bestuurslid. Voorzitter van dit bestuur is al weer enkele jaren de in Tiel en Huissen bekende Emile Smit. In de afgelopen 21 jaar zijn al heel wat thema’s de revue gepasseerd. Wat ontbrak was de sport. Misschien wel begrijpelijk want (cultuur)-historici hebben veelal weinig met de ontwikkeling van de sport door de jaren heen. Maar dat wordt nu goedgemaakt met de terugblik van 2021, die geheel gewijd is aan de geschiedenis van de sport. Maar liefst 22 auteurs beschrijven meer dan een eeuw sportgeschiedenis.

Bij elkaar is het een zeer lezenswaardig boek geworden waar naast individuele sporten ook de ontwikkeling van accommodaties, de toenemende professionalisering in het clubmanagement en de vrouwenemancipatie in de sport beschreven worden. Ook de vaak remmende rol van de geestelijkheid komt aan de orde. Sommige auteurs beperken zich tot de beschrijving van de geschiedenis van een sport,in een plaats of streek, anderen geven een historisch overzicht van de ontwikkeling van alle sportieve activiteiten van hun dorp, stad of streek. Logisch dat je wanneer je wat verder de sportgeschiedenis induikt dat je dan verrassende gebeurtenissen en anekdotes tegenkomt. Voetbal neemt een belangrijke plaats in.

Tielse auteurs kozen voor het thema fietsen in Tiel

Angelika Niemantsverdriet en Emile Smit leveren bijna elk jaar als vertegenwoordigers van de Tielse Oudheidkamer samen een bijdrage. Zij kozen niet voor een of meer verenigingen maar de ontwikkeling van het fietsen in Tiel als onderwerp.

Het lijvige artikel vond ik bijzonder interessant maar ook vermakelijk. Na een algemene beschrijving van de ontwikkeling van de fiets in West-Europa zoomen zij in op de langzame opmars die de fiets en het fietsen in Tiel maakte. Wat ooit de ontdekking van de stoommachine voor de industrie en het vervoer betekende, is vergelijkbaar me het uitvinden van de trapper en de ketting van de fiets. Nieuw voor mij was dat enkele fietsenmakers bij aankoop van een fiets ook een fietscursus verzorgden. Twee rijwielhandelaren lieten daardoor zelfs een heel lescircuit op eigen grond aanleggen. Die rijwielhandelaren waren vaak smid, want wanneer een fiets kapot ging was dat vaak werk voor de smid. Wel heel bijzonder vond ik dat in 1897 een rijwielbelasting werd ingevoerd. Zonder geldig belastingschildje, het zogenaamde fietsplaatje, aan je fiets mocht je de weg niet op. De groei van het fietsgebruik stelde nieuwe eisen aan de wegen. Logisch dus dat er een fietsbelasting werd ingevoerd, vonden de heren bestuurders. In 1905 werd de bel op een fiets verplicht. Daarvoor werd vaak een hoorn als waarschuwingssignaal gebruikt, maar dat geluid leek te veel op de hoorn die auto’s toen gebruikten. In 1907 kwam de gemeente Tiel met een opvallende maatregel.

Snelheidsbeperking

Binnen de stadsgracht mocht niet harder dan 10 kilometer per uur gefietst worden. Daarvoor werd een speciaal Tiels verkeersbord ontworpen. Over hoe de snelheid toen gemeten werd laten de auteurs ons in het ongewisse. Dezelfde snelheidslimiet gold overigens ook voor auto’s. daarvan reden er in 1905 vijf rond in Tiel.

Het is jammer dat de auteurs zich beperken tot de tijd dat de fiets nog het hebbeding van de wat beter gesitueerden was. Daardoor blijven de wielersporten en de landelijk bekende profronde in Tiel in het boek buiten beeld. We missen daarom ook aandacht voor microfonist (live-verslaggever bij wielerwedstrijden) Rini Hermse. Leuk dat deze destijds in heel wielerland bekende Tielenaar wel genoemd wordt in het artikel ‘Wielerliefde in West Betuwe’ in het boek. Maar dat allemaal in een artikel proppen zou het wel buitenproportioneel lang gemaakt hebben.

Andere sporten

Emile Smit schreef ook een algemeen inleidend artikel. Daarin beschrijft hij de ontwikkeling van de sport door de eeuwen heen. Aanvankelijk diende sportbeoefening twee doelen, een godsdienstig en een militair doel. Pas heel veel later, tegen het einde van de negentiende eeuw, werd sport als een vorm van tijdverdrijf populair. Tal van sportverenigingen ontstonden maar dan wel binnen de lijnen van de verzuiling. Tot ver in de vorige eeuw hadden de meeste sporten ieder een protestants-christelijke, een katholieke en een algemene vereniging. Bij de katholieke vereniging was steevast de pastoor of een van de kapelaans geestelijk adviseur. Die waakte evenals dominees dat deden over de goede zeden, dat er geen leden buiten de eigen religie actief lid waren en een strikte scheiding van mannen en vrouwen en/of jongens en meisjes. Overigens waren er in de gemeentelijke zwembaden ook nog lang gescheiden zwemtijden voor dames en heren.

Het boek is rijk geïllustreerd met foto’s die passen bij het tijdsbeeld. Bij de ‘Tielse’ artikelen zie je bijvoorbeeld een foto van een uitvoering van de RK gymnastiekvereniging Sint Martinus in het Sint Josephgebouw, het latere en onlangs gesloopte Grachtenhuis onder leiding van gymnastiekinstructeur Gijs Leenders.

‘De Betuwe Beweegt’, Sport in het Rivierenland is te koop bij Boekhandel Arendsen en De Boekenlegger en kost 14,90 euro.

NB. Op de rug van het boek is ’21’ geplaatst, het is echter de 22ste uitgave.

Comments
Loading...