De laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog in Tiel: deel 21

Agnietenstraat 1945

Deel 21 van de serie 75 jaar geleden: Periode 16 -30 april1945

De bevrijding gloort in deze periode. De Duitsers raken in Nederland steeds meer ingesloten. Iedere dag sijpelen er nieuwe hoopvolle berichten de Betuwe binnen. Harderwijk valt op 17 april in geallieerde handen en Radio Oranje meldt dat de geallieerde tanks op 19 april nog maar 35 kilometer van Amsterdam verwijderd zijn.

In de West-Betuwe is echter nog weinig reden tot vreugde. Aan de beschietingen vanuit het Land van Maas en Waal komt maar geen einde. De bezetter vertoont nog geen spoor van angst en stelt zich naar de bevolking nog steeds keihard op. In het Rivierengebied lijdt men anders dan in het westen van het land geen honger, maar verder is er gebrek aan bijna alles. Tijdens de periode die ik nu behandel blazen de Duitsers in de West-Betuwe veel bruggen, duikers en viaducten op. Zij doen dit omdat ze de mogelijkheid willen hebben om zich verder richting Leerdam en Gorinchem terug te trekken en het gebied ten oosten daarvan onder water te kunnen zetten. Het vernietigen van bruggen moest daarbij de aanvoer van mensen en materieel van de geallieerden bemoeilijken. Datzelfde geldt voor de wegversperringen die zij opwerpen.

Situatie in Duitsland

Ook de Duitse bevolking heeft zwaar te lijden van de oorlog. Geallieerden bombarderen daar niet alleen oorlogsdoelen maar ook steden. Naast tekorten op alle fronten is vrijwel iedereen wel een maar vaker meer familieleden verloren. Zij zijn slachtoffer van de bombardementen of gesneuveld als militair. Mensen met een ernstige verstandelijke of psychische handicap zijn naast vrijwel alle Duitse Joden vergast of op een andere wijze omgebracht. In de concentratiekampen is de laatste weken voor de bevrijding vrijwel geen eten meer en er heerst vlektyfus. Dagelijks sterven er vele duizenden gevangene. Daar komt nog dat het  heersende regiem hun gruweldaden willen verbergen. Duitsers ontruimen zij de kampen die vlak bij het front liggen. Tienduizenden uitgemergelde en vaak doodzieke mensen moeten te voet enorme afstanden afleggen. Velen  kunnen niet meekomen en sterven onderweg door honger of uitputting. Het einddoel is een vaak overvol kamp dat verder van het front ligt.  Daar wordt de situatie door hun komst nog dramatischer.

Beter verging het Ro en Jet Kalker uit Ophemert nadat zij vreselijke ontberingen hadden doorstaan. In april 1945 sloten de Zweedse graaf Bernadotte en SS-leider Heinrich Himmler een deal waarbij Duitse gevangenen in Zweden werden geruild tegen 21.000 gevangenen in concentratiekampen. Ro en Jet behoorden tot de gelukkigen die daar deel van uit maakten en ontkwamen daardoor aan een vrijwel zekere hongerdood. Op https://ooggetuigenvanwo2.nl/ro-groenhof-kalker/ ziet en hoort u de inmiddels in 2018 op 96-jarige leeftijd overleden Ro vertellen over haar oorlogservaringen. De ouders en de oudere broer en zus van Ro werden via kamp Vught naar Sobibor vervoerd. Daar werden ze direct na aankomst vergast.

Ophemert, 06 Augustus 2010. De Duitse kunstenaar Gunter Demnnig plaatst in de dijk bij het ouderlijk huis van Jet vier Stolpersteine.

 

 

 

 

 

Het is even stil geweest met de geallieerde vliegtuigen die richting Duitsland vliegen. Maar op 16 april komen er weer massa’s over. Enkele van die vliegtuigen beschieten ook Tiel.

De Duitsers vorderen rond de dorpen van Tiel op 16 april 50 paarden. Dat gaat met veel geweld gepaard. De arme dieren moeten geschutstukken vanuit de Betuwe naar Apeldoorn brengen. Slechts vijf komen daar levend aan.

Op 17 april arresteren de Duitsers in Kapel-Avezaath elf Tielse politieagenten. Zij worden in Buren opgesloten en op 20 april weer vrijgelaten.

De geallieerden zijn vanuit Dodewaard een stukje naar het westen opgerukt. Op 18 april wordt Opheusden bevrijd. De verwachte snelle bevrijding van Ochten lukt echter niet. De Duitse weerstand gesteund door fel strijdende Hollandse SS-ers blijkt te sterk. Op 25 april komt het bevel van hogerhand: ”Tot nader order geen beschietingen meer”. De oorlog is toch zo afgelopen is de redenering. Nu nog ten koste van veel mensenlevens een stukje grond veroveren is zinloos.

Duitse militairen vertrekken uit Tiel via de Molenstraat

Het is op 21 april een komen en gaan van Duitsers. Uit de omgeving van Tiel trekken ze weg richting Arnhem en Rhenen. Uit de Bommelerwaard en Harderwijk komen massa’s soldaten naar naar de Betuwe. Ze maken geen florissante indruk. De meesten hebben ook geen wapen meer. Zij worden deels vervoerd met paard en wagens, anderen moeten lopen maar proberen bij de huizen die zij passeren een laatste fiets in beslag te nemen. Om hen te huisvesten moet Drumpt , waar gravers en andere streekgenoten die hand en spandiensten voor de bezetter moeten verrichten gehuisvest zijn, het dorp binnen enkele uren verlaten.

In de nacht van 21 op 22 april wordt Tiel opnieuw vanuit Wamel met fosforgranaten beschoten. Van een afstand lijkt het of de hele stad in brand staat. De soldaten die op 22 april aankwamen vertrekken weer richting de Veluwe. Daar wordt hevig gevochten,

Op 23 april blazen de Duitsers de Rotterdamsche Bank in Tiel op en steken de restanten in brand. In Tiel zijn nauwelijks nog Duitse soldaten te vinden. Ook in de dorpen rond Tiel zijn er veel weggetrokken. Op enkele plaatsen staat nog een kanon waarmee af en toe richting Land van Maas en Waal gevuurd wordt. In de regio wordt verteld dat de geallieerden nog maar 5 kilometer van Berlijn verwijderd zijn. In Zoelen is de kerk zodanig beschadigd dat het daar ter kerke gaan te gevaarlijk is. Dat gebeurt voortaan in een boerenschuur.

Er wordt al enkele dagen hevig gevochten in de Bommelerwaard. De Irenebrigade, die bestaat uit Nederlanders, speelt hierbij een belangrijke rol. Op 25 april zijn grote delen van het gebied in geallieerde handen.

De geruchten dat de Duitsers willen capituleren worden eind april steeds sterker. Het verhindert de geallieerden niet om vanuit Wamel nog wat op Tiel te schieten.

In Tiel, Wadenoijen, Kapel-Avezaath en enkele andere dorpen in de buurt kondigen de Duitsers op 26 april de uitzonderingstoestand af. Behalve artsen, politie en Rode Kruismedewerkers mag niemand met uitzondering van een uur ’s ochtends en ’s middags de straat op. Kort na publicatie worden meer groepen uitgezonderd. In Maurik worden ondanks de aanwezigheid van de bezetter de eerste ‘moffenmeiden’ kaalgeknipt. Acht toeschouwers worden voor deze daad door de Duitsers opgepakt en naar Utrecht vervoerd.

27 april wordt het stil in de West-Betuwe. Er wordt geen schot meer gehoord en dat blijft met uitzondering van enkele schoten op 29 april de komende dagen zo. De stroom geallieerde vliegtuigen richting Duitsland gaat onverdroten voort.

Himmler heeft de geallieerden op 28 april de capitulatie van Duitsland aangeboden, maar hij wil wel doorvechten tegen de Russen. Die voorwaarde is voor de geallieerden niet acceptabel. In Drumpt circuleert op 28 april een niet ondertekent document waarin Duitsers opgedragen wordt zichzelf om te brengen wanneer arrestatie door de geallieerden dreigt.

30 april, de verjaardag van Juliana is het ijzig koud en er valt sneeuw. Hoopvolle berichten houden de mensen warm. In het bevrijde deel van Nederland schalt uit luidsprekers dat Mussolini samen met zijn vriendin Claretta is opgehangen en Hitler ook dood is. De geallieerden beginnen, na overleg en met goedvinden van de bezetter met het uitwerpen van voedsel boven hongerend Nederland. In de grote steden in het westen van het land zijn afgelopen winter en de daaropvolgende lente meer dan 20.000 mensen van de honger gestorven.

Het bericht dat Hitler samen met zijn vriendin Eva Braun op 30 april zelfmoord heeft gepleegd verspreidt zich ook razendsnel in het nog bezette deel van de Betuwe en Tielerwaard. De bevrijding van het nog kleine deel van Nederland, dat nog bezet is, kan niet lang meer op zich laten wachten.

Lies te Bokkel-Huinink noteert op 30 april in haar dagboek: “Misschien bestaat de mogelijkheid dat we in december overgaan (toevoeging bl: naar een volgende schoolklas). Stel je voor dan zou ik geen jaar missen. wat zou dat heerlijk zijn.”

Overleden als gevolg van de oorlog

In de tweede helft van april vinden we op het overzicht van (oud)Tielenaren die als gevolg van de oorlog overleden zijn alleen de naam van Theo Bijker. Theo woonde in de Tolhuisstraat en was bankwerker van beroep. Hij overleed op 29 april 1945 te Brielow in de deelstaat Brandenburg in Duitsland. De omstandigheden waaronder hij overleed zijn niet bekend. Mogelijk overleed hij als (dwangarbeider). Bijkerk was 45 jaar toen hij stierf.

Geraadpleegde literatuur:

  • Tjeerd Vrij, het Joodse verleden van Ophemert; Emjee uitgevers, april 2012

  • Website oorlogsslachtoffers Tiel

  • C.D Feijten; Vijf jaren Leed in het land tusschen Maas en Rijn, uitgave A. van Loon, Tiel

  • Waar blijven de Tommies,dagboek van Lies ten Bokkel Huinink; eigen uitgave.

  • J. van Alphen, Tussen Waal en Lek, 1939 – 1945

  • Victor Laurentius; De Betuwe i n stelling; Arend Datema Instituut Kesteren 2000.

Comments
Loading...