De kousenband

 

 Eind mei 1390 kwam Hertog Willem van Gelre met zijn gevolg voor een kort bezoek aan land in Tiel. Hij spoedde zich naar de Sint Walburgkerk om te offeren op het Heilig Kruis-altaar, maar was vooral naar de stad gekomen om gehuldigd te worden. Hij was immers enkele dagen eerder in Londen opgenomen in de hoogste rangorde die een man van adel kon bereiken: Ridder in de Orde van de Kousenband. Een onderscheiding die tot in onze tijd discutabel blijkt te zijn.

In het begin van de jaren negentig kwamen we op het Rijksarchief in Arnhem regelmatig bij elkaar als een triootje dat er lol in had moeilijke oude teksten te ontrafelen. Door Herfsttij der Middeleeuwen en Barbara Tuchmans “De waanzinnige veertiende eeuw” was onze belangstelling voor haar tijd gewekt. Die was tot een bijna-obsessie aangewakkerd door het feit, dat het Rijksarchief een collectie rekeningen uit de 14e eeuw bewaart, die een goudmijn zijn voor onderzoekers. Die rekeningen zijn enerzijds zeer gedetailleerd, zodat ze fantastisch inzicht geven in de laat-middeleeuwse samenleving. Anderzijds zijn ze verre van compleet, soms beschadigd of verbleekt en is ervaring nodig om ze te kunnen lezen.

Onze aandacht was blijven hangen op de rekening waarin de kosten worden verantwoord van een reis die hertog Willem in mei 1390 maakte naar Engeland. Daar bleken vreemde dingen in te staan.  Er gingen ruim 170 mannen mee – ridders en knapen met hun personeel. Die kregen nagenoeg allemaal, afhankelijk van rang en stand een kleurrijk nieuw livrei aangemeten op kosten van de hertog. Voor de overtocht werden in Dordt vier koggen gehuurd, waarin naast de grote groep mannen, maar plaats overbleef voor 16 paarden. Tot de bagage die mee ging behoorden niettemin 88 paar nieuwe rijlaarzen met vergulde sporen.

De rekeningen onthullen dat de Gelderse hertog koning Richard II ontmoette in London en deelnam aan plechtigheden in “Wensoer”. Daar had Willem “sijn oirdre” gekregen die elders “de karter” heet. Dat overtuigde ons ervan dat de Gelderse hertog in 1390 tot Ridder in de Orde van de Kousenband (The Most Noble Order of the Garter) was verheven – de meest pretentieuze onderscheiding uit de geschiedenis. En dat nog wel door Richard II, de tragische koning die we vooral via Shakespeare kennen.

Opvallend was echter dat de bekende Gelderse geschiedschrijvers dat verhaal niet vertellen.  Gemeengoed was en is dat hertog Willem in 1387 op het schaakbord van de Honderdjarige Oorlog verscheen door steun te zoeken bij de Engelse koning in zijn strijd tegen de Fransen (Brabanders).  Er werd toen een verdrag gesloten, waarbij koning Richard beloofde aan de Gelderse hertog jaarlijks 1000 pond sterling te betalen. Opgevallen was ook dat de trouwe vriend van de hertog, Hendrik van Steenbergen, verschillende reizen maakte naar Londen. Maar wat de hertog zelf in 1390 in Engeland te zoeken had, is een raadsel, schreef Van Hasselt. In zijn “Gedenkwaardigheden” noemt I.A. Nijhoff het doel van de Engeland-reis “ongewis”.  Als Van Steenbergen daar heen ging was dat, zo heette het soms, om gouden nobels te gaan ophalen, terwijl een nader onderzoek leert, dat hij daar optrad als kwartiermaker voor de promotie van zijn hertog.

In zijn in 1966 verschenen verschenen eerste deel van “De geschiedenis van Gelderland” van Jappe Alberts is geen sprake van een aan hertog Willem verleende onderscheiding. Van dezelfde hoogleeraar verscheen in 1984 “De graven en hertogen van Gelre op reis 13de-15de eeuw”, maar ook daarin ontbreken de Engeland-reizen van hertog Willem.

Richard II levensgroot afgebeeld in Westminster Abbey

Aanleidingen ten over dus om – in januari 1996 – eens te gaan zoeken in het  Engelse Rijksarchief – the Public Record Office, toen nog gevestigd in het oude centrum van Londen.  Daar wist men het absoluut zeker: weliswaar waren er over het verlenen van The Garter geen gegevens uit 1390/92 bewaard gebleven, maar het was absoluut ondenkbaar, dat iemand van het Continent daarvoor in aanmerking was gekomen. De heraldieke kousenband mocht slechts door 25 personen gedragen worden, je moest uit een engels adellijk geslacht stammen en zoveel grond hebben dat je met 100 vazal ridders te paard in Windsor voor de koning kon verschijnen.

Hoffelijk als altijd wilde men echter best wat materiaal van Richard II tevoorschijn halen, zodat ik ook zelf nog eens kon zoeken. Dat leverde een heel bijzondere ervaring op. Omdat Engeland al ruim 1000 jaar niet meer bezet is geweest, gaan de archieven daar vaak verder terug dan bij ons. Zo kon ik een van geitenleer gemaakt buideltje in handen krijgen, dat op de heup gedragen is geweest door Richard II. Er zaten nog spiekbriefjes en muntjes van de koning in.  Maar de inzage bracht me ook een teleurstelling: de voertaal aan het hof van de Planteganets, waartoe Richard II behoorde, was frans – oudfrans waaraan ik geen touw kon vastknopen en dat je ook niet gemakkelijk leert lezen.

Vooraleer ik op terugreis ging heb ik toen nog wel een artikeltje geplaatst in “Prophile” dat veel gelezen wordt door engelse historici. Daarin vroeg ik of iemand mijn theorie, dat aan hertog Willem the Garter was toegekend, wellicht kon onderbouwen.  Na een maand of vier kreeg ik daarop een viertal reacties. Allen verwezen naar de kort tevoren verschenen “The Westminster Chronicle 1381-1394”.  Dat was een erg moeilijk tot stand gekomen transcripte (van latijn naar engels) van een in priegelschrift bijgehouden dagboek van een onbekende monnik, die in zijn cel in Westminster Abbey minutieus optekende wat hij langs zag komen en verder zeer goed geïnformeerd blijkt te zijn over de politieke ontwikkelingen van zijn tijd.

Een van de respondenten – hoogleraar uit Oxford – begon met ons een tik op de vingers te geven: Ze wees er op dat baron Sloet al in 1882 (in Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde) had gepubliceerd dat hertog Willem the Garter had gekregen, maar was evenals de anderen erg benieuwd naar de Gelderse stukken.

In het overleg dat hierop volgde groeide al in de zomer van 1996 het plan voor een Engels/Nederlandse publicatie. De hoogleraar zou het materiaal uit het archief van Richard II bewerken en ik dat uit de Gelderse archieven. Er was veel enthousiasme voor. Het rijksarchief in Arnhem stelde honderden copieën beschikbaar en Maarten van Driel controleerde minutieus mijn transcripties. Van de andere kant kwam Stuart Moore in Tiel logeren om mijn vertalingen naar het engels kritisch te bekijken. We hadden beiden een europese OV-kaart, waarmee we vrij konden reizen, zodat mijn echtgenote doorgaans mee ging om te notuleren (en er vakantiebestemmingen aan vast te knopen). Niettemin is het project, waarin veel tijd en energie was gestoken, eind 1998 afgeblazen. Zonder wrok en met enige heimwee wat mij betreft.

We stuitten in Londen op de gebruikelijke rivaliteiten in de universitaire wereld, maar de weerstand kwam vooral van Nigel Saul, die juist een magistrale biografie van Richard II had voltooid. Een geweldig boek, maar al snel bleek dat de auteur er de Westerminster Cronicle niet meer in had betrokken of had kunnen betrekken. Saul heeft toen een nieuwe versie van zijn zeer gewaardeerde biografie gemaakt, waarin “The Monk” vaak wordt geciteerd. Maar die nieuwe versie is, (voorzover ik weet) alleen digitaal uitgegeven en niet in druk verschenen. Ook digitaal blijft het een magistraal werk maar m.i. een typisch engels boek. De Honderdjarige Oorlog is in zijn ogen een exclusief Engels-Franse aangelegenheid met in Pruisen of Gelre een enkele meeloper, die er niet toe deed. Saul citeert uit de Westminster Cronicle daaruit het bezoek van hertog Willem aan Londen in mei 1390 maar vermeldt de onderscheiding niet. Hij vertrouwt “The Monk” maar half. Richard II had vaak met de Londenaren gevochten en de kroniekeur behoorde wellicht tot de tegenstanders van de koning. Als die de Gelderse hertog in de Ordre of the Garter had verheven, was dat een blamage geweest. Waarom zou je die uitmeten en uitdragen ? Aldus zijn visie in de gesprekken die we hadden in Londen.

Vooral toen bleek dat de transcripties in Engeland nogal onstuimig werden gecopiëerd, werden er ook in Arnhem vraagtekens gezet bij de onderneming. Het hertoglijk archief was (en is) nog niet echt goed geïnventariseerd en dat brengt het risico mee dat er alsnog zaken te voorschijn komen, die in de beoogde publicatie hadden moeten staan. En wat eenmaal gedrukt is kun je niet meer corrigeren. Misschien toch beter om maar te wachten op de voorspelde digitale revolutie.

Saul’s scepsis t.a.v. The Monk moet hem ervan weerhouden hebben te vertellen dat in zijn Honderdjarige Oorlog hertog Willem de rol speelde die Maurits 220 jaar later zou spelen in onze Tachtigjarige Oorlog. Er was tussen Engeland en Frankrijk een bestand gesloten dat in 1392 afliep en “the High Councel at Stamford” diende te beslissen of de oorlog al dan niet zou worden voortgezet. Saul wijdt er vele pagina’s aan, maar alleen de monnik laat ons weten, dat hertog Willem gebruik maakte van de privileges van zijn kousenband door niet alleen deel te nemen aan dit congres, maar daar ook nog het hoogste woord te voeren. De Gelderse hertog, die nagenoeg de hele maand mei 1392 in gezelschap van Richard II vertoefde, moet een goede redenaar zijn geweest. Al sprak hij dan de oorlogstaal van de leiders, die meenden dat God de wapens had gezegend, waarmee zoveel jonge mensen zijn gedood (zie  tekst)

Het optreden van hertog Willem in 1392 is nieuws voor de Gelderse geschiedenis. De jaarrekening waarin dit optreden moet zijn verantwoord, is niet bewaard gebleven.

Nu – twintig jaar nadat we erover redetwistten – wordt Willem’s onderscheiding gemeld in de digitale bronnen. Zowel aan deze als aan gene zijde van de Noordzee. In de gedrukte bronnen ontbreekt die als we baron Sloet even over het hoofd blijven zien.

De ontdekking dat het hertoglijk archief tegenwoordig grotendeels digitaal te raadplegen is, leidde ertoe dat ik de dozen, waarin we in 1998 alles wat deze Engeland-connectie betrof hadden opgeborgen, weer heb geopend. Oude liefde roest niet. Ik hoop er nog meer bijdragen uit te kunnen halen. Deo volente.

 

 

Comments
Loading...