Kanonnen

Door Huub van Heiningen op donderdag 2 juli 2015, geplaatst in Openbare ruimte.

Terwijl er geen hond langs loopt zonder er een poot voor te lichten, lopen honderden Tielenaren dagelijks langs de oude kanonnen voor de ingang van de Ambtmanstuin zonder ze een blik waardig te keuren. Sterker nog: scholieren hebben er in de stad wel eens een uurtje naar gezocht en meldden tenslotte dat ze niks hadden kunnen vinden terwijl één van hen er op zat. De twee met hun buttons uit het plaveisel oprijzende oude kanonnen vallen inderdaad zo weinig op, dat de Duitse bezetters, die in 1942-1944 stad en land af zochten naar materiaal om er kanonnen van te kunnen gieten, ze over het hoofd hebben gezien.

Waarschijnlijk gaat het om tweelingen – twee stukken geschut in hetzelfde jaar gegoten voor dezelfde opdrachtgever. Mogelijk waren het beschadigde en voor militaire doeleinden niet meer geschikte exemplaren. Het zijn op het eerste gezicht metalen achtponders , die dan al snel 400 kilo per stuk wegen. Zelfs als het “maar” drieponders zouden zijn gaan ze de 300 kilo nog te boven. (de naam verwijst naar het gewicht van de kogels die ze kunnen afschieten).

Het is onbekend (we hebben het althans niet kunnen vinden) wanneer en door wie ze daar zijn ingegraven om als schamppaal te fungeren. Dat kan al in de 17e of 18e eeuw geschied zijn. Normaal waren die schamppalen van hout, dat heel wat lichter en veel goedkoper is. Ergo – het ligt voor de hand dat de herkomst van deze kanonnen in de directe omgeving gezocht moet worden. Mogelijk hebben ze die huidige bestemming al gekregen vrij kort nadat de Vrede van Munster in 1648 een eind had gemaakt aan de Tachtigjarige Oorlog. In Tiel werd toen door het stadsbestuur gezocht naar bergplaatsen voor de affuiten en kanonnen die lagen te rotten en roesten omdat ze in tijd van vrede niet meer nodig waren.

In die tijd werd het Ambtmanshuis bewoond door de directe afstammelingen van Diederick Vijgh, de “Koning van Tiel”, die al op 16 mei 1581 van het Hof van Gelre toestemming kreeg om van de kerkklokken die hij te pakken kon krijgen, kanonnen te gieten. Kort daarna haalde Vijgh de “cruytmaecker” Willem van Wanrooy naar Tiel – een man die net als Vijgh zelf een rol speelde in diverse processen. Zoals zoveel materiaal uit die bewogen tijd zijn stukken over hem zwaar beschadigd en deels onleesbaar. Vast staat dat hij tot 1608 op de Tolhuiswal “dye Cruytmolen” exploiteerde, daar experimenteerde met kanonnen en verantwoordelijk gesteld dreigde te worden voor het neerkomen van een kogel op een huis in de binnenstad. Dat hij die kanonnen ook zelf goot is (vooralsnog) niet te bewijzen.

Waarschijnlijk is dat we bij de poort van het Ambtmanshuis te maken hebben met de “twee metale stuckens geschutz” waarover een (onmiskenbaar juiste) getuigenis is weergegeven in een van de Tielse “privilegeboeken” De stadssecretaris Van Doornick laat daarin vastleggen, dat Diederick Vijgh op 5 december 1586 de twee kanonnen welke hij van het stadsbestuur had geleend voor zijn “wtleggher” (een oorlogsscheepje), daaruit had laten lichten om ze “zuver und reyn” weer terug te brengen. Ruim een half jaar later – op 10 augustus 1587 – worden de kanonnen opnieuw uitgeleend aan Vijgh om ze te gebruiken “op sijn nijwe toegerust schip van oirlogh”. Daarmee verdwijnen ze uit de stedelijke administratie, zodat ze – al dan niet onbruikbaar geworden – weer in de tuin van Vijgh kunnen zijn terechtgekomen.

Ze komen niet meer voor in de oudste betrouwbare inventaris van het Tielse arsenaal, die opgemaakt is in 1757. Daarop staan een zesponder “metaale Slanghe (een bronzen kanon) gegoten in den jaare 1538 en geïmprimeert met ’t wapen ende de naam van deese stad”; een achtponder gegoten in 1599; een negenponder gegoten in 1637 en stukken van gesprongen kanonnen. Op alle stukken stond het stadswapen en de naam van de stad. Ook de naam van de gieter pleegt op oude kanonnen te staan, maar die wordt in deze inventaris niet genoemd. De waarde en het gewicht ervan werden getaxeerd door de geschutgieter Crans. Enkele jaren later zijn ze in Den Haag door de kanonnengieter Verbruggen omgegoten tot vier kleinere kanonnen van ongeveer 340 kilo. Daarop stond behalve de naam van de gieter en het stadswapen de tekst “Cura et impensis Civitatis Tylea” Deze kanonnen zijn verdwenen in de Napoleontische tijd.

Het zou de moeite waard zijn de kanonnen in de Ambtmansstraat eens uit de grond te halen om ze te onderzoeken. Want hoewel er heel veel lagen teer en zwarte verf overheen gesmeerd zijn is nog altijd te zien dat er teksten en/of wapens op staan. Misschien toch die van Willem van Wanrooy, die in Tiel veel nazaten achterliet. Daar is er vast ook nog wel eentje bij die over een kraantje kan beschikken.

Comments
Loading...