Gangen

Door Huub van Heiningen op woensdag 8 juli 2015, geplaatst in Openbare ruimte.

De discussie erover laait telkenmale weer op. Vooral op FB. Daarom toch maar iets over de onderaardse gangen in de Tielse binnenstad.

Een opmerking vooraf: niemand kan ooit alle archivalia betreffende Tiel onder ogen hebben gehad en echt systematisch archeologisch onderzoek zoals dat b.v. in Nijmegen geschiedde, is er in Tiel nog nooit verricht. Er kunnen dus altijd nog dingen voor den dag komen waarvan we nu geen weet hebben.

In de archivalia heb ik slechts verwijzingen naar één onderaardse gang kunnen vinden. Die verbond het tolhuis met het rond 1520 gebouwde “stadhoudershuis” – tot voor kort Tolhuisstraat no 11. In 1538 konden de bezetters van het tolhuis daardoor ontsnappen, toen de Tielenaren samen met Nijmeegse “knodsendragers” de dwangburcht bestormden en verwoestten. Dat stadhoudershuis is recent afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouw en de onderaardse gang is daarbij, gezien vanuit cultuurhistorisch perspectief, op barbaarse wijze verwoest.

Alle wat grotere oude huizen in de binnenstad hadden een “overwulfde” kelder, die doorgaans bij wat hogere rivierstanden geheel of gedeeltelijk vol liep met water. Van kelders die voor meer dan één woning dienden is – voor zover mij bekend – geen spoor te vinden.

De z.g. onderaardse gangen, die openbare gebouwen, kerken en kloosters met elkaar verbonden zouden hebben, leverden vooral in de periode van de wederopbouw veel gespreksstof op. Op de hoek van de Waterstraat en de Voorstad stuitte men toen op een gewelf dat er veel op leek. Het ging hier echter om een overkluisde waterleiding die de oudste haven van Tiel (nu Het Plein) verbond met de stadsgracht oftewel in groter verband een verbinding tussen de Waal en de Dode Linge. Na de afdamming daarvan in de 14e eeuw had men die nodig om het water in de gracht te verversen en de gracht te “spuien”. Omdat eeuwenlang alle open en min of meer gesloten rioleringen van de binnenstad op de gracht uitmondden, zou die zonder mogelijkheden voor waterverversing snel een ondraaglijk stinkende en ziekten verspreidende poel zijn geworden.

Toen vanaf de 16e eeuw de havenfunctie werd verplaatst naar de “Oude Haven” werd er een nieuwe ondergrondse leiding gemaakt, ditmaal met een uitlaatpunt aan het einde van de gracht (en van de Oliemolenwal). Toen in de 20e eeuw ook die Oude Haven was gedempt is er vanuit de Vluchthaven (naast Dijkhuizen) een nieuwe leiding gelegd naar dezelfde (nog altijd zichtbare) inlaatduiker. In 1996 zijn in het kader van de dijkverzwaring twee damwanden door die inlaatkoker geslagen. Om de gracht te verversen is die verbinding daarna hersteld met een buis kort onder het wegdek en een pompgemaaltje in de haven.

Alle wilde verhalen ten spijt is het zeer de vraag of het enkele eeuwen geleden technisch wel mogelijk was “kokers” onder de Tielse binnenstad te maken, die zo droog bleven dat er mensen doorheen konden. Als de waterstand op de Waal niet erg laag was moest zo’n koker wel met water (i.c. riool-effluent) gevuld zijn om de druk van het grondwater te kunnen weerstaan. Vanaf de 16e eeuw had Tiel inderdaad ook twee van deze (grotendeels) ondergrondse riolen die vanuit de Vleesstraat en de Gasthuisstraat naar de gracht liepen. Op oude tekeningen is aan beide zijden van de Sint Maartenskerk het lozingspunt (oftewel “de beer”) ervan getekend.

De veelbesproken dichtgemetselde poortjes in de Oliemolenwal hebben een geheel andere oorsprong en herinneren aan de Franse Revolutie of bij ons de Patriottentijd. Hoezeer de verdedigingswerken ook in verval waren – Tiel was tot diep in de 19e eeuw een vestingstad. Dat betekende dat in de Regententijd de Raad van State en onder koning Willem I de Rijkswaterstaat erop toezagen, dat o.a. de stadsmuur intact bleef. De “Patriotten” (1795-1813) hadden daar lak aan; ook al omdat iedereen wist dat al in 1672 en 1794 was gebleken dat de verdedigingswerken zodanig waren vervallen dat Tiel een vijandelijke belegering nog geen uur zou kunnen weerstaan.

Toen er op 7 augustus 1797 bij het stadsbestuur een verzoek binnenkwam van Dirk van Oosterhoudt om onder zijn winkel en woonhuis in de Waterstraat (nu no 82) een kelder te mogen maken met een ingang in de stadswal, werd er wel eerst een commissie van onderzoek benoemd. Enkele dagen later kwam er een soortgelijk verzoek binnen van de buurman, Johannes Marsman, om hetzelfde te mogen doen. Beiden kregen op advies van de commissie al snel een vergunning, waarbij o.a. werd bepaald dat de kelder een stevig gewelf moest krijgen van een steen dikte, dat er een zware deur voor moest komen die bij nacht en ontij gesloten diende te worden, dat de “sortie” nooit gebruikt mocht worden om vandaar de gracht over te steken en dat de aanvragers alles op hun kosten weer dicht moesten maken als dat ooit voor de stadsverdediging nodig zou zijn. Uit de sluitsteen boven een van de poortjes blijkt dat het enige jaren duurde vooraleer de plannen gerealiseerd waren.

De uitgangen in de stadswal werden gebruikt om goederen te laden en lossen die toen nog per schip via de Dode Linge aan- en afgevoerd konden worden. Na de opening van de eerste Betuwelijn in 1882 werden steeds meer goederen per trein vervoerd en de overkluizing in de weg tussen Stationsstraat en Konijnenwal in het eind van de 19e eeuw maakte een eind aan elke vorm van scheepvaartverkeer tussen de gracht en de Dode Linge.

De beide kelders bleven in gebruik. Soms als zelfstandig winkeltje. In 1837 bijvoorbeeld opende Gerrit Jan Marsman uit Culemborg een winkel in kruidenierswaren en tabak in de “sortie”, die na de Tweede Wereldoorlog lang in gebruik was als pakhuis van de loodgieter Gennissen. Ook in de kelder ernaast was nog in het begin van de 20e eeuw in gebruik als winkeltje. De winkelpanden waar ze bij hoorden zijn in de oorlog beschadigd en na de wederopbouw of herstel ervan zijn de kelders in versukkeling geraakt. Omdat de jeugd er vuurtje stookte zijn ze uiteindelijk enkele decennia geleden dichtgemetseld.

Mogelijk zouden ze heropend en gerestaureerd kunnen worden om ze, zoals dat in Utrecht langs de Oude Gracht geschiedde, een leuke horecafunctie te geven.

.

Comments
Loading...