Tentoonstelling Tiel tijdens de 2e wereldoorlog in het F&S museum (Deel 2)

Met bijzonder werk van Moos Cohen

Van 1 juni tot en met 20 september 2020 is de tentoonstelling WO2Tiel te zien in het Flipje- en Streekmuseum in Tiel. Het is een bijzondere verzameling van objecten uit privécollecties, uit de gracht opgedoken oorlogsstukken van de BATO en schilderijen van Moos Cohen, een Joodse schilder geboren in Tiel in 1901 en vermoord in Auschwitz in 1942. We zochten meer achtergrondinformatie en spraken met museum-conservator Lisette Leblanc over haar contact met het Joods Historisch Museum in Amsterdam.

Moos Cohen

zelfportret

Tiels museum is zelf in het bezit van een aantal werken van de Joodse kunstschilder Moos Cohen, die werden speciaal voor deze tentoonstelling aangevuld met stukken die bewaard worden door het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Lisette Leblanc, de conservator van het museum, is er erg enthousiast over. “Het is toch al zo’n bijzondere tentoonstelling”, vertelt ze, “ik ben wel extra blij met de prachtige schilderijen die in bruikleen zijn van het Joods Historisch Museum, het is werk dat nog niet eerder hier in het museum was. Misschien is het wel nooit eerder in Tiel geweest, zoals het portret van de moeder van Cohen, Rosina. Veel van zijn werk uit de jaren ’30 van de vorige eeuw is gemaakt in Amsterdam waar hij toen woonde. Ik heb er echt veel moeite voor moeten doen dit naar Tiel te krijgen, ik ben er anderhalf jaar mee bezig geweest!”, vertelt Lisette. “Ik ben heel blij met de samenwerking met het Joods Historisch Museum. Fijn dat zij ons zo tegemoet gekomen zijn want het was moeilijk, in eerste instantie onder andere wat budget betreft en ook door de corona-crisis. Ze eisen bijvoorbeeld dat een museum dat leent klimatologisch goed op orde moet zijn. Daaraan voldeden wij wel. Sommige stukken mochten niet op transport, de conditie van de werken was te slecht. En één voorwaarde was ook dat één van hun medewerkers het werk ophangt samen met de conservator van het museum dat leent, met mij dus. En hoe zit het dan met de anderhalve meter afstand? Maar ze zijn gelukkig heel bereidwillig geweest ook omdat ze het ons gunden dat de schilderijen te zien zouden zijn in het museum, in de geboorteplaats van de schilder. Gelukkig brengen ze ons een vriendenprijsje in rekening en werkt het Joods Historisch museum heel goed mee. Half mei ging het gelukkig toch allemaal door.” De conservator is enorm blij, Moos Cohen is weer even thuis.

Tielse slager

Moos ( Mozes) Cohen werd op 4 maart 1901 geboren in Tiel als jongste zoon van 4 kinderen van Levie Abraham Cohen en Rosina Cohen-Levie. Zijn ouders hadden een slagerij in de Kerkstraat. Achter de winkel was een eigen slachtplaats. Het huis staat er niet meer.

Moos ging naar de HBS in Tiel. Op zaterdag kreeg hij les van rabbijn S.C. Kleerekooper. Na zijn HBS-tijd wilde hij rabbijn worden. In 1921 besloot hij alsnog om naar de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam te gaan en verhuisde naar deze stad. Tijdens zijn opleiding ontving hij de Gosschalkprijs, genoemd naar de kunstenaar en jurist Mr. Johan Cohen Gosschalk ( 1873-1912), een prijs die elk jaar werd uitgereikt aan een veelbelovende leerling van de Academie.
Moos bleef na zijn studie in Amsterdam wonen samen met Truus Bessems met wie hij in 1938 trouwde, zij stond vaak model voor zijn werk. Leven van zijn werk kon hij niet en daarom doceerde hij als tekenleraar aan de Hendrick de Keyserschool in Amsterdam. Ook maakte hij technische tekeningen en reclametekeningen voor het bedrijf van zijn zwager Jaap Hoogstraal. In Amsterdam woonde Moos Cohen met zijn vrouw in een appartement aan Singel 311. Hij had na 1928 twee ateliers namelijk aan de Prinsengracht 824 en Stadhouderskade 135. In de oorlog gaf hij les aan de Joodse HBS.

Studiereizen
Moos Cohen maakte diverse studiereizen. In 1928 bezocht hij het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen en was onder de indruk van het werk van Quinten Matsijs ( 1466-1530). Hij ging in hetzelfde jaar naar Zweden en naar Bremen. In Bremen zag hij het werk van Dürer en schreef aan de tekenares Ro Mogendorff ( 1909 – 1969) met wie hij goed bevriend was : “bladen om te grienen zou jij zeggen. Landschappen, bloemen, portretten, composities en dat in alle mogelijke technieken – krijt, zilver en andere metaalstifts, gewaschen, tempera – zes jaar academie leren je dat niet”. In Zweden kreeg Moos Cohen een opdracht om een portret te maken van de directeur van de margarinefabriek in Kalmar en diens vrouw.

Verf
Cohen was geïnteresseerd in ambachtelijke technieken. Hij maakte zijn verf zelf. In een interview met hem, geplaatst in het Joodsche Weekblad van 27 februari 1942, zegt hij over zijn manier van werken: “ Een schilder moet zijn vak door en door kennen. In de Middeleeuwsche gilden werd de juiste methode gevolgd. Men moest beginnen als mengjongen. Het is van grote betekenis dat de schilder de grondstoffen kent welke hij gebruiken moet en zelf geheel thuis is in het mengen. Men kan natuurlijk een beste schilder zijn als men zich houdt aan de verven, die de fabrieken in tubes leveren, maar ik ben nu eenmaal een ambachtelijk man en houdt van grondigheid. Bovendien ben ik een bewonderaar van Van Eyck, zijn werk en techniek”. (Kunstschilder Jan van Eyk, oude meester, ca. 1390-1441 – red.) Tijdens zijn verblijf in Zweden vroeg hij tekenares Ro Mogendorff of zij diverse poederverven kon halen bij drogist Van Hemert in de Utrechtsestraat. Die pigmenten moest zij dan in de lege jampotten doen die in zijn atelier stonden. Ro zorgde voor het transport naar Zweden.

Muurschilderingen
In 1940 gaf de Gemeente Amsterdam opdracht aan Moos Cohen om twee schilderingen van 9,10 m bij 2 meter te maken in het schaftlokaal van de Dienst Stadsreiniging aan de Bilderdijkkade: “De Schoone Stad aan het IJ” en “Vuilopruimers in actie”. In 2003 werd het gebouw gesloopt. Gelukkig werden de muurschilderingen bewaard. Ze zijn nu te zien in de Hallen in Amsterdam. We zien de Stedemaagd afgebeeld. Truus, zijn vrouw, stond model. En op de andere afbeelding zien we de werkzaamheden van de stadsreiniging. In 1934 maakte Cohen zijn debuut bij Maatschappij Arti en Amicitiae (een vereniging van beeldend kunstenaars in Amsterdam), als ook bij kunstenaarsvereniging Sint Lucas (opgericht in 1880, met bekende leden zoals Jan Toorop en Piet Mondriaan-red.). In 1936 werd hij lid van “De Populistenkring” (ook een Amsterdamse kunstenaarsvereniging).

Vlucht
In 1942 verborg hij zijn werk op een zolderkamer aan de Stadionkade in Amsterdam bij een vriendin (Jeanne Foekens) en vluchtte hij met Truus naar Zwitserland. Hij bereikte het land niet. Onderweg werd hij op transport no. 40 vanuit Darcy in Frankrijk naar Auschwitz gedeporteerd en daar vergast. Zijn vrouw keerde wel terug. Zij was namelijk niet Joods. Volgens Jeanne Foekens was zij niet geïnteresseerd in het werk van haar echtgenoot. Foekens heeft later al het werk verkocht. Het oeuvre van Moos Cohen is figuratief en bestaat uit etsen, tekeningen, aquarellen, illustraties, gelegenheidsgrafieken, wandschilderingen en schilderijen met voorstellingen van portretten, landschappen, stillevens en interieurs. In de jaren 30 van de vorige eeuw werkte Cohen als sneltekenaar in Formosa, een tearoom-grandcafé aan het Spui in Amsterdam.

Collectie
Moos Cohen had belangstelling voor oude kunst. Hij hield van muziek en van literatuur, zoals die van Heinrich Heine en Vasalis. Na de Tweede Wereldoorlog was er veel strijd om zijn werk. Zijn werk werd en wordt gewaardeerd. Werk van hem bevindt zich onder andere in het Joods Historisch Museum, Museum De Wieger in Deurne en het Stedelijk Museum in Amsterdam. Ook bevindt zich veel werk bij particulieren. Het Flipje- en Streek Museum heeft eveneens een collectie en heeft speciaal voor deze tentoonstelling daar een selectie uit gemaakt.

zelportret ca 1930, collectie Joods Historisch Museum
Portret van Anna Ten Broek, 1930 collectie Flipje en Streekmuseum
Portret van de moeder van de kunstenaar, collectie Joods Historisch Museum
Portret van Levie Cohen ca. 1927 collectie Joods Historisch Museum

 

 

 

 

 

 

 

Bezoek
De bijzondere tentoonstelling is geopend op 2 juni jl. en te zien tot en met 20 september as. Door de corona-crisis is er alleen toegang tot het museum via telefonisch reservering, zij werken met tijdblokken tussen 13.30 en 16.30 uur in de middagen. Meer informatie treft u op de website van het museum (www.streekmuseumtiel.nl), of telefonisch bij het museum op nummer: 0344-614416.

Dit artikel (2) kwam mede tot stand aan de hand van tekst en met de hulp van Lisette Leblanc.

Deel 1 van dit tweeluik:  https://detielenaar.nl/nieuws/2020/06/tentoonstelling-tiel-tijdens-de-2e-wereldoorlog-in-het-fs-museum-deel-1/

Comments
Loading...