Oude Bekenden 44: de longarts die op schepen voer

De voormalige woning van Gerard Bonnet aan de Dr. Asjeslaan

Gerard Bonnet, ooit directeur-geneesheer van het Tielse ziekenhuis, is eigenlijk een klassiek geval: mensen die door een bepaalde tegenslag in hun jonge jaren zijn gevormd, vinden een beroep waarmee ze die tegenslag voor anderen proberen te voorkomen.

De in 1919 in Zwolle geboren en in Amsterdam opgeleide arts Gerard Bonnet (overleden in 2013), kreeg middenin de Tweede Wereldoorlog, hij studeerde nog, tuberculose. Middelen zoals we nu kennen bestonden niet, dus vertrok hij naar een sanatorium in Soest, waar hij genas. In sanatorium Sonnevanck in Harderwijk voltooide hij zijn specialisatie, die van longarts. Een specialisme dat hij later zei eigenlijk onvoldoende te beheersen, reden waarom hij eind jaren vijftig een assistentenaanstelling in het St. Antonius in Utrecht accepteerde om de nieuwste stand van zaken in zijn vakgebied te leren kenne. Een paar jaar later promoveerde hij in Groningen.

Aanvankelijk lag dus een loopbaan in de tuberculosebestijding voor hem, en zo vinden we hem als consultatiebureauarts in 1952 in Tiel, in het gebouwtje aan de Scheeringlaan, het staat er nu nog, maar heeft een heel andere bestemming. Tuberculose komt nog nauwelijks voor natuurlijk. Onder zijn supervisie vinden de grote volksonderzoeken plaats die de ziekte tot stilstand moeten brengen. En Bonnet reist de dorpen af met een boodschap voor de plattelandsvrouwen: laat je doorlichten, wees er tijdig bij, longziekten zijn dodelijk.

Bonnet was sinds 1972 als longarts verbonden aan de twee Tielse ziekenhuizen, en werd van het St. Andreas directeur in 1976, later van de twee fuserende ziekenhuizen. Hij zou wegens gezondheidsproblemen in 1981 afscheid nemen.

Bonnet was een man die vele sociale contacten onderhield, een man ook die actief wilde zijn voor de samenleving. Tiel heeft zijn sociale werkplaats aan hem te danken, maar ook zwemvereniging Vahalis had hem in het bestuur, en de lokale afdeling van het Astmafonds. Voeg daar nog functies bij als secretaris van de landelijke vereniging van longartsen en zijn betrokkenheid bij het stadsarchief -waarvoor hij mede de stichting Vrienden van het Stadsarchief oprichtte- en zijn dagen waren zeer gevuld. Wie nu nog in het ziekenhuis de naam van Bonnet laat vallen, krijgt een blik van herkenning in zijn gesprekspartner, teken van het stempel dat hij lange tijd op de organisatie legde.

Bonnet was een werker, een tomeloos organiserende kracht, die niet kon stilzitten. Zijn levenseinde sleet hij in verzorgingshuis Lingewaarde, en dat moet een bezoeking voor hem zijn geweest. Ik bezocht hem daar ooit, een lange man, waar de energie nog uit opwelde, maar die niet kon gebruiken in het kleine kamertje dat zijn thuis was. Of ik niet met hem samen een reisje wilde maken. Dat ging natuurlijk niet, dus verhaalde Bonnet over wat hij had meegemaakt, en leefde daarbij op: hoe hij een paar reizen als scheepsarts had gemaakt. Gewoon, omdat het avontuur hem trok.

Comments
Loading...