Oude Bekenden 39: Huub van Heiningen, historische krachtpatser

Huub van Heiningen was wereldberoemd in Tiel. Zijn overlijden in 2018 werd door velen betreurd, om velerlei redenen.

Zijn roem was volkomen verdiend, niemand in de stad heeft ooit in het regionaal archief met zo veel volhardendheid en kennis van de historie de inventarissen en bijbehorende documenten doorgenomen, in kaart gebracht en en passant vertaald, want het geheimschrift van allerlei secretarissen en schrijvers uit vroeger eeuwen vergt vooral veel inzicht in toenmalige gebeurtenissen en regels, kennis van latijn en routine.

Van Heiningen werkte vanaf de jaren vijftig in de streek, als journalist voor onder meer De Gelderlander. Hij was lang chef van de Tielse redactie, begin jaren tachtig provincieverslaggever, maar bovenal een kenner en beschrijver van de historie van het rivierengebied, en de waterstaat. Dijken, kwel en historische watergangen, ijsgang en overstromingen waren zijn specialiteit. Van Heiningen schreef publicaties over onder meer de geschiedenis van de baggerindustrie, schreef en bundelde krantenseries met lange verhalen over het Tielse straatbeeld van weleer, beschreef historie, gebruik en herkomst van vele gebouwen en huizen in de stad en volgde raads- en commissievergaderingen in het gemeentehuis tot zijn lijf hem dat niet meer toestond. Bij zijn pensionering werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Aan die reeks van artikelen en publicaties voegde hij boeken over onder meer de gilden in de stad en het kerkelijk leven en kloosters in vroeger eeuwen toe.

In de jaren negentig schreef hij voor de Gelderlander nog recensies van kinder- en dansvoorstellingen in theater Agnietenhof. Samen met zijn vrouw Truus namen ze er kinderen mee naartoe die anders niet gauw een theater van binnen zouden zien. Truus Boekhout kende er genoeg: ze was onderwijzeres in Tiel-West geweest.

Huub van Heiningen, geboren in 1924, was afkomstig uit een groot gezin in Schalkwijk, net boven de Lek gelegen, zijn vader was kantonnier voor de provincie. Hij ging naar school in Utrecht en kwam in 1947 naar Tiel, eerst als correspondent voor de Volkskrant, waarbij hij ook het Land van Maas en Waal tot zijn revier rekende. Hij bezocht er raadsvergaderingen en hield er interviews, op de brommer. Van Heiningen had het niet op auto’s want hij had een leven lang al longproblemen en was snel benauwd.

Voor de Gelderlander schreef hij series lange historische verhalen over de stad en hij sloeg geen Tielse raadsvergadering over. Bij hem thuis kwam menig raadslid om advies, of om zijn hart eens te luchten. Ook wethouders trouwens. Huub was veel journalisten van mijn generatie tot een voorbeeld, hij was een strenge leermeester. Maar dat verwacht je van zo’n journalistieke éminence. Hij vertelde me ooit: “Ik sleet vanaf 1947 het gewone werk aan de Volkskrant (die hij altijd is blijven lezen) en heel gekke dingen aan de Telegraaf. In die tijd had de Gelderlander, een van oorsprong katholieke krant, al een steunpunt in de stad, bij Job van Eck. Ook voor hem werkte ik freelance, dus ik kende ook sinds begin jaren vijftig de fotograaf Gerrit Bouwhuis. Begin 1953 kwam ik vast voor de Gelderlander werken, Gerrit Bouwhuis wilde wel voor de krant werken, maar die had een andere fotograaf onder contract, Van Mourik uit Deil, bijgenaamd Manneke Kiek omdat hij overal zo snel bij was met zijn camera. In 1957 kon Bouwhuis pas aan de slag, we kregen ruzie met Van Mourik. Voor mij was een voordeel dat Bouwhuis een auto had, vooral inde winter kon het aardig koud zijn op de brommer.” Toen hij chef werd van de Gelderlander in Tiel, woonde hij op de etage boven de redactie, aan de Weerstraat. Begin jaren tachtig werd hij provincieverslaggever in Arnhem en in 1985 ging hij met vervroegd pensioen.

Omdat Huub de wet- en regelgeving op gebied van ruimtelijke ordening en bouwrecht zo goed kende, nam hij menige zaak op zich om –geheel gratis- processen te voeren voor onder meer de Raad van State en bezwaarcommissies van het provinciebestuur. Hij voerde voor de Milieustichting in de stad processen, maar ook voor huurders van onder meer de Hoogendijkstichting, wier woningen onder hen vandaan verkocht leken te worden. Tot ongenoegen van de hervormde gemeente in de stad, die het geld goed kon gebruiken. Maar het ging hem om rechtvaardigheid en bescherming van de gewone man en vrouw, vanuit de sterk socialistische achtergrond. Daarom ook nam hij voor zijn inspanningen nooit geld of cadeautjes aan. Want ook bouwondernemers en makelaars maakten van zijn historische kennis en groot archief graag gebruik.

In zijn laatste jaren werkte hij op de begane grond van het huis aan de St. Walburgstraat, in de jaren ervoor was zijn werkkamer op de eerste etage op het hoekje. Daar kon je hem vaak zien zitten, altijd maar lezend en schrijvend.

 

zie: https://detielenaar.nl/author/hvheiningen/

Comments
Loading...