Een gedenkwaardige reis naar Zuid-Limburg

Onderdeel van de serie 75 jaar geleden

Vorig jaar november stuurde Henk Govers, de man van de bekende schoenwinkel in de Waterstraat, een e-mail naar ‘de Tielenaar’. Mijn verslag over een bominslag in de Waterstaat was niet helemaal correct. Henk, toen 13 jaar oud, was daarvan ooggetuige. Zijn mail resulteerde in een mailwisseling, een uitgebreid telefoongesprek en een treinreis met mijn vrouw Sonja naar Zuid-Limburg. Op het station van Voerendaal stond Hans de Vree, de partner van Henk Govers klaar om ons met zijn auto naar Klimmen te brengen. Daar wonen Henk en Hans samen met huisgenoot Matthijs Smits op de Carishof. Het werd een gedenkwaardige reis.

De Carishof

De Carishof bleek een typische vierkantshoeve of carréboerderij met een grote toegangspoort naar de door muren en gebouwen afgesloten binnenplaats. In Limburg noemen ze die binnenplaats een cour. De Carishof stamt uit 1640 en is in 1777 grondig verbouwd en verkeert in een authentieke staat. De woonboerderij staat op een licht glooiend perceel van 3800 vierkante meter.

Het team van de Carishof. Van links naar rechts
Matthijs Smits, Hans de Vree en Henk Govers

In 2001 ontstond bij Henk en Hans het plan om hun fraaie en landelijk gelegen woning in Ophemert te verruilen voor een stek die nog meer beantwoordde aan hun dromen. Tijdens hun zoektocht kwam de Carishof op hun weg. Alles klopte. Het verstilde dorp, de monumentale woonboerderij, de grote tuin, het prachtige vrije uitzicht op het Limburgse heuvelland zorgden voor liefde op het eerste gezicht. Dus werd de koop gesloten en in 2002 verhuisden Hans en Henk naar Zuid-Limburg. Even later voegde ook Matthijs Smits, ook een groot tuinliefhebber, zich bij hen.

Langzaam maar gestaag veranderden zij gedrieën de tuin met behoud van de bestaande hoofdstructuur in een ware lusthof. Een aantal dagen per jaar is de tuin opengesteld voor bezoekers. Op afspraak komen daarbuiten groepen op bezoek. Voor hen hebben zij een speciaal programma gemaakt bestaande uit ontvangst met koffie en huisgebakken vlaai, een inleiding over de geschiedenis van de hoeve en de wordingsgeschiedenis van de tuin, een rondleiding door de tuin en een nazit. In normale jaren komen er in het seizoen tientallen groepen, waaronder veel Chinezen.

Tijdens ons bezoek half januari was er al voor dertig gezelschappen een boeking voor een bezoek in 2020 gedaan. Vanwege de corona-epidemie zijn deze uiteraard gecanceld en ook een aantal open tuindagen kon geen doorgang vinden. vanaf 1 juni hopen de heren op de geplande dagen gasten te kunnen ontvangen. De data daarvan en meer over de Carishof met tal van uitnodigende foto’s vindt u op www.decarishof.nl. Over de tuin is begin dit jaar een boek verschenen De Carishof, van passie naar paradijs.

 

Niet met lege handen naar huis

Na het gastvrije bezoek aan de Carishof gingen wij niet met lege handen naar huis. Henk schonk ons zijn oorlogsdagboekje , een door de Duitsers opengebroken geldkist van zijn vader en een map met interessante publicaties, waar ik de resterende afleveringen van ‘75 jaar geleden’ uit zal putten.

Het oorlogsdagboekje

Het gezin waar Henk Govers deel van uit maakte, bestond naast zijn vader, Adrianus Govers, en zijn moeder Petronella Koppens uit 7 kinderen, vier jongens en drie meisjes. Henk (geboren in 1931) was de oudste, direct gevolg door Frank (geboren in 1932). Frank zou later naam maken als couturier. Iet, het jongste zusje, was in 1943 geboren en dus nog een dreumes in het laatste oorlogsjaar.

Op 17 september 1944 maakte Henk een begin met het noteren van gebeurtenissen en ervaringen in zijn dagboek. Hij was toen 12 jaar. Een dagboek is misschien iets te veel gezegd, want Henk nam niet iedere dag zijn pen ter hand. De eerste weken slaat hij weinig dagen over. Maar daarna worden de intervallen wat groter en vanaf januari 1945 tot de dagen na de bevrijding treffen we slechts enkele bijdragen. Niettemin is het een mooi document. Henk heeft zeker voor zijn leeftijd een vlotte pen. In detail beschrijft hij een aantal gebeurtenissen waarbij je een goed beeld krijgt van het leven in oorlogstijd en de impact op personen en gezinnen van het brute optreden van de bezetter. De belevenissen van vader Govers nemen in het dagboek een belangrijke plaats in. Tussen de regels door lees je dat zijn ouders heel belangrijk voor hem waren en dat hij hen waardeerde. Henk neemt goed waar en hij beschrijft de gebeurtenissen zodanig dat je je regelmatig in een spannend jongensboek waant.

Henk maakte zijn notities in een journaalschrift, waar vóór het computertijdperk de inkomsten en uitgaven genoteerd werden. In totaal heeft hij veertig pagina’s vol geschreven in keurig Nederlands en met opvallend weinig doorhalingen en taalfouten. Henk moet op de lagere school zoals de basisschool toen nog heette een goede leerling geweest zijn. Hij schrijft met een duidelijk en regelmatig handschrift, waar menigeen waaronder ikzelf jaloers op kan worden.

In een aparte bijdrage in deze reeks maak ik een samenvatting van het dagboek. Daarin zal ik stukjes van het dagboek letterlijk overnemen. Daardoor kunt u een goed beeld krijgen van de schrijftrant van Henk en de belevenissen van de familie Govers in de laatste oorlogsmaanden.

De geldkist

Na een hevig bombardement op 1 november 1944, waarbij in de directe omgeving buurtbewoners ernstig gewond raakten en diverse winkels waaronder de schoenenzaak van vader en moeder Govers, waar het gezin boven woonde, flink beschadigd werden, besloot Govers sr. met zijn gezin huis en haard te verlaten. Het was in het eerste stuk van de Waterstraat vanaf de Groenmarkt, dat toen nog veel smaller was, te onveilig om te blijven wonen. Via omzwervingen in Buren en Asch kwam het gezin uiteindelijk in Vianen terecht.

Vader Govers had zijn geld en waardevolle bezittingen in een geldkist van de toenmalige Rotterdamsche Bank in de Agnietenstraat op de hoek van de Beurs , veiliggesteld. Op de vraag of die kluis echt veilig was, kreeg hij als antwoord van de directeur: “Mijn bezittingen heb ik daar ook ondergebracht.”

Hoe ‘veilig’ dat was hebben we in aflevering 21 van deze serie gezien. Op 23 april braken de Duitsers niet alleen de zware kluisdeur open, maar ook alle kluisjes van de cliënten van de bank. Nadat ze daar alle kostbaarheden en geld uitgehaald hadden, staken zij het gebouw in brand. Henk vervolgt: `Toen we dat hoorden was het hevig schrikken. Te meer omdat ons huis en de winkel ondertussen totaal vernietigd waren en alle waardevolle spullen uit ons huis waren geroofd. We waren alles maar dan ook alles kwijt.

Toen we na de bevrijding weer in Tiel waren, kwam er tot zijn verrassing een man naar mijn vader met de opengebroken geldkist uit de kluis . Die had hij tussen de puinhopen van de bank gevonden. Er zat nog één document in: De koopakte van onze winkel met bovenhuis.

“Wanneer je wilt” vervolgde Henk “mag je die geldkist en akte wel hebben”. Daar zei ik natuurlijk geen nee tegen. De geldkist kluislade is een mooie illustratie bij dit artikel en zou wellicht getoond kunnen worden bij de oorlogscollectie van het museum. Gepland was ook dat hij met een toelichting tentoongesteld zou worden op een varende oorlogstentoonstelling die Emile Smit aan het voorbereiden was. Evenals vele andere herdenkingen en festiviteiten rond het einde van de oorlog is deze tentoonstelling, die een aantal steden langs de Waal zou aandoen, uitgesteld. De kluislade blijft daarvoor natuurlijk beschikbaar

Het schilderij van Johan Ponsioen

Voor we huiswaarts keerden, had Henk nog een interessant verhaal. ”Tijdens een van zijn voedselzoektochten vanuit Vianen richting Tiel lukte het mijn vader om met een smoes toestemming te krijgen om het spergebied in Tiel binnen te gaan en een kijkje in zijn winkel met woning te nemen. Hij werd niet blij van wat hij zag. Het pand was toen weliswaar nog niet totaal vernield maar had sinds het vertrek van het gezin nog veel meer schade opgelopen. Binnen was het een chaos en veel spullen waren weg. In Kerk- Avezaath wist een bekende hem te vertellen waar zijn degelijke winkelstoelen en een schilderij van de bekende Tielse schilder Johan Ponsioen waren. Die bevonden zich in een woonhuis in het dorp waar een groep Duitse soldaten hun intrek had genomen. Mijn vader stapte brutaalweg naar binnen en zag inderdaad de stoelen en het schilderij. Hij vertelde de soldaten dat hij al veel kwijt was en zijn spullen graag mee wilde nemen. Dat lukte wel met het schilderij, maar ondanks herhaald aandringen niet met de stoelen.” Op de foto ziet u het schilderij dat Henk aan ons liet zien tijdens het bezoek aan Klimmen.

Na een korte bezichtiging van de tuin – het regende ondertussen flink – bracht Hans ons weer naar het station in Voerendaal. Na een hartelijke afscheid en vervuld van de oorlogsherinneringen gingen we per trein huiswaarts.

Voormalig pand Govers aan de Waterstraat
Comments
Loading...