De Nieuwe Kroniek, mei uitgave van de Oudheidkamer Tiel en Omstreken

Het meinummer van de Nieuwe Kroniek, een uitgave van Oudheidkamer Tiel en Omstreken, is geheel gewijd aan de oorlogsjaren in de Betuwe. In de eerste bijdrage wordt vanaf eind juli 1942 t/m 12 mei 1945 chronologisch aandacht besteed aan Maurik. Twee keer werd Maurik getroffen door een watersnood. Alle verkeer vond toen plaats met vlotten, roeiboten en kano’s. De Enige plek waar b.v. het vee gemolken kon worden was de vrij hoog gelegen n.h. kerk.

In de tweede bijdrage wordt een indruk gegeven van de Joodse klasjes en hun leerkrachten. Vanaf 1 september 1941 waren er Joodse klasjes omdat het hen verboden was openbaar en bijzonder onderwijs nog te volgen. Vier Joodse kinderen overleefden de oorlog niet in tegenstelling tot een viertal leerkrachten.

De derde bijdrage doet verslag van de ondergang van de oude Oudheidkamer. Vanaf het begin in 1901 stelde vereniging zich ten doel voorwerpen uit de streek te verzamelen en tentoon te stellen. De fosforgranaten die op 23 februari 1945 het centrum van Tiel troffen, betekenden het trieste einde van 40 jaar verzamelwoede.

 

Het vierde artikel beschrijft de lotgevallen van de familie Frank in Lienden. Hierbij wordt veel aandacht besteed aan het gruwelijke lot – Auschwitz – van Elli Frank.

Daarna volgt een lange bijdrage over de wederopbouw van Tiel in de periode 1945 -1950. De schade was zo erg dat er hulp kwam van de Amerikaanse stad Richmond en van mijn geboorteplaats Hilversum. Of mijn ouders een bijdrage hebben geleverd aan het herstel van de zwaar getroffen stad weet ik helaas niet.

Het volgende  artikel gaat over de vader van Chris van Esterik, die in 1943 te werk gesteld werd in een enorme hoogoven in het Roergebied. Zijn werk was ontzettend zwaar en hij zou het niet overleefd hebben als hij niet geholpen was door zijn voorman Erich Lamberski. Deze goede Duitser wist  nieuwe schoenen te versieren en slaagde er zelfs in de terugreis naar Ingen mogelijk te maken. De half miljoen dwangarbeiders worden in de epiloog van het standaardwerk van Lou de Jong niet genoemd als slachtoffers van de oorlog. Zelfs de poging tot eerherstel mislukte.

In “Kinderen in een lege stad” wordt een indruk gegeven van het leven van kinderen na de evacuatie van Tiel op 20 januari 1945. Uit ‘”De arrestatie van David Gersons “ blijkt dat hij herkend werd  in de trein op het station van Nijmegen. Sobibor werd zijn einde.

Daarna is er een boeiend verhaal met tekeningen  van de stiefvader van Marjon de Lange. Hij schreef zodanig goede opstellen dat de onderwijzer ze bewaarde. Ver na de oorlog gaf hij ze terug.

Hoe een gruwelijke gebeurtenis – het laten ontploffen van een landmijn door zes spelende kinderen, van wie er vijf stierven onder wie het broertje en het neefje van Pe Sijsma – een levenslange impact had op het leven van de auteur wordt in deze bijdrage duidelijk. Pe Sijsma had het doosje gevonden was dus verantwoordelijk. Hij wilde in het vervolg mensen gaan helpen en werd dus arts.

In “ Brieven aan Netty Rintsma van haar moeder “ wordt op vaak geestige wijze chronologisch verslag gedaan van de gebeurtenissen in Tiel vanaf Dolle Dinsdag ( 5 september 1944) tot iets na de oorlog. Aangezien de moeder in Buren woonde, kon ze slechts afgaan op geruchten.

Na artikelen over de Stolpersteine in en rond Tiel en de teloorgang van de Tielse sjoel is er een uitgebreide bijdrage over de goede verstandhouding tussen het bestuur van Theole en de leden die door de Arbeitseinsatz te werk gesteld waren in Duitsland. Sportkroniek en later een gestencild mededelingenblad hielden hen op de hoogte van de verrichtingen van Theole.

De laatste twee artikelen gaan over de Joodse zonen en dochters van Tiel en de sjoa. De afsluitende bijdrage geeft een overzicht van de in Tiel geboren en voor 1940 naar elders vertrokken slachtoffers van de sjoa. Het is helaas een lange lijst van mensen die hun eindbestemming vonden Auschwitz en Sobibor.

zie voor de totale inhoud: https://www.oudheidkamer-tiel.nl/nieuwe_kroniek.php

Comments
Loading...