De laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog in Tiel: deel 12

Opgeblazen Waterpoort. bron: Regionaal Archief Rivierenland

Deel 12: van 1 tot en met 7 januari 1945

Wat wij nog niet eerder vermeldden

Als gevolg van de gebeurtenissen in de dagen voor Kerst is de gematigde Ortskommandant Hauck eind 1944 vervangen door de veel fanatiekere Stüdemann. Met Hauck kon de B.A.B. redelijk goed overleggen. Met Stüdemann is dat veel lastiger, die heeft geen compassie met de Tielenaren. Datzelfde geldt ook voor veel gewone Duitse soldaten. In de laatste periode is er veel geschoven met legereenheden. Gesettelde soldaten vertrokken en in mijn bronnen lees ik dat de nieuw aangekomen Duitsers veelal veel fanatieker waren dat de vertrouwde vijanden.

Ondertussen signaleerden veel Tielenaren dat de Duitsers hun vertrouwen in een voor hen goede afloop beginnen te verliezen. Ze achten een aanval van de geallieerden op Tiel mogelijk en sluiten daarom alle toegangswegen af. De coupure bij de Waterpoort blokkeren zij door dit fraaie monument op te blazen.

1945

Het nieuwe jaar begint koud. Het heeft ’s nachts opnieuw flink gevroren en in de hele regio wordt onder het genot van een fraaie winterzon geschaatst. Maar niet in Tiel. Daar regende het op de eerste dag van het nieuwe jaar de hele dag granaten en zaten veel inwoners in de kelder. Gerit Bouwhuis noemt het bij tijd en wijle een compleet trommelvuur. Vrijwel de hele stad was doelwit. Het zwaartepunt was echter de Stationsomgeving. Door die onophoudelijke beschietingen ontstonden op nieuwjaarsdag verschillende branden. Erger was dat er er ook veel slachtoffers te betreuren waren. Toen rond 18.00 het schieten op hield telde men 28 gewonden waarvan vele ernstig en 6 doden of stervenden. Een van hen was de 28-jarige Theo Gennissen, die getroffen werd terwijl hij als EHBO-er eerste hulp verleende aan gewonden. Naast een groot aantal woonhuizen liepen ook de fabrieken van Daalderop, de Betuwe en machine fabriek Enthoven flinke schade op.

De stadomroeper had met Nieuwjaar geen vrije dag. Hij komt met vervelende berichten. “Het is verboden om niet-Tielenaren in huis te nemen; Het snoeien van bomen in de openbare ruimte is verboden en van het Amsterdam-Rijnkanaal tot Waardenburg mag er niemand meer wonen binnen een afstand van 200 meter van de dijk. Overtredingen zullen zwaar bestraft worden.” Het tweede verbod had te maken met de hevige kou en het gebrek aan brandstof. Inwoners zaagden de takken van de bomen om toch nog stookmateriaal te hebben.Met het derde verbod hoopte de bezetter het waalcrossen te ontmoedigen. De dijk werd al bewaakt en het betreden van de uiterwaarden was al eerder verboden.

Truus van Dee wordt tegen de avond opgehaald om te komen helpen in het ziekenhuis. “Ik heb de hele avond bij een meisje van 12 jaar gezeten, dat stervende was. En zo gewond dat men haar niet meer kon helpen. Haar bovenbenen en onderlichaam waren helemaal weggeslagen. Ook haar linker onderbeen en voet hing er bij. Het was zo vreselijk!”

Op 2 januari is het een stuk rustiger. Toch krijgen conservenfabriek de Betuwe en de toren van de Sint Maartenskerk weer enkele voltreffers te verwerken. Bij de Betuwe werd tot nu toe op kleine schaal nog geproduceerd.

Op 3 januari roept de stadsomroeper opnieuw om dat het verboden is om niet-Tielenaren in huis te nemen.

4 januari. Vooral ’s nachts maar ook overdag blijven de V1 overkomen en regelmatig komen er een aantal vroegtijdig naar beneden in de omgeving. Via aanplakbiljetten wordt medegedeeld dat alle mannen tussen de 17 en 50 jaar zich moeten melden voor werk in Duitsland.

Gerrit Bouwhuis heeft een paar geschikte Duitsers gevonden. Zij brengen hem in contact met de Oberfeldwebel. Die is bereid om met Gerrit het spergebied in te gaan om naar zijn vermiste kachel en piano te zoeken. De zoektocht heeft, door een eerdere tip van Duitse soldaten succes. De piano staat op de aangegeven plaats maar ze krijgen hem niet mee. In plaats daarvan wordt de Oberfeldwebel uitgescholden door de Duitser die in het huis waar de piano staat. `Hoe haal je het in je hoofd om voor een burger het spergebied te betreden om een piano te zoeken”. De Dominicaanse parochie priesters blijken geen vriendjes van de Duitsers. Pastoor de Bruin en Pater Janssens worden meegenomen naar het politiebureau. De overige paters, Marcelis, van Groensteijn en van der Biezen krijgen onder bewaking huisarrest. Pater Preller die niet thuis is, wordt later ook naar het politiebureau gebracht. Het vermoeden bestaat dat de actie te maken heeft met de zoektocht naar van Elzen. Dat is de man die de piloot verborgen hield en hem en zijn vrouw samen met een andere verzetsman uit het politiebureau bevrijdde. Ook wordt verteld dat de vrijheidsberoving te maken zou hebben met een geheime telefoonlijn naar bevrijd gebied , waar de paters meer van zouden weten en de aanwezigheid van een radio. De paters in de pastorie krijgen wel toestemming om onder bewaking van soldaten met het geweer in de aanslag voor te gaan bij uitvaarten. Al snel krijgen de paters op de pastorie hun bewegingsvrijheid terug. Pater Preller wordt na een langdurig verhoor vrijgelaten, maar de pastoor en pater Janssens zouden tot 28 maart in Utrecht gevangen blijven. Sterk vermagerd keerden zij toen terug.

Naast de Dominicanen zijn er nog een aantal Tielenaren op het politiebureau vastgezet. Zij worden ook al snel weer vrijgelaten.

Op vijf januari komt politie overste Veenstra in Tiel vertellen dat met ingang van 8 januari kapitein Jansen uit Oosterhout tot hoofd van de politie is benoemd. Zijn voorganger, de gehate NSB-korpschef Overheem, was in september 1944 uit Tiel vertrokken nadat er op hem een mislukte aanslag was gepleegd.

Zowel geallieerden als Duitsers leggen ieder aan hun kant van de Waal mijnen in de uiterwaarden. De geallieerden willen heimelijke oversteken van Duitsers daarmee ontmoedigen. De Duitsers willen het vooral de waalcrossers lastig maken en een massale oversteek van de geallieerden lastiger maken.

Zaterdag 6 januari worden er huizen gevorderd in de Stationsstraat om nieuw aangekomen Duitsers te huisvesten.

Fijn is het dat er een schip met kolen aankomt in de voorhaven van het Amsterdam-Rijnkanaal. Er is weer even brandstof.

Zondag 7 januari beproeven enkele Duitsers handgranaten op de muren van het Gerfgebouw bij de Sint Maartenskerk. Die geven geen krimp. Dat doet de deur wel. De handgranaten die daarna door de vernielde deur naar binnen gegooid worden, vernielen het meubilair en richten veel andere schade aan.

In de eerste week van januari wordt de Tielenaren herhaaldelijk ingepeperd dat iedereen die geen Ausweiss heeft in enkele dagen en te beginnen vanaf 12 januari Tiel moet verlaten. Op 21 januari moet de stad leeg zijn. Zij die geen Ausweiss hebben en niet vertrekken moeten rekening houden met de strengste maatregelen van de Duitse overheid.

De Tielse huisartsen hadden er geen problemen mee om medische verklaringen af te geven om inwoners te helpen. Eerder voorkwamen zij daarmee de wegvoering van een aantal Tielse Joden naar een vernietigingskamp.

Overleden tijdens de eerste zeven dagen van januari 1945:

Gerritje Gemmink woonde op het adres Kwelkade 139 en overlijdt op 1 januari. Zij wordt op 69-jarige leeftijd op diezelfde dag door een granaatscherf getroffen.

Ook Theo Gennissen overleefde de granatenregen op 1 januari niet. De 28 jarige Gennissen woonde op het adres Waterstraat 82 en werd terwijl hij als EHBO-er hulp verleende in de buurt van het station door een granaat getroffen.

Ook Maria van der Horst werd op 1 januari door een granaatscherf getroffen. Zij was 73 jaar en woonde op de Grotebrugse Grintweg.

Dinie Tonen kreeg op 1 januari een granaatscherf in haar buik. Het meisje was 12 jaar en woonde bij haar ouders in de Hogestraat.

Ook Thomas Vallinga sterft op 1 januari op 80 jarige leeftijd nadat hij getroffen is door een granaatscherf. Thomas was onderwijzer en woonde op de Konijnenwal 279 J.

Gerrit van Asch overleed op 2 januari aan de gevolgen door een granaatscherf. Gerrit was 39 jaar , koperslager bij Daalderop en woonde op de Nieuwe Tielseweg 39.

Ook Dirk van den Berg was het slachtoffer van oorlogsgeweld. Hij stierf op 2 januari 1945, was 21 jaar oud, werkte bij Daalderop en woonde Nieuwe Tielseweg 45.

Mien Post werd op 3 januari getroffen door een granaatscherf terwijl zij bezig was met het schillen van aardappelen. Mien was 27 jaar en vijf maanden in verwachting van haar eerste kind.

Op 5 januari overleed in Tiel waarschijnlijk als gevolg van oorlogsgeweld de Varikker Wilhelmina de Jong op 52 jarige leeftijd.

Zes januari overleed eveneens door oorlogsgeweld Margaretha van Tuil. Margaretha was 37 jaar.

Geraadpleegde bronnen voor deze bijdrage:

De website van de het Kalendarium van Tiel van de Historische Werkgroep van de Oudheidkamer Tiel

  • De dagboeken ‘Houdt goede moed’, ‘Waar blijven de Tommies’ en het oorlogsdagboek van Eva Jansen.
  • De website https://wo2.oudheidkamer-tiel.nl/slachtoffers_oorlogsgeweld.php
  • Irene Nieuwenhuise, Tiel op de vlucht, Tielse evacués welkom in Friesland, Van Eck &Oosterink uitgevers
  • Alphen,Jj van: Tussen Waal en Lek, 1939 – 1945
  • Ir. W.B. P.M. Lases, P.W.F. Ranshuyzen en Dr. E.J.TH.A.M.A. Smit; 366 jaar Dominicanen in Tiel.
  • H.J. Kers en Dr. E.J.TH.A.M.A. Smit, De Geschiedenis van Tiel

Opmerking van de auteur: Ik maak deze bijdragen op basis van informatie die ik in een aantal boeken aantref. Meestal wordt informatie met wat andere woorden en andere accenten in meerdere bronnen bevestigd. Regelmatig ontdek ik echter ook dat data’s of plaatsen verschillen of feiten en gebeurtenissen verschillend worden weergegeven. Dan kies ik voor de naar mijn inschatting meest betrouwbare bron of beschrijving. Dat hoeft niet altijd de juiste te zijn.

Comments
Loading...