Tiels rampjaar 1992

 Het jaar 1992 – nu een kwarteeuw geleden – was voor de relatie tussen de Turkse gemeenschap en het stadsbestuur van Tiel een rampjaar. De Turken hadden een voorlopig contract om het “Hooge Huys” te kopen en toen ze het gemeentebestuur vroegen daarvan een moskee te mogen maken, trachtte de meerderheid van het college het gebouw voor de Turkse neus weg te kapen. Een (persoonlijke) terugblik.

Omdat het 15 jaar geleden was dat Pim Fortuyn werd vermoord zijn er diverse artikelen verschenen die opriepen tot nadenken. Lange artikelen in De Groene,  Trouw en andere dagbladen. De aard en oorsprong van het populisme, Bolkenstein, Paul Scheffers ondergang van de multiculturele samenleving, Wilders, intolerantie, Erdogan – ze kwamen allemaal voorbij. En al die beschouwingen hadden gemeen dat ze meer vragen opriepen dan beantwoordden. Ook bij mij. Hoe en waar kon het zo verschrikkelijk mislopen ?

Dan was er nog die Turkse columniste (de naam ben ik kwijt) die vertelde dat haar vader (of grootvader) naar ons land was gelokt om voor een hongerloontje 80 uur per week het vuile werk te doen waar de Nederlanders zich te goed voor voelden. Dat raakte me. Want ik ben erbij betrokken geweest. Maar ik kan natuurlijk alleen over Tiel meepraten en loop lang genoeg op deze wereld rond om te weten dat er volop mensen worden uitgebuit.

Ik heb dus uit mijn archief een fors dossier opgediept, dat het mogelijk maakt terug te blikken en een aantal zaken op een rijtje te zetten.

In 1963 kwam de glasfabriek De Maas gereed en dat bedrijf had om rendabel te kunnen draaien 600 arbeiders nodig. Daalderop wilde een nevenbedrijf openen op Latenstein en kon daarvoor evenmin voldoende mensen vinden. Daarom gaf het ministerie beide bedrijven toestemming samen arbeiders te gaan werven in het buitenland, in dit geval Turkije. Dat behoorde toen tot de z.g. lagelonenlanden.

Beide bedrijven werden geleid door principiëel katholieke directeuren, “meneer” Klaas Daalderop en drs Van Haaren. Die namen voor hun beleid de bekende pauselijke sociale encyklieken tot uitgangspunt, beloonden nooit onder de CAO en benoemden al voor de aankomst van de eerste “gastarbeiders” een commissie die de belangen van de nieuwkomelingen moest behartigen. Pater H.A.M. Coopmans (1913-1987) was daarvan het eerste trekpaard maar het was al zeer snel geen exclusief rooms gezelschap meer. Ook de protestantse kerken deden mee. De tweede voorzitter was bijvoorbeeld de juwelier Laurens Kool. Ik ben daarbij geweest. Voor zover ik weet zijn alle andere betrokkenen van het eerste uur overleden. Ze streefden er naar mijn gevoel niet naar heiligverklaard te worden, maar een beschuldiging hun gastarbeiders geronseld en uitgebuit te hebben, verdienen ze niet.

Want ze kwamen maar wat graag naar Tiel ! Bijna allemaal probeerden ze met handen en voeten duidelijk te maken dat ze ook nog een broer of neef hadden, die hard wilde komen werken. Er werd in ploegendiensten gewerkt en terwijl hun Nederlandse collega gehecht waren aan hun 48-urige werkweek, wilden de gastarbeiders juist graag overuren maken om zoveel mogelijk geld naar huis te kunnen sturen. Er waren er inderdaad bij die 80 uren per week werken. Maar daarvoor werden ze netjes volgens de CAO betaald. Daar was beiderzijds niks mis mee.

De gastarbeiders werden zo goed mogelijk opgevangen. Een plan om een groot woonoord in te richten (Schutsluizen) mislukte, zodat er op de terreinen van beide bedrijven barakken geplaatst werden. Daarin kregen de Turken ook gebeds- en wasruimten. Toen op 8 juni 1964 De Maas officieel werd geopend door Prins Bernhard en Tiel op 19 oktober de 20.000e inwoner registreerde, konden in dit aantal Turkse inwoners meegeteld worden.

Economen vertellen dat het getij wendde door de oliecrises van 1970 – feit is dat de booming time voor het Nederlandse bedrijfsleven van korte duur was. In Tiel kwam de terugslag extra hard aan. Op 20 november 1974 besloot de gemeenteraad de minister van economische zaken te wijzen op de snel gestegen onevenredige omvang van de werkloosheid in Tiel. De Maas deed het goed, maar uit een deskundig rapport bleek dat Daalderop nog 700 mensen moest ontslaan om het bedrijf weer gezond te maken.

Er was veel gebeurd in een korte tijd. Net als iedere andere arbeider waren de Turkse werknemers bij Daalderop en De Maas vrij om van baas te veranderen en een deel van hen was overgestapt naar andere bedrijven. Er waren ook Marokkanen bij gekomen. Maar het pijnlijkst was, dat er nooit goed over was nagedacht wat er zou gebeuren als er voor de gastarbeiders geen werk meer zou zijn. Er was min of meer vanuit gegaan dat ze terug naar huis zouden gaan zoals de hannekemaaiers en andere seizoenarbeiders dat altijd hadden gedaan. Maar ze hadden er netjes aan meebetaald en konden dus een beroep doen op onze sociale voorzieningen. Ze bleven dus en verlangden al even terecht dat ze vrouwen en kinderen naar Nederland mochten halen. Daarvoor was normale woonruimte nodig.   

Het stadsbestuur vond dat degene die de gastarbeiders naar Tiel had gehaald hen ook woonruimte moest bieden. De beide bedrijven namen hun verantwoordelijkheid. Ze lieten in 1966 aan de Diederik Vijghstraat een lange rij stapelwoningen bouwen – de eerste flats in Tiel. Ze werden een buikpijndossier voor het gemeentebestuur. Dat had inderhaast de planologische regels niet gevolgd en werd door de rechter veroordeeld aan tientallen huiseigenaren ten noorden van de flats een fikse schadevergoeding te betalen.

We – in dit geval de al in 1964 opgerichte Stichting Moskee Tiel – vonden dat de gastarbeiders een eigen gebedshuis moesten krijgen. Naar de mogelijkheden daarvoor is lang gezocht, tot de gemeente in 1975 de door de Holocaust leeg staande Joodse synagoge aan de Agnietenstraat beschikbaar stelde voor zowel de Turken als de Marokkanen. Het was toen de Stichting Moskee Tiel en met name Laurens Kool die van de koning van Saoedi Arabië 25.000 gulden kreeg om van de synagoge een moskee te maken. Die werd op 29 juni 1978 door pater Coopmans geopend.

De islamitische bevolking van Tiel groeide snel en daarom werd in 1978 de SOMT (Stichting Opbouwwerk Migranten Tiel) opgericht. Die kreeg bij de oprichting de toezegging van het gemeentebestuur dat de Turken en Marokkanen een gezamenlijk ontmoetingscentrum en elk een eigen moskee zouden krijgen. Want de moskee aan de Agnietenstraat was veel te klein geworden. Als ontmoetingscentrum kregen ze nog hetzelfde jaar het oude weeshuis aan het Hoogeinde (waardoor ze mijn buren werden).  Dat pand is eind 1987 door de gemeente afgestoten. Voor de migranten werd toen de voormalige kleuterschool Beukelaar beschikbaar gesteld. Dat werd uiteindelijk het nog altijd bestaande centrum aan de Wadenoyenlaan. 

Vooral met de Turkse moskee ging het veel moeizamer. Er werden plannen ontwikkeld om een moskee/ontmoetingscentrum te bouwen aan de Hertog Arnoldlaan of daarvoor een eigen vleugel te bouwen aan het Oosthonk. Maar die stuitten allemaal op verzet van omwonenden en/of voldeden niet aan de wensen van de Turken. De gesprekken en acties sleepten zich jaren voort tot dat in 1992 de toestand escaleerde. De Turken wilden een moskee in het centrum van de stad en hadden “Het Hooge Huis” in het vizier. Dat stond al jarenlang leeg en was door Sijsma al verschillende malen aangeboden aan de gemeente. Die wilde het niet.  Voor het Koornmarktgebied was in 1991 een deelbestemmingsplan goedgekeurd waarin bij de typische centrumfuncties ook liturgische doeleinden waren toegestaan.

Ook omdat het gebouw een rijksmonument was (en is) gingen de Turken omzichtig te werk – ze sloten een voorlopig koopcontract en informeerden in april 1992 bij de verantwoordelijke ambtenaar naar de mogelijkheden. Die bleken er te zijn. Nadat de raad op 15 april had besloten een Turkse vleugel aan het Oosthonk te bouwen, lag er op 27 april lag een verzoek om van het Hooge Huis een moskee te mogen maken op tafel bij B&W. Dat college bestond toen uit twee wethouders van het CDA en twee van de PvdA plus een burgemeester van die partij. Op 14 juni drong de Turkse vereniging TDIB nog eens aan op een antwoord, doch dat bleef uit. Oorzaak: een hoog oplopend conflict tussen de burgemeester en de wethouders, die de komst van een moskee op die plaats wilden verhinderen. Op 16 juni besloot het college de raad voor te stellen het Hooge Huis aan te kopen, maar dat besluit werd vooralsnog geheim gehouden.

In die gespannen sfeer greep een van de leden naar het ultieme politieke paardenmiddel: lekken naar de pers. Mijn opvolger bij De Gelderlander dacht met een hoax – een verlate 1 aprilgrap te maken te hebben en ging er mee naar de loco-burgemeester. Die bevestigde: aan de raad zou worden voorgesteld het Hooge Huis alsnog aan te kopen om te voorkomen dat er een moskee in zou komen. De Turken vernamen dat via de krant en voelden het als een dolksteek in de rug. Dat leidde tot protesten en demonstraties op een voor Tiel nog ongekende schaal.

Op 16 september 1992 kwam het voorstel van B&W aan de orde in een vergadering waarvoor in verband met de enorme belangstelling de Agnietenhof was afgehuurd. Het werd een tumultueuse vergadering met veel harde verwijten en talrijke schorsingen. De oppositie ging er fors tegenaan en vond b.v. dat nu slechts het topje van de ijsberg boven water kwam. Maar het meest opvallend was dat de PvdA nagenoeg enbloc de eigen wethouders afviel, zodat het voorstel om het gebouw alsnog aan te kopen uiteindelijk met 10 stemmen voor en 12 tegen werd verworpen.

Een paar dagen later heb ik in De Gelderlander een ingezonden stuk geplaatst waarin ik discriminatie binnen de PvdA signaleerde. De term had een veel zwaardere lading dan nu en het ging niet om de fractie als zodanig. Ik had echter  genoeg gehoord om de term te rechtvaardigen. Maar of ik het nog zou doen weet ik niet. Er is veel herrie en een maandenlang brievengevecht op gevolgd. Het hoofdbestuur van de PvdA, waarvan ik toen 45 jaar lid was geweest, trachtte te bemiddelen. Vergeefs overigens en ik ben er goede vrienden door kwijtgeraakt.

We zaten in die jaren midden in de “multiculturele samenleving” waarin ik heilig geloofde. De overheid wilde de integratie bevorderen door migrantenkinderen les te geven in de eigen taal en cultuur. Daarvoor had de gemeente een onderwijzeres uit Turkije gehaald, die al na enkele weken overspannen raakte. Mijn echtgenote, ook lerares, ging een jaar lang twee of drie avonden per week naar Utrecht om de turkse taal grondig te leren en haar op te volgen. Handig ook als we in Turkije – het toen nog seculiere Turkije – op vakantie gingen. Maar in Tiel kon ook zij de discrepantie tussen theorie en realiteit niet dragen; ze is er na vier jaar mee gestopt.

De eerste jaren na de opening heb ik zelf tijdens Open Monumentendag op kousevoeten bezoekers rondgeleid in de moskee het Hooge Huis. Ik heb sloten koffie gedronken in de ontmoetingscentra aan het Hoogeinde, aan de Wadenoyenlaan en in de moskee. Daar veel gepraat, gelachen en gewinkeld. En genoten van de baclava die me thuisbezorgd werd op het Suikerfeest. Dat ik er nu niet meer kom heeft fysieke oorzaken – mijn longen verdragen geen rook en ik kan de trap niet meer op. Maar dat is niet het hele verhaal.

Ik wordt nu bijna dagelijks geconfronteerd met de argumenten van de “populisten” en moet erkennen dat er veel is misgegaan. Wie is daarvoor verantwoordelijk ? Zijn het vooral degenen die ongenood kwamen ? Schieten we tekort aan christelijke barmhartigheid ? Weten we toch nog onvoldoende van elkaar ? Ik weet het niet en ik twijfel.

Als je nu met Turkse vrienden praat moet je al snel een oordeel paraat hebben over Erdogan. En wil ik dat wel ? Ik wil de keuze van de Turken daar respecteren – het kan best zo zijn dat het land behoefte heeft aan een sterke man. Maar in een heel ver verleden heb ik slechte ervaringen opgedaan met een sterke man en als lid van de internationale journalistenvereniging voel ik me verbonden met de vele collega’s die daar van de ene op de andere dag terrorist zouden zijn geworden en zuchten in het gevang. Ik weet ook genoeg van de sociale geschiedenis om te weten hoe er gevochten is voor het kiesrecht – de ruggegraat van de democratie. Kun je dat nu ineens als een dweil doormidden scheuren om ook politieke invloed uit te oefenen in een land waarin je niet woont en deelneemt aan het maatschappelijk verkeer ? En moeten we straks ook in ons land gaan stemmen over de invoering van de doodstraf ?

Maar toch horen we bij elkaar en hebben we meer gemeen dan vaak gedacht wordt. Binnenkort ga ik dus, Deo volente, weer Turkse vrienden opzoeken. Maar ik ben en dus twijfel ik. Meer dan ooit tevoren.