Schraalhans wordt keukenmeester in Tiel

Donderdag 15 juni werd een extra raadsvergadering over de tekorten in het sociale domein gehouden. De betrokken wethouders, Marcel Melissen, Henk Driessen en Laurens Verspuij kregen in ongemeen felle bewoordingen veel verwijten over zich heen. Zij hadden de vinger te weinig aan de pols gehouden en de raad veel te laat geïnformeerd over de enorme overschrijding van het budget voor de jeugdzorg in 2016. Ook voor 2017 en volgende jaren dreigen er forse tekorten op dit onderdeel van het sociale domein.

Die tekorten komen op een slecht moment. Een dag voor de raadsvergadering verklaarde de gemeenteaccountant dat de reserves van de gemeente de kritische ondergrens naderen. Bovendien ligt er een hele lijst met wensen voor volgend jaar waar veel geld voor nodig is. Denk alleen maar aan het zwembad, dat ook de raad noodzakelijk vindt.
Om het tekort over 2016 terug te dringen heeft het college flink geschoven met posten en zelfs het parkeerfonds aangesproken. De opgebouwde forse reserve voor het sociale domein is ook helemaal benut. Daardoor sluit de jaarrekening van Tiel over 2016 met slechts een tekort van 100.000 euro.

Geef het geld uit aan mensen en niet aan stenen

De financiële situatie bracht Robert van Galen tot de suggestie om geld voor stadsverbetering (stenen en grote projecten ) te verruilen voor geld voor de inwoners. Wethouder Verspuij was daar nog niet aan toe. De oplossing moest zoals de raad eerder had bepaald, gevonden worden binnen het schuiven van gelden binnen het sociale domein. Een meerderheid van de raad kon daar mee leven op voorwaarde dat iedereen die een gerechtvaardigde zorg- of ondersteuningsvraag had ook de hulp en zorg kreeg die hij of zij nodig had. Andere raadsleden zorgden voor meer preventie om hoge behandelingskosten te voorkomen. Probleem is daarbij dat daarbij de kost voor de baar uitgaat en er nauwelijks geld is.

De conceptbrief die het college opgesteld had voor de rijksoverheid om Tiel en andere gemeenten, die te maken hebben met grote en dure zorgvragen, extra middelen te verschaffen, kon in de ogen van de raad geen genade vinden. “Niet scherp genoeg en onvoldoende overtuigende argumenten” meende de raad. Het college gaat de brief samen met een aantal raadsleden herschrijven. Verder werd afgesproken dat iedere maanden het zorgdossier op de agenda van commissies en raad aandacht krijgt.

Kun je de wethouders wel verwijten maken?

De betrokken wethouders erkenden dat er veel mis gegaan was en verklaarden hun dossiers op het terrein van zorg, werk en inkomen heel strak te gaan volgen. De vraag is of dat veel verandering zal brengen maar ook of het reëel is om de gemeentelijke bestuurders harde verwijten te maken. In feite hebben zij nauwelijks middelen om te sturen. Huisartsen en anderen indiceren en de gemeente heeft de rekening maat te betalen. Tiel heeft de pech dat het een aantrekkelijke woongemeente is voor ouders met een of meer kinderen die veel kostbare zorg nodig hebben. Er zijn immers veel voorzieningen voor specialistische zorg. Bovendien zorgt de samenstelling van de bevolking veel nieuwe Nederlanders en een gemiddeld laag opleidingsniveau er voor dat de zorgvraag al groter is dan in veel andere gemeenten met een vergelijkbaar inwoneraantal. Hulpverleningstrajecten voor jongeren kosten zijn duur. Ze kosten niet zelden vele tienduizenden euro’s. Een ander probleem is de marktwerking in de zorg. De gemeente heeft te maken met meer dan 200 zorgaanbieders, die ieder hun eigen procedures, tarieven en declaratiebeleid hebben. Ook die zorgverleners stonden en staan voor de lastige klus om in plaats van met een instantie nu contracten met vele (clusters van) gemeenten af te sluiten. Het resultaat is declaraties die erg laat en op verschillende manieren binnenkomen. Daardoor valt er moeilijk een goed overzicht te geven. Vanwege de privacy kan de gemeente ook nauwelijks controleren of de geleverde zorg daadwerkelijk verleend is. De vraag is verder of de geleverde zorg wel tot het beoogde resultaat leidt. Vooral op psycho-sociaal gebied is dit moeilijk te meten en zorgleveranciers willen evenals iedere dienstverlener graag omzet maken. Nathan Gradisen meldde tijdens de raadsvergadering dat het regelmatig voorkomt dat cliënten behandelingstrajecten vroegtijdig beëindigen. De zorgverlener berekent in dat geval vaak toch het hele geplande traject. Daarbij gaat het om enorme bedragen. Nathan meldde ook dat zorgverlebners en overlerorganen nog steeds langs elkaar heen werken, waardoor onnodige kosten gemaakt worden. Een ander punt is dat het hele zorgveld ontzettend gecompliceerd georganiseerd is en eindeloos veel specialismen, therapieën en behandelingen zijn. Het heeft tijd nodig voordat gemeenteambtenaren een beetje thuis zijn in dit voor hen nieuwe werkveld. Er is uitgebreid gewaarschuwd tegen de (te) snelle overheveling van zorgtaken van rijk en provincie naar gemeenten. Tiel plukt daar nu de wrange vruchten van. Tot slot is het niet verdedigbaar maar wel in te denken dat het college op grond van de overschotten in 2015 geen grote problemen voor 2016 verwachtte en daardoor wat minder alert was.

Wellicht valt het allemaal wel mee

Tijdens de vergadering bleek dat er een reële kans is dat het allemaal toch meegaat vallen. Het nadrukkelijk confronteren van de verwijzers met de kosten van de voorgeschreven handelingen, kan wellicht tot een groter kostenbewustzijn leiden. Yvonne Son-Stolk wees er op dat de problemen van Tiel mede het gevolg zijn van het loslaten van het zogenaamde ‘gemeente van herkomst’ beginsel. Daarbij blijft de gemeente waar iemand geboren is de zorgkosten die het gevolg zijn van aangeboren of vroeg ontstane chronische medische problemen betalen ongeacht de woonplaats. Dit beginsel dat in bij enkele sociale voorzieningen lang gehanteerd is, overweegt het kabinet volgens Yvonne weer in te voeren. Maar daarvoor moet er eerste een nieuw kabinet zijn.
Wethouder Melissen wist te melden dat tijdens het op 13 juni gehouden congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) unaniem een motie aangenomen is waarin het kabinet opgeroepen wordt om gemeenten die buiten hun schuld forse tekorten hebben in het sociale domein tegemoet te komen. Tot slot vermeld ik nog dat het een bijna jaarlijks ritueel is dat voor de zomer het huishoudboekje flink tegen lijkt te gaan vallen maar dat achteraf door een hogere rijksuitkering en het niet uitgeven van geplande uitgaven het uiteindelijk allemaal wel meevalt. Maar dat is een verwachting.