Putten en pompen in Tiel 3

Toen rond 1900 fotografen erop uit trokken om mooie ansichten te maken stonden er in Tiel nog ongeveer tien stadspompen. De meesten hadden geen artistieke kwaliteiten en het was soms een modderpoel er rond omheen. Ze pasten dus niet in het beeld en soms ging de fotograaf er met de rug naar toe staan. Stadspompen zijn dan ook schaars in de collecties ansichtkaarten.

Maar er zijn uitzonderingen. In deze opname uit 1882 zal ook de Tielenaar die zijn stad goed meent te kennen, niet onmiddellijk de Ambtmanstraat herkennen. Op de plaats waar in 1903 het kantoor van de brandverzekering gebouwd zou worden, dat later stadhuis werd (helemaal links), staat nog het enorme huis van Moeke Van Oyen met daarnaast het koetshuis. In een huisje hierachter – op de plaats waarop nu de raadszaal staat – werd Johan van der Capellen geboren. Verderop aan de straatwand staat het grote woonhuis met balkon van de familie Tydeman (nu in de wandeling vaak “het pand Visser”). De toegang naar het Ambtmanshuis is nog net te zien.

Aan de  overzijde zien we het hoge dak van het oude weeshuis met de twee nog bestaande huizen daarnaast en het Oud Burger Mannen en Vrouwenhuis met de trapjes ervoor. Voor de huizen rechts daarvan is nieuwbouw in de plaats gekomen. De vrouw helemaal rechts, die wat verbaasd naar de fotograaf kijkt, komt uit het pand dat nu “sigarenmagazijn ’t Hoekje” heet.  Waarschijnlijk staat er “goed water” op het bordje, want de apotheker Post die in hetzelfde jaar 1882 in opdracht van het stadsbestuur het water van 28 stadspompen onderzocht, schreef in zijn rapport dat deze pomp helder en goed smakend water leverde.

De put eronder wordt al genoemd als “dye gemeyne puth aen dye Hooghsetraet” in 1587 en blijkt uit een acte van dat jaar ook nog in 1646 een put te zijn.  Maar kort na de Franse bezetting van 1672-74 is er kennelijk een pomp op gezet. Want op 5 maart 1679 kregen de beheerders ervan het recht om bij naburen uit de Kerkstraat, Koonrmarkt en Ambtmanstraat hun aandeel in de kosten van de pomp via de deurwaarder in te vorderen.

Hoewel die pas in 1920 is afgebroken zijn er (tot nu toe) van de pomp die midden in de Waterstraat (voor de linkerzijgevel van Bitonte) heeft gestaan, geen foto’s opgedoken. De pomp staat nog wel op de kadasterkaart uit 1833. De put eronder wordt al genoemd in een gerechtelijke transportacte van 1453. Blijkens stukken in het archief van de schepenbanken waren er vaak geschillen over deze welput. Met name omdat er vanaf deze put naar de stadsgracht een “geut” met een rooster was gemaakt, die vaak verstopt raakte. Maar gegevens over het tijdstip waarop ook deze put overkluisd werd om pomp te worden, kregen we niet onder ogen. Het was zeker nog een put in 1653 toen Gerrit Hendriks Peerdevoet en zijn vrouw Adriaentje Peters het huis op de lokatie Bitonte kochten en daarbij beloofden “de gemeyne puth ende de geut” netjes schoon te houden.