Nieuws van de gemeente Tiel editie 30 mei 2017

In deze editie van ons wekelijkse bijdrage met gemeentelijk nieuws informeren wij u over het afstoten van twee markante gemeentelijke gebouwen en gaan we uitgebreid in op de resultaten van de zogenaamde veiligheidsmonitor. Daarin staan de resultaten van een onderzoek dat begin dit jaar plaatsvond over de wijze waarop inwoners hun leefomgeving, de veiligheid, de gemeente en de politie ervaren. Bereidt u voor op een flinke cijferbrij.

Gemeente stoot gebouwen af.

Medio juli 2017 verhuist de tentoonstellingsruimte, Het Klooster, in de Agnietenstraat naar de nieuwbouwlocatie Westluidense Poort. De gemeente gaat het pand afstoten en gaat het via een makelaar verkopen.
Hetzelfde gaat gebeuren met het imposante en beeldbepalende gebouw op de hoek Nieuwe Tielse weg – Heiligestraat. Dit pand fungeerde als bedrijfsverzamelgebouw voor uitvoeringsorganisaties op het gebied van werk en inkomen, sociale zekerheid en andere maatschappelijke organisaties. Sinds de ombouw van het stadhuis naar Stadhuiscampus staat het vrijwel leeg.Door de tijdelijke huisvesting van kleine (maatschappelijke) organisaties en enkele bewoners blijft het pand in gebruik en is er controle in en rondom het pand.

Hoe veilig is Tiel?

Hoe veilig is Tiel? Dat is de titel van een 59 pagina’s dik rapport dat I&O Reseach maakte naar aanleiding van een door hen ingesteld onderzoek over 2016 naar de veiligheidsbeleving van de inwoners van Tiel. Wanneer we de uitkomsten vergelijken met een vergelijkbaar onderzoek in 2012 moeten we concluderen dat Tiel een beetje veiliger geworden is. Absoluut gezien komt Tiel er echter een stukje minder goed uit dan de volgens de onderzoekers relevante vergelijkingsgebieden.We pikken er opvallende uitkomsten uit.

In 2016 werd 22 % van de ondervraagde inwoners slachtoffer van een delict. Meer dan de helft van de inwoners ervaart overlast in de buurt. Parkeerproblemen, te hard rijden en hondenpoep zijn daarbij de grootste ergernissen. Vooral het te hard rijden springt er met 73 % flink uit. Hier ligt een duidelijke vraag vanuit de bevolking om wat te doen aan bravourerijders en door de stad scheurende jongeren. In het rapport geven inwoners hieraan de hoogste prioriteit, tweede is de klassieker hondenpoep en goede derde de parkeerproblemen.

18 procent vindt dat de buurt achteruitgegaan is. Toch is 60 % tevreden over de bevolkingssamenstelling. Slechts 38 % van de geënquêteerden vindt dat ze in een gezellige buurt wonen. Slechts 37 % heeft veel contact met andere buurtbewoners. In vergelijking met 2012 is het oordeel van de inwoners ongewijzigd. De gemeente krijgt van de inwoners een slecht cijfer wanneer het gaat om het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid. Burgemeester Beenakker is daar verbaast maar ook teleurgesteld over. Op grond van de inspanningen van de gemeente op het gebied van veiligheid, het succesvol propageren van de buurtpreventie, de waardering voor de wijkregisseurs en de communicatie-inspanningen, had hij een beter rapportcijfer verwacht. Inwoners van Tiel ervaren ook veel overlast van rondhangende jongeren. Maar liefst 43 % stoort zich daaraan. Slechts een kleine groep (7%) ervaart veel overlast van jongeren. De tevredenheid over de politie is flink verbeterd en scoort ook in vergelijking met de rest van Nederland goed. Dat geldt niet voor de gemeentelijke dienstverlening. Die scoort laag. Burgemeester Beenakker is hier verbaasd over. We hebben veel aandacht besteed aan onze dienstverlening en de communicatie met de inwoners.

Opvallend is dat minder mensen aangeven respectloos behandeld te worden door onbekenden, personeel van winkels en bedrijven en personeel van overheidsinstanties. Bekenden zoals partner, familie of vrienden gedragen zich volgens het onderzoek vaker respectloos. Ondanks de daling scoort Tiel toch hoog in de vergelijking met andere steden en regio’s.
24 % van de inwoners voelt zich wel eens onveilig en 10% doet ’s avonds de deur niet open wanneer er aangebeld wordt. Veel kleinere percentages van de inwoners voelt zich ’s avonds onveilig op straat, kiest een andere route om onveilige plekken te vermijden of voelt zich zelfs alleen thuis niet veilig. Als onveilige plekken worden genoemd: plekken met rondhangende jongeren, het centrum, de buurtwinkelgebieden en wijkcentra, de omgeving van uitgaansgebieden, de stations en het openbaar vervoer. Toch geven geënquêteerden Tiel een cijfer van 6,8 voor veiligheid in de woonomgeving.

Tielenaren vrezen het meest voor een woninginbraak. Daarna komen in kleine percentages zakkenrollerij, beroving en mishandeling. De angst voor een woninginbraak is sinds 2012 fors gedaald. De Tielse cijfers op dit punt wijken niet af van het landelijk gemiddelde.
Echt bedreigd of mishandeld is in 2016 5,3 %van de inwoners. Maar liefst 7 % had te maken met voertuigvernielingen en 3% met andere vormen van vernielzucht. Nieuw in het misdaadlijstje zijn de slachtoffers van Cybercrime. 12% van de inwoners had te maken met koop- of verkoopfraude via internet, hacken, of pesten via internet.
Veel inwoners nemen maatregelen tegen misdaden. Zo worden waardevolle spullen niet zichtbaar achtergelaten in auto’s, laat men ’s avonds het licht aan, zet de fiets vaker in de fietsenstalling en laat men waardevolle spullen thuis. Veel inwoners hebben ook technische voorzieningen getroffen zoals buitenverlichting, veiliger hang- en sluitwerk, rolluiken of een alarminstallatie.

De inwoners zijn over het algemeen (zeer) tevreden over het contact met de politie. Ook is men tevreden over het optreden van de politie in buurten, wijken en dorpen. Op deze aspecten scoort Tiel beter dan elders. De politie komt doorgaans ook snel na een alarm. Wel zou de helft van de ondervraagden de politie vaker en meer zichtbaar in de buurt willen zien.

Voor dit onderzoek zijn aselect 795 inwoners benaderd uit het bevolkingsregister. 323 inwoners vulden de vragenlijst in. Die resultaten vormen samen met 62 Tielenaren die deel namen aan een landelijke vergelijkbare enquête de basis voor het rapport. De uitkomsten voor Tiel zijn vergeleken met Barendrecht, Huizen, Helmond, en Meierijstad. Het valt op dat niet-westerse allochtonen de enquête naar verhouding de enquête veel mindervaak ingevuld hebben dan autochtonen en westerse allochtonen.